Op bezoek bij Vlaamse regeringsonderhandelaars

Door: Marc Verboom | Op: 12/06/2014

Gemeenschappelijk memorandum vakbonden

Vandaag konden de vakbonden op de koffie bij de onderhandelaars voor een Vlaamse regering. In een gemeenschappelijk memorandum pleiten de vakbonden voor de sociale noden in Vlaanderen. De vakbonden leggen hiervoor 17 speerpunten voor aan de onderhandelaars, om zo tot een sociaal regeerakkoord te komen. De focus in dit memorandum ligt op de herverdeling en gelijke kansen, en dit in alle beleidsdomeinen. De vakbonden zullen het regeerakkoord en het gevoerde beleid hierop afrekenen.
 
1. Zet in op herverdeling en gelijke kansen in alle beleidsdomeinen. Pas consequent de armoedetoets toe.

2. Programmeer een stevige en kwaliteitsvolle uitbreiding van het zorg- en welzijnsaanbod. Die dit via het niet-commerciële circuit: zorg en winst gaan niet samen. Garandeer de toegang tot het zorg- en welzijnsaanbod door bijdragen te koppelen aan het inkomen en rekening te houden met zorgafhankelijkheid, onder meer door maximumfacturen te hanteren bij thuiszorg en residentiële zorg.

3. Garandeer de continuïteit in de uitbetaling van de kinderbijslag. Alle kinderen hebben een onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag, maar kinderen waarvan de ouders een laag inkomen hebben én in een kwetsbare sociale situatie verkeren (alleenstaande ouders, werklozen, gepensioneerden, personen met een handicap, ...) moeten zich ook in de toekomst zeker verzekerd zien van sociale toeslagen. Zorg er ook voor dat de kinderbijslagen de welvaartsevolutie volgen.
 
4. Voer een ambitieus gelijkekansenbeleid in het onderwijs en realiseer hiertoe in overleg met alle belanghebbenden de onderwijshervorming van het secundair onderwijs die de vorige regering heeft ingezet.

5. Garandeer eindelijk een leerwerkplek voor elke jongere in het deeltijds beroepsonderwijs. Maak werk van de invoering van een sociaal statuut met maximale rechten en bescherming voor al wie leren en werken combineert. Garandeer een kwalificerende werkervaring voor alle jongeren die ongekwalificeerd de school verlaten.

6. Bevorder de tewerkstelling van kortgeschoolden door RSZ-kortingen en geactiveerde uitkeringen te heroriënteren zodat de focus komt te liggen op het investeren in opleiding en op effectieve tewerkstellingskansen voor kortgeschoolden. Regulariseer de tewerkstelling in het stelsel van de gesubsidieerde contractuelen. Geef de werkzoekenden voor wie de arbeidsmarkt geen plaats biedt duurzaam en kwaliteitsvol werk in de sociale economie. Behoud de tewerkstellingskansen via de PWA zolang er voor betrokkenen geen geschikte alternatieven zijn. Dienstencheques moeten een belangrijk instrument in het arbeidsmarktbeleid (niet in de zorg) blijven. Verbeter de arbeidsvoorwaarden van het dienstenchequepersoneel. Beheers de kosten door onder meer de fiscale aftrek te milderen.

7. Maak werk van een billijker rechten- en plichtenverhaal voor werklozen via een actualisering van het decreet 'Handvest van de werkzoekende'. Wie voldoende inspanningen levert maar toch geen werk vindt mag daarvoor niet gestraft worden. Gebrekkige mobiliteit of beperkte toegang tot kinderopvang zijn onrechtvaardige drempels naar werk die moeten worden weggewerkt. Hou in de begeleiding ook rekening met hun welzijsproblematiek via voldoende werk-welzijnstrajecten.

8. Versterk het diversiteitsbeleid via sociale clausules bij overheidsopdrachten en grote subsidieprojecten en door meer dwingende maatregelen aangaande het aanwervingsbeleid van bedrijven, zoals veralgemeende diversiteitsplannen.

9. Maak loopbanen lerend en leefbaar. Opleiding is een individueel recht. Het betaald educatief verlof moet verder versterkt worden zodat werknemers voldoende kansen krijgen om op eigen initiatief arbeidsmarktgerichte en algemenen opleidingen te kunnen volgen tijdens de werktijd. Versterk het recht op loopbaandienstverlening en loopbaanbegeleiding. Erken de vakbonden als het loopbaanloket voor werknemers en werkzoekenden. Zet ook in op werkbaarheid: stimuleer het sociaal overleg om werkbaarheid op te volgen in bedrijven en sectoren en om gepaste acties te nemen.

10. Ga resoluut voor de transitie naar een duurzame economie. Begeleid de transitie via overlegde sectorplannen en stimuleer bedrijven die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen. Koppel in elk geval economische steun aan tewerkstellingscreatie, sociale en ecologische duurzaamheidsvoorwaarden. Zet volop in op energië-efficiëntie en ga voor veel meer hernieuwbare energie. Bewaak de eerlijke verdeling van lusten en lasten in het energiebeleid, onder meer voor de distributienettarieven.

11. Geef een nieuwe start aan het leefmilieubeleid. Pak de luchtvervuiling aan en zorg er voor dat Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid neemt in het klimaatbeleid. Zorg voor een positieve wisselwerking via innovatie en gerichte ondersteuning met onze economische ontwikkeling. Versterk de rol van het middenveld in het milieubeleid.

12. Voer een offensief industriebeleid. Zet in op kwalitatieve competitiviteit: vorming, opleiding, onderwijs en innovatie. Verbind steun stevige met maatschappelijke uitdagingen. Bouw het huidige 'bottom-up' ondersteuningsbeleid af en zet in op activiteiten en niches waar we echt vooruitgang willen boeken. Kies resoluut voor een geïntegreerd maatschappelijk en economisch steunmodel. Zet in op een brede innovatiebenadering. En maak meer ruimte voor actielijnen rond open innovatie, innovatieve arbeidsorganisatie en sociale innovatie. Maak gebruik van nieuwe instrumenten: normering, innovatievriendelijke en duurzame overheidsopdrachten, rechtstreekse participaties.

13. Zorg voor een kwaliteitsvolle woon- en werkomgeving. Versterk het Vlaams woonbeleid. Stimuleer betaalbaar en duurzaam wonen. Stuur de woonbonus bij, zodat gezinnen met lage inkomens het grootste voordeel genieten. Zet sterker in op een duurzaam woon-werkverkeer, onder meer via bedrijfsvervoerplannen, derdebetalersregelingen en overlegde mobiliteitsbudgetten en investeer in duurzame mobiliteitsinfrastructuur, zoals voorstadsnetten.

14. Spreid besparingsafspraken op de nieuwe bevoegdheden over het geheel van de beleidsdomeinen, maar ontzie daarbij de sociale uitgaven zoals sociaal beleid, loopbaanbeleid en onderwijs. Want dat zijn kerntaken van de overheid, ze zijn cruciaal in het voorkomen of remediëren van de vergrijzingslast en voor het verhogen van de participatiegraad.

15. Voorzie bovendien bijkomende middelen via de regionale fiscaliteit door een rechtvaardige inspanning te vragen aan grote vermogens en door bedrijven te responsabiliseren in de transitie naar een duurzamere economie. De progressiviteit mag niet verlaagd worden.

16. Ga voor kwalitatieve en toegankelijke openbare diensten. Vermijd lineaire besparingen en maak binnen de overheidsdiensten werk van overlegde plannen om de kwaliteit en de efficiëntie van de dienstverlening te verhogen. Heb oog voor de budgettaire situatie van lokale en provinciale besturen, want ze spelen een belangrijke rol in het lokale tewerkstellings-, gezondheids- en welzijnsbeleid.

17. Maak de juiste keuze in overleg. Geef het middenveld een stem bij de voorbereiding van het beleid via strategische adviesraden. Betrek het middenveld bij de beleidsuitvoering, zoals de sociale partners bij het beheer van de sociale bescherming. Valoriseer het sociaal overleg in SERV en VESOC, onder meer door het kader te bieden voor tweejaarlijkse werkgelegenheidsakkoorden. En sluit een nieuw VIA-akkoord voor zorg en welzijn af.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek