Ontwerpakkoord logistiek (PC 226)

Door: Marc Verboom | Op: 12/06/2015

BBTK keurt ontwerpakkoord goed


Niettegenstaande de door de regering opgelegde beperkte marge voor de loononderhandelingen en de indexsprong zijn wij er in geslaagd om een maximaal resultaat te behalen. En niet alleen op het vlak van de koopkracht maar ook voor heel wat kwalitatieve punten zoals het tijdskrediet en het brugpensioen (SWT). Hier zijn alle wettelijke mogelijkheden volledig ingevuld.

Tegen eind juni moet dit protocolakkoord omgezet worden in collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) zodat de inhoud ervan bindend wordt voor alle bedrijven uit de sector.

KOOPKRACHT

Verhoging van de barema's en reële lonen met 15 euro per 1/5/2016 (voor deeltijdsen pro rata).

In bedrijven die al maaltijdcheques hebben wordt de nominale waarde van de maaltijdcheques verhoogd met 1 euro per gewerkte dag vanaf 1/1/2016. Ook in bedrijven die al aan het huidige maximum 7 euro zitten. Het wettelijk plafond wordt immers opgetrokken tot 8 euro.

In bedrijven die nog geen maaltijdcheques hebben wordt een maaltijdcheque met een nominale waarde van 2,09 euro per gewerkte dag ingevoerd vanaf 1/1/2016. Hiervan is er een eigen werknemersbijdrage van 1,09 euro zodat het reële voordeel voor de bedienden 1 euro per gewerkte dag bedraagt.

De 250 euro aan ecocheques op jaarbasis worden verder behouden (ook voor deeltijdsen), alsook de mogelijkheid om dit bedrag in de bedrijven in een ander voordeel om te zetten.


TIJDSKREDIET

De regering heeft sterk gesnoeid in het tijdskrediet. Zo zijn er geen uitleringen meer voor tijdskrediet zonder motief en werd de leeftijd voor de landingsbanen opgetrokken naar 60 jaar. De wettelijke afwijkingen hierop werden volledig ingevuld:
  • tijdskrediet met motief (voltijds en halftijds) gedurende 36 maanden voor opleiding (geldig in de periode 1/1/2015 tot 31/12/2017);
  • tijdskrediet met motief (voltijds en halftijds) voor het verlenen van zorgen gedurende 48 maanden (geldig in de periode 1/1/2015 tot 31/12/2017);
  • landingsbaan vanaf 55 jaar (halftijds en 1/5) in geval van 35 jaar loopbaan, 20 jaar met nachtarbeid of zwaar beroep (geldig in de periode 2015 - 2016).

De aanvullende sectorale premie bedraagt 80 euro bij een vermindering van de prestaties met 1/5 en 100 euro in geval van halftijds tijdskrediet.

In geval van collectief ontslag wordt de verbrekingsvergoeding berekend op basis van het fictief voltijds loon.


BRUGPENSIOEN (SWT)

De leeftijd van het brugpensioen is door de regering op 62 jaar gebracht. Alle mogelijke afwijkingen worden in de sector mogelijk gemaakt:
  • 60 jaar en 40 jaar loopbaan voor mannen en 31 jaar voor vrouwen in 2015, 32 jaar in 2016 en 33 jaar in 2017;
  • 58 jaar en 33 jaar loopbaan in geval van nachtarbeid en zwaar beroep tot eind 2016;
  • 58 jaar en 40 jaar loopbaan tot eind 2016.

Bij overgang van halftijds of 1/5 tijdskrediet wordt de aanvullende uitkering brugpensioen berekend op het fictief voltijds loon.


OPLEIDING

In de periode 2015 - 2016 worden gemiddeld 6 dagen opleiding toegekend per bediende. Binnen dit aantal hebben de bedienden van 45 jaar en ouder recht op gemiddeld 2 dagen vorming in de periode 2015 - 2016. 


ANCIENNITEITSVERLOF

1 extra anciënniteitsdag vanaf 40 jaar anciënniteit (8 dagen i.p.v. 7).


KLEIN VERLET

Aanpassing van het recht op klein verlet aan de wettelijke bepalingen wat betreft het vaderschaps- en adoptieverlof.


AANBEVELINGEN

Verder bevat het protocolakkoord aanbevelingen voor overleg op bedrijfsvlak m.b.t. de psychosociale risico's, het telewerk en de e-commerce.

Wat betreft e-commerce zullen werkgevers en vakbonden het begrip e-commerce afbakenen. Er zal bovendien een statuut van e-commerce bediende kunnen toegepast worden gebaseerd op volgende elementen:
  • duurzame tewerkstelling;
  • aangepaste uurregelingen;
  • specifieke arbeidsorganisatie m.b.t. nachtarbeid;
  • specifieke toeslag voor nachtarbeid.

Wat betreft telewerk wordt aanbevolen in de bedrijven een kaderakkoord af te sluiten met volgende elementen:
  • frequentie van het telewerk;
  • dagen en uren waarop telewerk wordt verricht;
  • tijdstippen waarop de bediende bereikbaar moet zijn;
  • technische ondersteuning voor de telewerker;
  • kosten van het telewerk;
  • voorwaarden en regels voor de uitstap uit het telewerk;
  • plaats van het telewerk.

De preventie van psychosociale risico's (stress, burn-out, ...) moet een volwaardig aandachtspunt zijn in het sociaal overleg via de bevoegde overlegorganen in de onderneming (comité voor preventie en bescherming op het werk en ondernemingsraad). De maatregelen moeten bijdragen tot een structurele verbetering van de kwaliteit van het werk en de loopbaan.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek