Sociale akkoorden afgesloten in Nationale Arbeidsraad

Door: Marc Verboom | Op: 11/04/2013

Akkoorden rond lastenverlaging, optrekken jongerenlonen en minimumlonen, welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen en flexibiliteit

Uiteindelijk is er op 28 maart 2013 in de Nationale Arbeidsraad (NAR) een totaalakkoord bereikt tussen werkgevers en vakbonden over deelakkoorden die eind februari aan de regering werden voorgelegd.

Lastenverlaging

Het forfaitair bedrag van de structurele bijdrageverminderingen voor werkgevers in de profit-sectoren wordt vanaf 1 april 2013 verhoogd van 400 euro tot 452,50 euro per kwartaal. Vanaf 2014 wordt dit zelfs op 455 euro per kwartaal gebracht. Deze vermindering op de patronale RSZ-bijdrage is geldig voor alle werknemers en is gebudgetteerd op 270 miljoen euro.


Verhoging minimumloon

Het nettoloon van de laagste inkomens wordt vanaf 1 april 2013 verhoogd via het optrekken van de werkbonus met 9 euro per maand. 

Voor bedienden geldt voortaan:
loon lager of gelijk aan 1.501,82 euro: werkbonus van 184 euro per maand (i.p.v. 175 euro).
loon tussen 1.501,82 en 2.385,41: werkbonus wordt berekend volgens de formule 184,00 - (0,2082 x (S - 1.501,82))
waarbij S = refertemaandloon aan 100%

Een bediende met een maandloon van 1.800 euro heeft dus een werkbonus van 121,92 euro i.p.v. 112,92 euro vroeger.
Een bediende met een maandloon van 2.300 euro heeft dus een werkbonus van 17,82 euro i.p.v. 8,82 euro vroeger.


Verhoging jongerenlonen

Voor werknemers jonger dan 21 jaar gelden jongerenlonen, met een degressiviteit van 6% per leeftijdsjaar (zie tabel).
Het ABVV ijvert al lange tijd voor de afschaffing van deze discriminatie. Eindelijk is het zo ver.

Voor jonge werknemers van 18 tot en met 20 jaar met een gewone arbeidsovereenkomst (geen studenten of jongeren in stelsels van alternerend leren) worden de huidige degressieve jongerenlonen in stappen afgeschaft.

Op 1 april 2013 wordt de - 6% op - 4% gebracht.
Op 1 april 2014 wordt de - 4% op - 2% gebracht.
Op 1 januari 2015 behoren de degressieve jongerenlonen tot het verleden.


leeftijd oud %      oud bedrag % 1/4/2013 bedrag 1/4/2013* % 1/4/2014 bedrag 1/4/2014*
20 jaar      94%         1.411,70      96%                     1.441,74               98%                     1.471,78               
19 jaar 88%                      1.321,60                   92% 1.381,67                96% 1.441,74
18 jaar 82% 1.231,49 88% 1.321,60 94% 1.411,71

 * berekening op basis van de huidige bedragen (zonder rekening te houden met toekomstige stijgingen en indexeringen)

Bovendien zijn deze percentages voortaan dwingend. De sectoren kunnen dus geen jongerenlonen vastleggen die lager zijn (hetgeen tot nu toe wel mogelijk was).


Flexibiliteit

De interne grens voor het toekennen van inhaalrust bij overschrijdingen van de arbeidsduur wordt automatisch verhoogd tot 78 uur voor een referteperiode van een kwartaal en tot 91 uur voor een referteperiode van 12 maanden.

De grens voor de keuze tussen het nemen van inhaalrust of het betalen van de toeslag wordt automatisch opgetrokken tot 91 uur per kalenderjaar.

De nieuwe wettelijke grenzen van 78 en 91 uur kunnen opgetrokken worden tot 130 uur. De sectoren krijgen tot 1 november 2013 de tijd om hierrond een sectoraal akkoord af te sluiten. Daarna zijn ook ondernemingsakkoorden mogelijk. Bovendien kan de grens van 130 tot 143 uur verhoogd worden via een sectorale CAO.


Verlenging brugpensioenstelsel

Het brugpensioenstelsel van 56 jaar met 33 jaar loopbaan en 20 jaar nachtarbeid kan verlengd worden in de sectoren en/of bedrijven.


Andere verlengingen

Worden eveneens verlengd:
  • systeem van innovatiepremies;
  • werkgeversbijdrage van 0,10% voor risicogroepen;
  • werkgeversbijdrage van 0,05% voor opvolging en begeleiding werklozen;
  • de overheidstussenkomst in het derdebetalerssysteem voor het woon-werkverkeer met het openbaar vervoer.

Welvaartsvastheid sociale uitkeringen

De minima en laagste sociale uitkeringen worden verhoogd. het gaat om de minimumpensioenen en oudere pensioen, de minimum ziekte-uitkeringen, de minimum en forfaits van de beroepsziekten en arbeidsongevallen en de minima en forfaits van de werkloosheidsuitkeringen.

Ook de maxima of berkeningsplafonds worden opgetrokken zodat het verband tussen het laatst verdiende loon en de uitkering bewaard wordt.

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek