Protocolakkoord 2013 - 2014 logistiek (PC 226)

Door: Marc Verboom | Op: 11/11/2013

Vakbonden en werkgevers van de logistiek (PC 226) zijn het eens geraakt over een sectoraal akkoord voor de periode 2013 - 2014

De sector logistiek groepeert alle ondernemingen van de internationale handel, het transport en logistieke activiteiten. De sector telt meer dan 4.000 bedrijven die samen meer dan 40.000 bedienden en kaderleden tewerkstellen.

Koopkracht

De netto koopkrachtverhoging van 250 euro in ecocheques wordt onverminderd voortgezet. Het betreft hier een forfaitair bedrag onafgezien van het arbeidsregime of de arbeidsduur. De betaling vindt plaats in de maande december (referteperiode is het kalenderjaar).
Deze ecocheques kunnen in de bedrijven in een gelijkwaardig voordeel worden omgezet mits een ondernemingsakkoord af te sluiten voor 15/12/2013. Bestaande ondernemingsakkoorden blijven uiteraard bestaan. Akkoorden voor bepaalde duur kunnen omgezet worden in akkoorden voor onbepaalde duur.

Verplaatsingskosten woon-werkverkeer

De regeling i.v.m. de terugbetaling van het woon-werkverkeer door de werkgever wordt verlengd, mits een aantal verbeteringen:
  • de werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer met eigen vervoer wordt vanaf 1/1/2014 verhoogd met 9%. De tussenkomst van de werkgever is verplicht van zodra de afstand van de woonplaats tot de plaats van tewerkstelling ten minste 1 km bedraagt;
  • indien de bediende gebruik maakt van de trein wordt het derde-betalerssysteem mogelijk gemaakt in de onderneming. Hierbij wordt de tussenkomst van de werkgever in het sociaal abonnement verhoogd tot 80% en neemt de NMBS de overige 20% ten laste.

Een fietsvergoeding ter waarde van 0,22 euro per km wordt mogelijk gemaakt. De praktische modaliteiten moeten op ondernemingsvlak worden vastgelegd. Zij kan niet gecumuleerd worden met een andere tussenkomst in het woon-werkverkeer met een ander eigen vervoermiddel.

Tijdskrediet

De drempel voor gelijktijdige afwezigheid in de onderneming ten gevolge van tijdskrediet blijft op 7% gehandhaafd. Op ondernemingsvlak kan dit % echter via CAO of via het arbeidsreglement verhoogd worden.
De bedienden van 55 jaar en ouder die gebruik maken van het 1/5 tijdskrediet of van het halftijds tijdskrediet worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van deze drempel.
Ook de bedienden van 50 jaar en ouder die gebruik maken van een 1/5 vermindering in het kader van een landingsbaan worden niet aangerekend op de drempel van 7%.

Het recht op voltijds en halftijds tijdskrediet en 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties zonder motief gedurende een equivalent van 12 maanden volledige schorsing van de arbeidsprestaties, op voorwaarde van 2 jaar anciënniteit in de onderneming en 5 jaar loopbaan.

Het recht op 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties mét motief gedurende 36 maanden, op voorwaarde van 2 jaar anciënniteit in de onderneming en een voltijdse tewerkstelling gedurende 12 maanden.
 
Het recht voltijds en halftijds tijdskrediet mét motief gedurende 36 maanden, op voorwaarde van 2 jaar anciënniteit in de onderneming.

Onder tijdskrediet mét motief verstaat men de opvang van kinderen tot 8 jaar, de zorg voor een zwaar ziek familielid, bijstand bij het verlenen van palliatieve verzorging of het volgen van een opleiding. De periode van 36 maanden wordt uitgebreid tot 48 maanden in het geval van bijstand of verzorging van een minderjarig zwaar ziek kind of de zorg dragen voor een gehandicapt kind tot 21 jaar.

Het recht op een landingsbaan (halftijds tijdskrediet of 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties) vanaf 55 jaar en ten minste 25 jaar beroepsloopbaan.

Het recht op een landingsbaan vanaf 50 jaar die hun voltijdse arbeidsprestaties verminderen met 1/5, op voorwaarde van een beroepsloopbaan van 28 jaar.

In geval van 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties bedraagt de aanvullende premie 80 euro per maand vanaf 55 jaar (voor de nieuwe intreders). Diegene die al in het stelsel van 1/5 vermindering zaten vanaf 50 jaar blijven eveneens recht hebben op de verhoogde premie (van 75 tot 80 euro per maand).
De aanvullende premie voor het halftijds tijdskrediet vanaf 55 jaar blijft op 100 euro per maand.

Bij de overgang van het tijdskrediet naar brugpensioen wordt de aanvullende vergoeding brugpensioen die de werkgever dient te betalen bovenop de werkloosheidsuitkering, ongeacht de formule van het tijdskrediet, berekend op het voltijds loon. In geval van collectief ontslag wordt de opzeggingstermijn en de verbrekingsvergoeding, ongeacht de formule van tijdskrediet, berekend op het voltijds loon.

Het opnemen van tijdskrediet mag niet tot gevolg hebben dat in de betrokken diensten de werkdruk toeneemt (te controleren door overlegorganen op bedrijfsvlak elk kwartaal en via jaarlijkse rapportering). Desgevallend moet vervangende tewerkstelling worden overwogen.

Brugpensioen

De volgende brugpensioenstelsels zijn in de sector mogelijk:
  • vanaf 58 jaar (met loopbaan van 38 jaar) tot eind 2014;
  • vanaf 58 jaar (met loopbaan van 35 jaar én gedurende minstens 5 van de laatste 10 jaar of 7 van de laatste 15 jaar een "zwaar beroep" hebben uitgeoefend);
  • vanaf 56 jaar (met loopbaan van 33 jaar waarvan 20 jaar ploegenarbeid met nachtprestaties).

Vorming en opleiding

Het aantal dagen vorming en opleiding over de periode 2013 - 2014 wordt verhoogd van 5,5 naar 6 dagen. Het gaat om een "collectieve pot" van 6 dagen x het aantal bedienden en kaderleden in de onderneming. Dit zou de participatiegraad aan vorming en opleiding moeten verhogen met 5%.

De rapportering gebeurt op het vlak van de onderneming in de geëigende overlegorganen en aan de hand van een gestandardiseerd rapporteringsmodel. In de ondernemingen met een overlegorgaan zal een voorafgaande bespreking plaatsvinden over een globaal opleidingsplan.

Sociaal fonds

De werkgeversbijdrage aan het Sociaal Fonds wordt vastgesteld op 0,50% hetgeen moet toelaten de aanvullende premies tijdskrediet, de aanwervingspremies, de outplacementbegeleiding en de syndicale premie uit te betalen. De syndicale premie zal vanaf 2014 kunnen verhoogd worden van 125 tot 135 euro.

Outplacementbegeleiding

Een werkgroep zal voor 30/6/2014 onderzoeken of de bestaande sectorale regeling inzake outplacement moet worden gewijzigd i.f.v. het wetsontwerp betreffende de nieuwe opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden vanaf 1/1/2014. Hierin is immers sprake om de kost van het outplacement te verrekenen op de opzegvergoeding door 4 weken van de opzegvergoeding in te houden.

Ondertussen blijft de huidige sectorale regeling inzake outplacement behouden.



« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek