Wetsvoorstel wijziging wet concurrentievermogen

Door: Marc Verboom | Op: 27/07/2016

Minister Kris Peeters legde onlangs zijn wetsontwerp betreffende de aanpassing van de wet van 1996 op het concurrentievermogen neer. Een analyse ...

In het regeerakkoord was sprake van de aanpassing van de wet van 1996 betreffende "de bevordering van de werkgelegenheid en de vrijwaring van het concurrentievermogen".
Sedert 1996 wordt de loonkostontwikkeling in België vergeleken met die in de buurlanden.
Minister Peeters legde midden juli zijn wetsvoorstel tot aanpassing van de wet van 1996 neer. 

VASTSTELLINGEN
  1. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk standpunt van werkgevers en vakbonden grijpt Kris Peeters terug naar de elementen opgenomen in het regeerakkoord. Waarom zouden de werkgevers de afgelopen maanden ingestemd hebben met een gemeenschappelijk voorstel indien de regering, bij gebrek hieraan, sowieso zou terggrijpen naar het voortzetten van de loonmatiging?
  2. Men blijft de loonkostontwikkeling in België vergelijken met die in Duitsland, Frankrijk en Nederland.
  3. Het referentiepunt blijft het jaar 1996. De "loonkloof" met de buurlanden sinds 1996 moet weggewerkt worden. Volgens de OESO zal deze eind 2016 echter niet meer bestaan.
  4. De maximale loonmarge wordt elke 2 jaar mathematisch vastgelegd op basis van het rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). In plaats van de huidige indicatieve loonnorm komt er een imperatieve loonnorm, die zal vastgelegd worden in een Koninklijk Besluit (KB).
  5. De indexeringen en de baremieke verhogingen worden gevrijwaard.
  6. Er komt een automatische correctie bij de berekening van de volgende loonmarge indien de loonnorm in de voorgaande periode van 2 jaar werd overschreden. De garantie op de indexeringen en baremieke verhogingen is dus zeer relatief.
  7. Voor het bepalen van de maximale loonmarge zullen voortaan de lastenverlagingen en loonsubsidies aan de werkgevers niet meer volledig in rekening worden gebracht in tegenstelling tot die in de buurlanden. Hierdoor creëert men een volledig vertekend beeld betreffende de concurrentiepositie van België ten aanzien van de buurlanden. Bij een positief resultaat in het voordeel van België schept dit geen ruimte voor loonsverhogingen.
  8. De controle op het respecteren van de loonnorm wordt opgevoerd via monitoring van de loongegevens van de RSZ, meer bevoegdheden voor de sociale inspectiediensten en hogere geldboetes voor de werkgevers bij overschrijding van de loonnorm.
  9. Er wordt niets gezegd over andere structurele concurrentiefactoren zoals opleidingen en innovatie.

BESLUITEN

Het wetsvoorstel van Kris Peeters is een garantie voor een jarenlange loonmatiging.

Het automatische correctiemechanisme neemt iedere vrijheid op collectieve loononderhandelingen weg op interprofessioneel niveau.

Het imperatieve karakter van de loonnorm ontneemt de sectoren elke vrijheid om loononderhandelingen te voeren (een recht dat nochtans door internationale verdragen (IAO en EU) wordt gewaarborgd).

De lonen in België zullen trager evolueren dan in de buurlanden, met alle negatieve gevolgen voor de Belgische economie.

Het risico is groot dat er in de ondernemingen nog meer beroep zal worden gedaan op alternatieve verloningsvormen (meestal zonder RSZ-heffingen).

Dit voorstel legt (eens te meer) alle inspanningen bij de werknemers. Aan de werkgevers wordt geen enkele verplichting opgelegd, noch wat betreft het scheppen van werkgelegenheid, noch qua investeringen in opleidingen, noch qua inspanningen op het vlak van innovatie. Het is bang afwachten of deze zware loonmatiging effectief nieuwe jobs zal opleveren.




« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek