Het begrip licht arbeidsongeval ingevoerd

Door: Marc Verboom | Op: 18/04/2014

Wijziging wetgeving en procedure


Tot nu toe moest iedere werkgever ieder ongeval dat zich bij één van zijn werknemers voordoet binnen een termijn van 8 dagen aangeven bij de arbeidsongevallenverzekeraar.

Bij KB van 19 maart 2014 wordt in de arbeidsongevallenwetgeving het nieuwe begrip "licht ongeval" ingevoerd en als volgt gedefinieerd: "het ongeval dat noch tot loonverlies, noch tot arbeidsongeschiktheid leidt voor het slachtoffer, maar enkel zorg vereist waarvoor de tussenkomst van een geneesheer niet nodig is en die na het ongeval wordt toegediend op de plaats van uitvoering van de arbeidsovereenkomst".

Voor deze "lichte arbeidsongevallen" is er geen aangifteplicht van de werkgever bij de verzekering arbeidsongevallen vereist.

Indien de gevolgen van dit licht arbeidsongeval nadien verergeren, moet de werkgever alsnog aangifte doen van het ongeval en dit binnen 8 dagen te rekenen vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij wordt geïnformeerd over de verergering van de gevolgen van het licht ongeval.

Gezien deze wijziging legt het KB van 9 maart 2014 de verplichting op om lichte arbeidsongevallen voortaan op te nemen in het EHBO-register (het register van interventies in het kader van eerste hulp). Volgende gegevens moeten in het register worden opgenomen:
  • naam van de werknemer die het ongeval registreert;
  • naam van het slachtoffer;
  • plaats, datum, uur en beschrijving en de omstandigheden van het ongeval of het onwel worden;
  • aard, datum en uur van de interventie;
  • identiteit van eventuele getuigen.

Om te vermijden dat lichte arbeidsongevallen uit de statistieken zouden verdwijnen worden ze opgenomen in het jaarverslag van de preventiedienst.

Ook de wetgeving m.b.t. de bijscholing van hulpverleners (werknemers die opgeleid zijn voor het verlenen van eerste hulp) is aangepast. De tot nu toe jaarlijkse bijscholing rond de basiskennis en basisvaardigheden als hulpverlener wordt op 2 jaar gebracht, op voorwaarde dat de werkgever aantoont:
  • op basis van een voorafgaande risicoanalyse (ter beschikking van de sociale inspectie) en
  • na voorafgaand advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en het CPBW
 
dat een bijscholing georganiseerd om de 2 jaar geen afbreuk doet aan de kennis en vaardigheden waarover een hulpverlener moet beschikken.

Als een hulpverlener niet kan deelnemen aan een geplande bijscholingscursus heeft hij 12 maanden tijd om een andere bijscholingscursus te volgen dan diegene die oorspronkelijk was gepland. Indien hij tijdens deze periode van 12 maanden niet heeft kunnen deelnemen aan een andere sessie wordt deze werknemer niet langer geacht te beschikken over de nodige kennis en vaardigheden om als hulpverlener op te treden.

Deze nieuwe bepalingen treden in voege vanaf 20 april 2014.

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek