Naar een harmonisering van de opzegtermijnen arbeiders en bedienden

Door: Marc Verboom | Op: 11/07/2013

Wat houdt dit concreet voor mij in?


1. ik heb een nieuwe arbeidsovereenkomst vanaf 1/1/2014

In de nieuwe regeling betreffende de opzegtermijnen zal vanaf 1/1/2014 geen proefperiode meer bestaan.

De opbouw van de opzegtermijnen verloopt geleidelijk en in verschillende fases (en enkel nog) volgens de anciënniteit bij de werkgever (zie tabel 1):

  • in het 1ste en 2de jaar na indiensttreding verhoogt de opzegtermijn per kwartaal (van 2 weken tot 11 weken);
  • in het 3de, 4de en 5de jaar na indiensttreding komt hier 1 of 2 weken bij (van 12 weken tot 15 weken);
  • vanaf het 6de tot 20ste jaar verhoogt de opzegtermijn met 3 weken per begonnen jaar anciënniteit (tot 62 weken);
  • na 21 jaar anciënniteit komt hier nog eens 1 week per begonnen jaar anciënniteit bij (zonder plafond).


  anciënniteit                    lengte opzeg                   
0 - 1 jaar                                          kwartaal 1 2 weken
  kwartaal 2 4 weken
  kwartaal 3 6 weken
  kwartaal 4 7 weken
1 - 2 jaar kwartaal 5 8 weken
  kwartaal 6 9 weken
  kwartaal 7 10 weken
  kwartaal 8 11 weken
3de jaar   12 weken
4de jaar   13 weken
5de jaar   15 weken
6 - 20 jaar   + 3 weken per jaar                                     
20 jaar   62 weken
> 20 jaar                                                       + 1 week per jaar
tabel 1 : nieuwe opzegtermijnen vanaf 1/1/2014



2. ik heb een arbeidsovereenkomst die dateert tussen 1/1/2012 en 31/12/2013

Men spreekt hier van het "behoud van verworven rechten" op 31/12/2013.

De verworven rechten uit het verleden worden vastgeklikt op 31/12/2013 op basis van de wet van 12/4/2011, hetgeen betekent:

  • voor de bedienden onder de loongrens van 32.254 euro per jaar (2013): 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar;
  • voor de bedienden boven de loongrens van 32.254 euro per jaar (2013): 30 dagen per begonnen jaar met een minimum van 3 maanden (of 91 dagen) per begonnen schijf van 5 jaar.

Vanaf 1/1/2014 bouwt men vanaf 0 jaar anciënniteit verder de opzegtermijn op in het nieuwe stelsel (zie 1) en zoals a.h.v. een aantal voorbeelden weergegeven in onderstaande tabel:


  oud<32.254 euro/jaar nieuw<32.254 euro/jaar oud>32.254 euro/jaar nieuw>32.254euro/jaar  
2 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslagop1/12/2014                                  
3 maanden
=13 weken
3 maanden + 7 weken
=20 weken
3 maanden
=13 weken
3 maanden + 7 weken
=20 weken
2 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2016
3 maanden
=13 weken
3 maanden + 12 weken
=25 weken
3 maanden
=13 weken
3 maanden +12 weken
=25 weken
2 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2020
6 maanden
=26 weken
3 maanden + 21 weken
=34 weken
210 dagen
=30 weken
3 maanden + 21 weken
=34 weken



3. ik heb een arbeidsovereenkomst die dateert van voor 1/1/2012

Ook hier worden de "verworven rechten" op 31/12/2013 behouden.

De verworven rechten uit het verleden worden op 31/12/2013 als volgt vastgeklikt:
  • voor de bedienden onder de loongrens van 32.254 euro per jaar (2013): 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar;
  • voor de bedienden boven de loongrens van 32.254 euro per jaar (2013): de formule Claeys.

Vanaf 1/1/2014 bouwt men vanaf 0 jaar anciënniteit verder de opzegtermijn op in het nieuwe stelsel (zie 1) en zoals a.h.v. een aantal voorbeelden weergegeven in onderstaande tabel:


anciënniteit
ontslagdatum                                       
oud<32.254 euro/jaar                    nieuw< 32.254 euro/jaar oud>32.254 euro/jaar nieuw>32.254 euro/jaar
3 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2014
3 maanden = 13 weken 3 maanden + 7 weken
=20weken                               
3 maanden
=13 weken
91 dagen + 7 weken
=20 weken
3 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2016
6 maanden = 26 weken 3 maanden + 12 weken
=25 weken
6 maanden
=26 weken
91 dagen + 12 weken
=25 weken
3 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2020
6 maanden = 26 weken 3 maanden + 21 weken
=34 weken
10 maanden **
=43,3 weken
91 dagen + 21 weken
=34 weken
7 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2014
6 maanden = 26 weken 6 maanden + 7 weken
=33 weken
8 maanden
=34,64 weken
210 dagen + 7 weken
=37 weken
7 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2016
6 maanden = 26 weken 6 maanden + 12 weken
=38 weken
10 maanden
=60,62 weken 
210 dagen + 12 weken
=42 weken
7 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2020
9 maanden = 39 weken 6 maanden + 21 weken
=47 weken
14 maanden
=60,62 weken
210 dagen + 21 weken
=51 weken
13 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2014
9 maanden = 39 weken 9 maanden + 7 weken
=45,97 weken
14 maanden
=60,62 weken
390 dagen + 7 weken
=62,7 weken
13 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2016
12 maanden = 52 weken 9 maanden + 12 weken
= 50,97 weken
16 maanden
=69,28 weken
390 dagen + 12 weken
=67,7 weken
13 jaar anciënniteit op 31/12/2013
ontslag op 1/12/2020
12 maanden = 52 weken 9 maanden + 21 weken
=59,97 weken
20 maanden
=86,6 weken
390 dagen + 21 weken
=76,7 weken



4. motivering ontslag

Momenteel moet een werkgever het ontslag van een bediende niet motiveren. Hij ontslaat wie en wanneer hij wil, zonder opgave van reden. Alleen in het geval van een ontslag om dringende reden of bij collectief ontslag dient de werkgever een bepaalde procedure te volgen en ligt de bewijslast bij hem.

Tegen 1/1/2014 zullen vakbonden en werkgevers een overeenkomst in de Nationale Arbeidsraad moeten sluiten met betrekking tot het recht van motivering van het ontslag en "een goed HR- beleid".


5. outplacement

Het aanbieden van outplacement (= geheel van begeleidende diensten en adviezen die door een erkend outplacementbureau worden verleend om een werknemer in staat te stellen zelf binnen de kortst mogelijke tijd opnieuw werk te vinden *) is momenteel verplicht bij een ontslag vanaf de leeftijd van 45 jaar.

Voortaan zal een recht op outplacement gelden voor ieder ontslag vanaf het 7de jaar anciënniteit (ongeacht de leeftijd).

De kost van dit outplacement ten belope van 4 weken zal echter verrekend worden op de opzegvergoeding, in zoverre dat de opzegvergoeding wel altijd minstens 6 maanden moet bedragen.
Iemand die ontslagen wordt met een opzegvergoeding ter waarde van 7 maanden zal 6 maanden onder de vorm van een opzegvergoeding uitbetaald krijgen en 1 maand (of 4 weken) outplacement.

Wordt de opzegtermijn gepresteerd dan zal het outplacement opgenomen worden tijdens het wettelijk sollicitatieverlof (2 halve dagen per week).

Men voorziet in de toekomst echter een uitbreiding van dit systeem. Vanaf een opzegtermijn van ten minste 6 maanden wordt de mogelijkheid gecreëerd om slechts 2/3de van de opzegtermijn te laten presteren of als opzegvergoeding te betalen en aan 1/3de van de totale termijn een "andere invulling" te geven met maatregelen die "de inzetbaarheid van de ontslagen werknemer op de arbeidsmarkt kunnen verhogen". Men denkt hierbij aan outplacement en opleidingen.

De sectoren krijgen 5 jaar de tijd om invulling te geven aan mogelijke maatregelen. Het ligt in de bedoeling deze maatregelen via parafiscale weg aantrekkelijk te maken. Dit is echter geen verplichting. Het is ongehoord dat de werknemer zelf zijn ontslag dient te betalen!!!


  
* met o.a. psychologische begeleiding, opmaken persoonlijke balans, onderzoek heroriëntering loopbaan, uitwerken zoekcampagne, sollicitatietraining, logistieke en administratieve ondersteuning, ...

** waarbij we gemakkelijkshalve uitgaan dat de formule Claeys 1 maand opzegtermijn per begonnen jaar anciënniteit geeft (hetgeen niet noodzakelijk strookt met de realiteit, elke situatie moet a.h.v. de parameters loon, leeftijd en anciënniteit uitgerekend worden)
 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek