Ontslagmotivatie

Door: Marc Verboom | Op: 17/02/2014

Een stap vooruit?

Het akkoord van 10/2/2014 is een aanvulling op de wet van 26/12/2013 waarin een aanvang werd gemaakt met de harmonisatie van het bediende- en arbeidersstatuut. Er is nog helemaal geen eenheidsstatuut. Enkel op het vlak van de opzegtermijnen, carensdag en outplacementbegeleiding bracht deze wet bepaalde veranderingen.

Het aanvullend akkoord van 1/2/2014 voorziet in een motiveringsrecht bij ontslag in hoofde van de werknemer. De werkgever heeft bij ontslag dus geen motiveringsplicht.

Het motiveringsrecht komt in de plaats van artikel 63 van de wet op de arbeidsovereenkomsten, dat enkel van toepassing was op de arbeiders. In geval van onrechtmatig of willekeurig ontslag van een arbeider kon deze bij de arbeidsrechtbank een schadevergoeding afdwingen van 6 maanden loon. Dit artikel 63 wordt met de nieuwe bepalingen afgeschaft.

Bij ontslag kan een werknemer voortaan een ontslagmotivatie vragen aan zijn werkgever en dit via een aangetekend schrijven (binnen de termijn van 2 maanden van het einde van de arbeidsovereenkomst indien een verbrekingsvergoeding werd betaald of binnen een termijn van 6 maanden indien de opzegtermijn moet worden gepresteerd, zonder dat de termijn van 2 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst wordt overschreden). Er zijn 2 mogelijkheden: de werkgever weigert hierop in te gaan of de werkgever geeft wel een motivering. Indien de werkgever weigert in te gaan op de vraag van de werknemer bedraagt de sanctie 2 weken loon. Geeft de werkgever een motivatie (dit moet per aangetekende brief binnen 2 maanden na het verzoek van de werknemer) dan moet deze gebaseerd zijn op één van de volgende criteria:
  • een motief gebonden aan het gedrag van de werknemer;
  • een motief gebonden aan de beroepsbekwaamheid van de werknemer;
  • een motief gebonden de noodzaak voor het bedrijf (economische situatie).

Onnodig te zeggen dat deze begrippen bijna alles dekken.

De werknemer kan de opgegeven motivatie betwisten voor de arbeidsrechtbank. Indien de motivatie niet wordt erkend door de rechtbank kan deze een sanctie van 3 tot 17 weken loon uitspreken.

Deze regeling geldt niet in de volgende gevallen:
  • bij brugpensioen en pensioen;
  • bij collectief ontslag;
  • in geval van sluiting van de onderneming;
  • voor beschermde werknemers;
  • bij uitzendkrachten;
  • in geval van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur en minder dan 6 maand anciënniteit.

De nieuwe wetgeving zou ingaan voor de ontslagen die vallen vanaf 1/4/2014.

Het is te vroeg om te stellen dat dit veel zal veranderen in het ontslagrecht. De praktische toepassing ervan zal dit uitwijzen.
Helemaal overtrokken is dat sommigen dit laten uitschijnen als een mijlpaal of historische stap noemen in de geschiedenis van het ontslagrecht.

Het is een achteruitgang voor de arbeiders (2 weken tegenover 6 maanden).
Waarom zou een werkgever een motivatie geven? Op het niet geven ervan staat slechts een "boete" van 2 weken loon. 
De criteria, waarop een werkgever zich kan beroepen, zijn zeer ruim.
De werknemer moet zijn verhaal halen bij de arbeidsrechtbank en het bewijs van het tegendeel leveren.


 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek