De barema's of loonschalen ter discussie

Door: Marc Verboom | Op: 18/07/2014

De barema's staan regelmatig ter discussie. Bepaalde politieke partijen, werkgevers en sommige zelfverklaarde arbeidsmarktspecialisten laten uitschijnen dat barema's allerlei negatieve effecten op de tewerkstelling hebben. Een advies hieromtrent is besteld bij de Hoge Raad voor Werkgelegenheid. Dit zou de basis kunnen worden om de sectoren en bedrijven er wettelijk toe aan te zetten de baremieke systemen te herzien (lees af te bouwen). De kloof tussen hetgeen bepaalde beleids- en opiniemakers beweren en de realiteit is groot. BBTK verzet zich tegen simplistische redeneringen en gevolgtrekkingen.

Wat is een barema of loonschaal?

In vele sectoren en bedrijven waarin bedienden zijn tewerkgesteld stijgt het loon van de bedienden in functie van de loopbaan. Deze systemen zijn onderhandeld en vastgelegd in sectorale of bedrijfs-cao's.
Bij arbeiders komt dit veel minder vaak voor. De looncurve van een arbeider gedurende zijn loopbaan volgt een vrij vlak traject.
Het gemiddeld loon van een arbeider ligt aan het begin van de loopbaan hoger dan dat van een bediende. Na verloop van tijd keert die beweging zich om en ligt het gemiddeld loon aan het einde van de loopbaan bij een bediende hoger dan bij een arbeider, en dit ten gevolge van de anciënniteit/beroepservaring die in de barema's van de bedienden tot uitdrukking komt.

Hoeveel bedraagt de loonspanning in de bediendebarema's?

De meeste sectorale barema's kennen loonsverhogingen toe in een periode over 20 à 22 jaar.  Daarna zijn er meestal geen baremieke verhogingen meer. Uitgaande van een leeftijd bij de start van de loopbaan van 20 tot 25 jaar stoppen de baremieke verhogingen op een leeftijd van 40 à 45 jaar. M.a.w. het loon blijft niet stijgen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. In PC 218 (of het ANPCB), het grootste paritair comité voor de bedienden met meer dan 400.000 tewerkgestelde bedienden, loopt het ervaringsbarema vanaf de leeftijd van 21 jaar gedurende 26 jaar (dus tot de leeftijd van 47 jaar). In de laagste categorie loopt het barema zelfs maar gedurende 18 jaar en dus tot de leeftijd van 39 jaar. 

Volgens een studie van de FOD Werk, Arbeid en Sociaal Overleg (2013) loopt de gemiddelde loonspanning in sectorale barema's (die werken met ervaring of anciënniteit) tussen de leeftijdsschijf van 30 - 39 en 50 - 59 op tot 120,3%. D.w.z. dat een bediende in de leeftijdsschijf 50 - 59 gemiddeld een loon heeft dat 1,2 keer hoger ligt dan een bediende in de leeftijdsschijf 30 - 39 jaar.

Uit vergelijkende studies blijkt dat ons land zich net boven het Europese gemiddelde begeeft wat de loonspanning betreft tussen jongere en oudere werknemers (16%).

Is een loonverschil op basis van anciënniteit of beroepservaring geoorloofd?

Zowel de Belgische als de Europese rechtspraak hebben in het verleden nooit barema's op grond van anciënniteit veroordeeld, in zoverre dat de beloning van de anciënniteit een legitiem doel heeft, objectief is en redelijk kan worden gerechtvaardigd en proportioneel is. Meerdere malen poneerde het Europees Hof van Justitie het principe dat anciënniteit een gepast criterium is om beroepservaring te belonen. Anciënniteit kan gebruikt worden als een objectief middel om andere zaken te honoreren. Zo kan anciënniteit betekenen dat een werknemer groeit in een functie, zijn loyaliteit aan de onderneming toont, zijn netwerk uitbreidt, zijn job beter kan indelen, snel en adequaat leert handelen in moeilijke situaties, ervaring opdoet, meer vertrouwd geraakt met het bedrijf en de klanten van de werkgever, ...

De Europese Richtlijn aangaande de discriminatiewetgeving vermeldt nergens dat werkgevers loyaliteit aan de onderneming niet zouden mogen belonen om zo werknemers aan hen te binden. De anciënniteit van de werknemer als beloning van de beroepservaring of trouw van de werknemer kan bijgevolg gebruikt worden.
   

Zorgen barema's ervoor dat ouderen niet aan de bak komen op de arbeidsmarkt?

Deze stelling wordt regelmatig geponeerd door bepaalde arbeidsmarktspecialisten, werkgevers en bepaalde politici.

Als we de tewerkstellingsgraad van oudere arbeiders en bedienden bekijken, stellen we vast dat arbeiders vroeger uit de arbeidsmarkt treden, terwijl de anciënniteitsverhogingen bij hen quasi onbestaand zijn. Bedienden, en dan vooral hooggeschoolde bedienden, werken langer, terwijl de baremieke spanning daar het hoogst is. Er moeten dus andere elementen een cruciale rol spelen bij de 'vroegtijdige' uittrede uit de arbeidsmarkt. Deze situeren zich in de sfeer van de arbeidsomstandigheden.

Een 40-tiger met 20 jaar ervaring heeft meer kans om werk te vinden dan een 50-tiger met dezelfde ervaring. De loonkost is dezelfde vermits aan het ervaringsbarema op die leeftijd al een eind is gekomen. Zelfs de RSZ-kortingen die de overheid toekent om oudere werknemers aan te werven en waardoor ze vaak goedkoper worden dan hun 10 jaar jongere collega's brengt hier geen zoden aan de dijk. Hier spelen de vooroordelen mee van de werkgevers t.a.v. de aanwerving van oudere werknemers.


Zijn oudere werknemers minder productief?

Dat is niet bewezen. Wie de barema's wil aanvallen zwaait steevast met studies van onderzoekers die zouden hebben aangetoond dat de productiviteit afneemt samen met de leeftijd (en dus onrechtstreeks met de anciënniteit). Er zijn echter tal van onderzoeken die het tegendeel bewijzen. Zo deelde een Frans onderzoek de bedrijven op naar productiviteit, van hoog naar laag. Vervolgens peilde men naar de leeftijdspiramide van de werknemers. Wat bleek? Het kwart van de meest productieve bedrijven telde een pak meer medewerkers ouder dan 35 en 45 jaar. In de hoogste leeftijdscategorie was er amper verschil, maar ook die woog zwaarder door in de meest productieve bedrijven. De conclusie was dus tegengesteld: hoe ouder de werknemers, hoe productiever het bedrijf.

Ook op individueel vlak zijn er bepaalde vaardigheden die een vermeende afname in snelheid of kracht compenseren. Denk aan een uitgebreid netwerk, of de ervaring die de jaren met zich mee brengen. Er zijn zelfs argumenten die de stelling ondersteunen dat anciënniteitsverloningen op zich de productiviteit verhogen. 


Hoe beoordelen werknemers de barema's?

Het is een hardnekkig vooroordeel dat verloning via ervaringsbarema's als onrechtvaardig beschouwd wordt. Ook niet door jongeren. Dit blijkt uit diverse recente peilingen. Uit een onderzoek uitgevoerd door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding blijkt dat 9 op 10 werknemers dit mechanisme steunen. Ook de BBTK kwam bij een eigen onderzoek tot dergelijke cijfers. Er is daarbij amper onderscheid tussen jong en oud. Werknemers zien er een terechte beloning in voor de opgebouwde ervaring en de volgehouden beroepsinzet. Het is ook een billijk en transparant systeem.


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek