Outplacement

Door: Marc Verboom | Op: 29/12/2015

Wijzigingen vanaf 1 januari 2016

Sinds 1 januari 2014 is het recht op outplacement uitgebreid. Alle werknemers met een opzeggingstermijn of een opzeggingsvergoeding van ten minste 30 weken hebben recht op outplacement (hetgeen het geval is met werknemers die ongeveer 9 jaar anciënniteit in de onderneming hebben). Werknemers waarvan de opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding korter is dan 30 weken vallen terug op de "oude of bijzondere" regeling vervat in CAO 82. Indien de ontslagen werknemer ten minste 45 jaar is heeft hij/zij eveneens recht op outplacement. Voor de regels verbonden aan deze regeling verwijzen we naar het artikel van 7/8/2014.
 
Tot eind 2015 gold een overgangsregeling waarbij werknemers het recht hadden om de outplacementbegeleiding te weigeren en waarbij ze de volledige opzeggingsvergoeding behielden. Deze overgangsregeling vervalt per 1 januari 2016.

Vanaf 1 januari 2016 kan de werkgever (hij moet niet) de opzeggingsvergoeding van een werknemer met een opzeggingsvergoeding van ten minste 30 weken verminderen met 4 weken. Deze werknemer heeft recht op een outplacementbegeleiding van 60u waarvan de waarde overeenstemt met 1/12 van het jaarloon van het kalenderjaar voorafgaand aan het ontslag (met een minimum van 1.800 en een maximum van 5.500 euro).
 
Als de werkgever zijn verplichtingen inzake outplacement niet nakomt, herwint de werknemer de 4 weken loon waarmee de opzeggingsvergoeding werd ingekort. Dit is het geval wanneer:
  • de werkgever geen enkele outplacementbegeleiding aanbiedt;
  • de werkgever een aanbod voorstelt dat niet in overeenstemming is met de gestelde voorwaarden en regels;
  • de outplacementbegeleiding niet daadwerkelijk wordt uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden en regels.

Binnen 15 dagen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever bij aangetekend schrijven een outplacementaanbod doen aan de werknemer. Als dit niet gebeurt stelt de werknemer binnen 39 weken na het verstrijken van die termijn van 15 dagen de werkgever schriftelijk in gebreke. Deze ingebrekestelling moet gebeuren door middel van een aangetekend schrijven of de overhandiging van een geschrift waarvan het duplicaat door de werkgever voor ontvangst wordt getekend.

De werkgever kan alsnog binnen een termijn van 4 weken na het tijdstip van de ingebrekestelling aan de werknemer bij aangetekend schrijven een geldig outplacementaanbod doen.

De werknemer beschikt over een termijn van 4 weken, te rekenen vanaf het tijdstip van het aanbod door de werkgever, om al dan niet zijn schriftelijke instemming met dit aanbod te geven. De instemming of de eventuele weigering ervan gebeurt door middel van een aangetekend schrijven of de overhandiging van een geschrift waarvan het duplicaat door de werkgever voor ontvangst wordt getekend.

De werknemer mag ten vroegste op het ogenblik waarop het ontslag wordt gegeven zijn/haar instemming geven om het outplacement aan te vatten.

Het outplacement verloopt in 3 fases, gespreid over een periode van maximaal 12 maanden:
  • 20u tijdens een eerste termijn van maximaal 2 maanden, te rekenen vanaf de aanvang van het outplacementprogramma;
  • 20u tijdens een termijn van maximaal 4 maanden volgend op de vorige termijn;
  • 20u tijdens een termijn van maximaal 6 maanden volgend op de vorige termijn.

Wanneer de outplacementbegeleiding is begonnen en de werknemer een nieuwe job heeft, kan op vraag van de werknemer de begeleiding onderbroken worden (de werkgever kan hiertoe geen initiatief nemen). Wanneer de werknemer zijn/haar nieuwe job binnen een termijn van 3 maanden na de indiensttreding verliest (ongeacht de wijze waarop), kan hij/zij verzoeken het outplacement toch aan te vatten of te hervatten. Deze zal bij een hervatting starten in de fase waarop het outplacement werd onderbroken en voor de nog overblijvende uren, maar eindigt in elk geval na 12 maanden vanaf het ogenblik waarop ze werd aangevat.

In beide situaties moet de werknemer het verzoek tot aanvang of hervatting schriftelijk binnen 1 maand na het verlies van de nieuwe job indienen. Zowel de verwittiging betreffende een nieuwe job als het verzoek om een outplacementbegeleiding aan te vatten of te hervatten moet gebeuren door middel van een aangetekend schrijven of overhandiging van een geschrift waarvan het duplicaat door de werkgever boor ontvangst wordt getekend.



« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek