Uitbreiding Europese vakantie

Door: Marc Verboom | Op: 10/10/2013

Ook Europese vakantie voor deeltijdsen die meer gaan werken

De uitbreiding van de Europese vakantie wordt geregeld door 2 KB's van 30 augustus 2013 (BS van 13/9/2013 en 17/9/2013).

Voor het basisbericht rond de invoering van de "Europese vakantie" of aanvullende vakantie (ingevoerd door de programmawet van 29/3/2012 en het KB van 19/6/2012 vanaf 1/4/2012) verwijzen we naar ons bericht van 1/7/2012.
Dit recht op aanvullende vakantie werd opgelegd door Europa voor werknemers die geen recht hadden op de volledige 4 weken wettelijke vakantie. Indien werknemers recht hebben op minder dan 4 weken wettelijke vakantie kunnen zij hun wettelijke vakantiedagen voortaan aanvullen tot 4 weken.

Dit recht werd echter enkel toegekend aan de werknemers die voor het eerst als werknemer beginnen te werken of na een periode van volledige onderbreking van de arbeidsprestaties (volledige werkloosheid, ziekteperiode of volledig tijdskrediet).

De hoger vermelde KB's openen dit recht nu ook voor:
  1. de deeltijdse werknemers die overstappen naar een voltijdse job gedurende het vakantiedienstjaar (BS 13/9/2013);
  2. de deeltijdse werknemers waarvan het arbeidsregime (uurrooster) tijdens het vakantiedienstjaar verhoogt met ten minste 20% van het voltijds arbeidsregime t.a.v. het gemiddelde van het deeltijdse arbeidsregime (BS 13/9/2013);
  3. de werknemers na een deeltijds ouderschapsverlof (BS 17/9/2013).

In geval 1 en 2 gaat de deze nieuwe bepaling met terugwerkende kracht in vanaf 1/1/2013. In het derde geval gaat ze met terugwerkende kracht in vanaf 1/4/2012.

Voorbeelden:

Een bediende heeft in 2012 (vakantiedienstjaar) halftijds gewerkt en herneemt een voltijdse job in 2013 (vakantiejaar). Op basis van de prestaties in 2012 heeft hij/zij recht op 10 wettelijke vakantiedagen. Deze dagen kunnen aangevuld worden met 10 aanvullende Europese vakantiedagen om in 2013 te komen tot 20 dagen of 4 weken vakantie.

Een bediende heeft in 2012 (vakantiedienstjaar) 6 maanden 4/5 gewerkt en 6 maanden 3/5. In 2013 werkt betrokkene opnieuw voltijds. Op basis van de prestaties in 2012 heeft hij/zij recht op 14 wettelijke vakantiedagen. Deze kunnen met 6 aanvullende Europese vakantiedagen worden aangevuld tot 20 dagen of 4 weken vakantie.

Een bediende werkte halftijds (= 50% van een voltijdse betrekking) in 2012 (vakantiedienstjaar) en stapt in 2013 (vakantiejaar) over naar een 4/5 uurrooster (= 80% van een voltijdse betrekking). Er is dus sprake van een uitbreiding van het arbeidsregime met 30%. De bediende heeft dus het recht om de 10 wettelijke vakantiedagen op basis van de halftijdse prestaties uit te breiden met 6 aanvullende Europese vakantiedagen (hetgeen overeenstemt met 4 weken vakantie in een 4/5 arbeidsregeling).

Een bediende nam gedurende het hele jaar 2012 (vakantiedienstjaar) 4/5 ouderschapsverlof. In 2013 (vakantiejaar) hervat hij/zij het werk voltijds. Op basis van de prestaties in 2012 heeft de bediende recht op 16 wettelijke vakantiedagen. Deze kunnen uitgebreid worden met 4 aanvullende Europese vakantiedagen.

Opgelet!!!

De wetgeving rond de aanvullende of Europese vakantiedagen voerde wel het recht op de vakantiedagen in, maar niet op het gewone vakantiegeld voor deze dagen. Voor de opgenomen aanvullende vakantiedagen ontvangt men het bedrag dat overeenstemt met het normale loon (alsof men gewerkt had). Het volgende jaar wordt dit bedrag in mindering gebracht van het gewone vakantiegeld waarop men normaal recht heeft. De betaling gaat dus om een "voorschot" of vervroegde betaling, die later in mindering wordt gebracht.


 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek