Arbeiders en bedienden: compromistekst minister van werk

Door: Marc Verboom | Op: 08/07/2013

Hoe kijkt BBTK hiertegen aan?

De compromistekst heeft betrekking op de opzegtermijnen en de carensdagen, de thema's die het arrest van het Grondwettelijk Hof viseerde. BBTK stelt vast dat deze tekst ondertussen door het kernkabinet is bekrachtigd. Wij nemen hier akte van.

BBTK stelt vast dat de tekst vele onduidelijkheden bevat. Deze gaan niet enkel over details. Die zullen de komende tijd moeten weggewerkt worden.

De regeringstekst is en blijft een beslissing van de regering waarover het parlement het laatste woord zal hebben. BBTK geeft een duidelijke appreciatie van de ministriële tekst.

Dat de arbeiders er op vooruitgaan is evident. Het omgekeerde zou schandalig geweest zijn.

Opzegtermijnen

Dat de bedienden in de toekomst een minder voordelig statuut zullen hebben is duidelijk. Er is een duidelijke achteruitgang. Ons pleidooi was er één van een harmonisering naar boven en niet, zoals de werkgevers voorstonden, een harmonisering naar beneden. Het zijn voornamelijk de bedienden met een bruto jaarloon hoger dan 32.500 euro (of ongeveer 2.500 euro bruto per maand) die de prijs van de harmonisering betalen. Het voor alle werknemers voorziene nieuwe regime van opzegtermijnen is grotendeels gebaseerd op het huidige systeem voor de bedienden onder het genoemde loonplafond, met name 3 maanden opzegtermijn per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit. De proefperiode en de daarmee samenhangende opzegtermijn van 7 kalenderdagen wordt afgeschaft en omgezet in een meer geleidelijke groei van de opzegtermijn gedurende de eerste 5 jaar anciënniteit. Dat na 20 jaar anciënniteit de progressie wordt afgevlakt staat dan weer tegenover het feit dat er geen plafonnering is voorzien, hetgeen een belangrijke eis was van BBTK.

Er wordt niet geraakt aan de verworven rechten qua opzegtermijn van de bedienden die op 31 december 2013 in dienst zijn. Dit betekent dat voor de bedienden in dienst voor de invoering van het nieuwe regime op 1 januari 2014 er geen sprake is van bevriezing van hun verworven rechten. Deze worden verder aangevuld met de opbouw van rechten uit het nieuwe systeem.

De arbeiders die nu in dienst zijn worden over een redelijke periode ook in het nieuwe regime geïntegreerd. Op die manier zal er over 4 jaar geen sprake meer zijn van een discriminatie.

Carensdag

De carensdag verdwijnt. Maar de patronale sociale zekerheidsbijdrage erop moet niet worden betaald. BBTK verheugt zich over de afschaffing van de carensdag, maar is uiteraard niet gelukkig met het feit dat dit gedeeltelijk ten laste van de collectiviteit gebeurt (minderopbrengsten voor de RSZ).

Outplacement

BBTK is altijd voorstander geweest van een veralgemening van het outplacement. De door de minister vooropgestelde oplossing is echter niet goed waar zij deze ten koste laat gaan van de opzegvergoeding (indien deze ten minste 7 maanden bedraagt). Het zijn m.a.w. de werknemers zelf die hun outplacement betalen met de kost ervan in mindering te brengen op hun opzegvergoeding.

Streefdoel van BBTK

BBTK heeft altijd het minimum van 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit als streefdoel gesteld en volledig ten laste van de werkgevers. Het compromis van de minister van Werk beantwoordt hier op verschillende punten niet aan:
  • gedurende de eerste 2 jaar evolueert de opzeg met een tragere progressie;
  • op het einde is er de afvlakking (1 week per jaar dienst na 20 jaar dienst);
  • de opzegtermijn voor de hogere bedienden wordt opgeheven in het nieuwe systeem (met uitzondering van de opgebouwde rechten).
Daarenboven wordt er via fiscale en parafiscale weg "smeergeld" gevraagd aan de overheid. Ook hier is de tekst verre van concreet en duidelijk over de omvang. Dus reden te meer om alert te blijven. BBTK betreurt dat de openbare diensten en de sociale zekerheid andermaal zullen lijden onder de oplossingen die het voorstel inhouden.

Het werk is zeker niet af. De komende weken zal ook het wettelijk werk nog moeten gebeuren. BBTK volgt dit nauwgezet op. Enerzijds zal moeten geverifieerd worden dat bij de nog aan te brengen preciseringen er geen sprake is van sociale achteruitgang, anderzijds dat ook de andere nog bestaande discriminaties tussen arbeiders en bedienden worden weggewerkt.


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek