Nieuwe reglementering tijdskrediet

Door: Marc Verboom | Op: 18/01/2015

Regering beperkt toegang tot tijdskrediet en snoeit in uitkeringen vanaf 1 januari 2015

De nieuwe reglementering tijdskrediet is van toepassing op alle eerste aanvragen van de werknemer vanaf 1 januari 2015 (KB 30/12/2014 - BS 31/12/2014). Met eerste aanvragen wordt bedoeld nieuwe aanvragen of verlengingen in een andere vorm of stelsel (geen verderzetting van een identieke onderbreking).

De bestaande CAO 103 van 27 juni 2012 blijft in veel aspecten van toepassing. Deze CAO spreekt van 3 vormen van tijdskrediet:
  • tijdskrediet zonder motief;
  • tijdskrediet met motief;
  • landingsbanen.

De voornaamste wijzigingen die de regering doorvoerde zijn:
  • het volledig afschaffen van de uitkeringen bij tijdskrediet zonder motief;
  • het verhogen van de toegangsleeftijd voor een landingsbaan.

1. Tijdskrediet zonder motief

Dit stelsel blijft bestaan volgens de regels van CAO 103, maar voortaan zonder het recht te openen op uitkeringen!!!

Het recht op tijdskrediet zonder motief is beperkt tot de duur van een voltijds equivalent van maximaal 12 maanden over de hele loopbaan. Het tijdskrediet zonder motief kan bijgevolg als volgt worden opgenomen:
  • gedurende 12 maanden als volledige schorsing van de arbeidsprestaties (voltijds tijdskrediet);
  • gedurende 24 maanden als halftijdse vermindering van de arbeidsprestaties (halftijds tijdskrediet);
  • gedurende 60 maanden als 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties (1/5 tijdskrediet).

Het recht wordt pas geopend indien men op het ogenblik van de schriftelijke aanvraag bij de werkgever 24 maanden anciënniteit heeft in de onderneming én 5 jaar beroepsloopbaan heeft als loontrekkende. Deze anciënniteitsvoorwaarden gelden niet voor werknemers die dit tijdskrediet nemen dat onmiddellijk aansluit op het ouderschapsverlof, nadat zij het recht op ouderschapsverlof voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput.

Er is geen tewerkstellingsvoorwaarde bij een volledige schorsing. Bij een halftijdse vermindering is een tewerkstelling van 12 maanden in een arbeidsregeling van minstens 3/4 van de voltijdse arbeidsduur vereist. Bij een 1/5 vermindering is een voltijdse tewerkstelling van 12  maanden in een arbeidsregeling over minstens 5 dagen per week vereist.

Bij een volledige schorsing en een halftijdse vermindering is de minimumperiode waarin het tijdskrediet dient opgenomen te worden 3 maanden. Bij een 1/5 vermindering is de minimumperiode 6 maanden. Tenzij in beide gevallen een kleinere fractie overblijft.


2. Tijdskrediet met motief

Er is een bijkomend recht (dus bovenop het tijdskrediet zonder motief) voor tijdskrediet met motief. Tijdskrediet zonder motief en tijdskrediet met motief zijn dus cumuleerbaar.

Het recht wordt pas geopend indien men 24 maanden anciënniteit heeft in de onderneming. Deze anciënniteitsvoorwaarde geldt niet voor werknemers die dit tijdskrediet nemen dat onmiddellijk aansluit op het ouderschapsverlof, nadat zij het recht op ouderschapsverlof voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput.

Er is geen tewerkstellingsvoorwaarde bij een volledige schorsing. Bij een halftijdse vermindering is een tewerkstelling van 12 maanden in een arbeidsregeling van minstens 3/4 van de voltijdse arbeidsduur vereist. Bij een 1/5 vermindering is een voltijdse tewerkstelling van 12 maanden in een arbeidsregeling over minstens 5 dagen per week vereist.

Het recht op tijdskrediet met motief is beperkt tot een maximale duur van 36 of 48 maanden, naargelang het motief:
  1. volgen van een erkende opleiding (36 maanden);
  2. opvoeding van een kind tot 8 jaar (48 maanden);
  3. verzorging van een ernstig ziek gezins- of familielid tot de 2de graad (48 maanden);
  4. bijstand verlenen bij palliatieve zorgen (48 maanden);
  5. zorg dragen voor een gehandicapt kind tot 21 jaar (48 maanden).
De periodes van het tijdskrediet met motief zijn onderling niet cumuleerbaar (en worden dus op elkaar verrekend).

De periode van 36 of 48 maanden is de maximale periode waarvan men van het tijdskrediet met motief kan gebruik maken. Voor de motieven 1 tot en met 4 moet de toegang en de duur voorzien worden door een CAO op sectoraal of ondernemingsvlak. De maximale duur per motief kan dus per sector of bedrijf verschillend zijn naargelang de afgesloten CAO.

Het opnemen van tijdskrediet met motief onder de vorm van 1/5 vermindering is een recht. Een halftijdse vermindering of volledige schorsing kan enkel indien hierover een CAO is afgesloten op het niveau van de sector of onderneming. Dit geldt voor de motieven:
  • volgen van een erkende opleiding;
  • opvoeding van een kind jonger dan 8 jaar;
  • verzorging van een ernstig ziek gezins- of familielid tot de 2de graad (niet eigen kinderen);
  • bijstand verlenen bij palliatieve zorgen.

Het tijdskrediet met motief geeft (onder bepaalde voorwaarden) recht op uitkeringen.
De periode van 36 of 48 maanden voor tijdskrediet met motief waarvoor men uitkeringen kan ontvangen is een maximumduur.
De reële duur van de periode waarvoor men recht heeft op uitkeringen is afhankelijk van de duur vastgelegd in een CAO en geldt voor de motieven:
  • volgen van een erkende opleiding;
  • opvoeding van een kind tot 8 jaar;
  • verzorging van een ernstig ziek gezins- of familielid tot de 2de graad;
  • bijstand verlenen bij palliatieve zorgen.

3. Landingsbanen

Het gaat om een halftijdse vermindering van de arbeidsprestaties of een vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5.

De leeftijdsvoorwaarde is vanaf 1/1/2015 verhoogd tot 60 jaar i.p.v. 55 jaar (tenzij uitzonderingen - zie verder).

Het recht wordt pas geopend indien men 24 maanden anciënniteit heeft in de onderneming (maar kan in onderling overleg tussen werknemer en werkgever ingekort worden). De loopbaanvoorwaarde bedraagt 25 jaar.

Bij een halftijdse vermindering is een tewerkstelling van 24 maanden in een arbeidsregeling van minstens 3/4 van de voltijdse arbeidsduur vereist. Bij een 1/5 vermindering is een voltijdse tewerkstelling van 24 maanden in een arbeidsregeling over minstens 5 dagen per week of een tewerkstelling in een 4/5 regeling in het kader van het tijdskrediet vereist.

Uitzonderingen met leeftijd vanaf 55 jaar

Werknemers die zich in één van volgende situaties bevinden hebben in 2015 recht op een landingsbaan vanaf 55 jaar:
  • tewerkgesteld zijn in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering;
  • na een lange loopbaan als werknemer van 35 jaar;
  • in een zwaar beroep werken (= arbeidsstelsel met wisselende ploegen, met onderbroken diensten of met nachtarbeid)
    • ofwel ten minste 5 jaar gedurende de 10 voorgaande jaren;
    • ofwel ten minste 7 jaar gedurende de 15 voorgaande jaren;
    • ofwel ten minste 20 jaar in een stelsel met nachtarbeid.

De toegangsleeftijd van 55 jaar zal de volgende jaren geleidelijk als volgt worden opgetrokken:

1/1/2016 56 jaar
1/1/2017 57 jaar
1/1/2018 58 jaar
1/1/2019 60 jaar
 
Deze leeftijd zal echter niet worden opgetrokken vanaf 1/1/2016 indien er voor de periode 2015 - 2016 in de Nationale Arbeidsraad (NAR) een interprofessionele CAO wordt afgesloten en nadien verlengd wordt. Een sectorakkoord of, in geval van een onderneming in moeilijkheden of herstructurering, een CAO sociaal plan moet in navolging van deze interprofessionele CAO worden afgesloten.

Overgangsmaatregelen

Wanneer aan 3 voorwaarden cumulatief wordt voldaan zal de toegang tot een landingsbaan en het recht op uitkeringen vanaf 50 jaar, mits een loopbaan van 28 jaar, worden toegestaan onder de oude reglementering die geldig was voor 1/1/2015:
  • schriftelijke kennisgeving aan werkgever voor 1/1/2015:
  • aanvraag tot uitkering bij RVA voor 1/4/2015;
  • ingang van tijdskrediet voor 1/7/2015.

Ook voor werknemers in een landingsbaan en die reeds uitkeringen genoten voor 1/1/2015 blijft de oude reglementering van toepassing bij een tijdelijke onderbreking omwille van een voltijdse werkhervatting, ziekte of het nemen van palliatief verlof.




« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek