Campagne "Een goed contract"

Door: Marc Verboom | Op: 03/02/2013

Verschillen tussen arbeiders en bedienden: tijd voor een oplossing

In ons land speelt het een grote rol of je bediende of arbeider bent. Het heeft namelijk heel wat gevolgen voor je dagelijks werk.

De BBTK wil die verschillen weg. We hebben daar duidelijke oplossingen voor. En dat voor elk onderscheid. Deze zijn redelijk voor alle betrokken partijen: arbeiders, bedienden en werkgevers.

De huidige wetgeving moet dit jaar nog gewijzigd worden, voor 8 juli, athans wat betreft de carensdag en de opzegtermijnen. Dat heeft de hoogste rechtbank in ons land beslist. Maar de bestaande verschillen zijn groot. Het zijn er ook erg veel. Ze wegkrijgen zal stap voor stap gebeuren. Maar we moeten knopen doorhakken.

Nu beslissen betekent niet dat alle verschillen van de ene dag op de andere zullen verdwijnen. Dat kan zelfs niet. Bedrijven moeten de tijd krijgen zich aan te passen. De BBTK pleit voor het optrekken van de opzegtermijnen van de arbeiders naar die van de bedienden. Maar we weten dat dit stap voor stap moet gebeuren. We stellen 10 jaar voor, al mag dat voor ons sneller.

Ook voor bijvoorbeeld de uitbetaling van het vakantiegeld, dat bij arbeiders gebeurt door vakantiekassen, zal een overgangsperiode noodzakelijk zijn. Net als voor de talrijke andere verschillen ...

Er zijn er die dromen om op 8 juli van dit jaar van een wit blad te kunnen beginnen. Dat soort commentaren komen vooral van wie de rechten van de bedienden wil afbreken of het ontslag voor de werkgever goedkoper wil maken.

Je rechten bij ontslag ... wat zal er veranderen?

Elk ontslagen werknemer heeft recht op een opzegtermijn. Dat is de termijn die je werkgever je nog moet laten presteren (of waarvoor hij je uitbetaalt) na de beslissing en mededeling van ontslag. Zo krijg je tijd om ander werk te zoeken. Als dat niet lukt, beland je na je opzegtermijn in de werkloosheid.

Op dit moment is er een groot verschil tussen de opzegtermijn van arbeiders en bedienden. Dat is onrechtvaardig.
 
BBTK wil die verschillen weg. De arbeiders moeten vanaf midden dit jaat naar het niveau van de bedienden toe groeien. En de ontslagbescherming voor de bedienden moet behouden blijven. Iedereen heeft recht op dezelfde bescherming.

Maar we moeten opletten: sommigen willen nu de rechten van de bedienden afbouwen. En hun opzegtermijn stevig inkorten of de kost ervan voor de werkgever verminderen.

In België is het nu al erg eenvoudig om een werknemer te ontslaan. De opzegtermijn inkorten betekent dat je sneller terugvalt op de werkloosheid als je geen werk vindt. Bedienden vormen meer dan de helft van het aantal werknemers, het is normaal dat arbeiders dezelfde rechten verdienen als hun collega's.

Hoe zit het nu?
  • bedienden die minder verdienen dan 32.254 euro per jaar hebben recht op een opzegtermijn van 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit in de onderneming;
  • bedienden die meer verdienen dan dit loonplafond krijgen 1 maand opzegtermijn per jaar anciënniteit;
  • arbeiders krijgen veel minder, zelfs na 20 jaar dienst is het nog minder dan 4 maanden.

Onze oplossing om de verschillen weg te werken:
  • de opzegtermijn van de arbeiders groeit in stappen naar 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar;
  • het loonplafond waarboven de regel van 1 maand per jaar geldt, wordt opgetrokken naar het reële gemiddelde bruto loon;
  • na een overgangsperiode van 10 jaar, maar dat kan korter, zitten alle werknemers in een zelfde opzegregeling:
    • 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit met een bruto jaarloon lager dan 43.194 euro;
    • 1 maand per jaar anciënniteit indien het bruto jaarloon hoger is dan 43.194 euro.

Ziekte en ongeval: welke veranderingen staan voor jou op stapel?

Een werknemer die arbeidsongeschikt is geniet een aantal rechten. Op dit ogenblik bestaan er dit vlak verschillen tussen wat er voor bedienden en voor arbeiders van toepassing is.

In geval van ziekte of ongeval blijft een bediende gedurende de eerste 30 dagen afwezigheid verder een normaal inkomen ontvangen (het zogenaamde gewaarborgd loon). Momenteel wordt dat voor de bediende volledig door de werkgever betaald. Bij arbeiders (maar ook voor bedienden die nog in hun proefperiode zijn of nog geen 3 maanden met een contract voor bepaapde duur) is dat anders. Vanaf de 8ste dag ongeschiktheid betaalt de werkgever maar een deel van het inkomen meer en een deel wordt betaald door het ziekenfonds.

Op dit ogenblik hebben arbeiders (en ook bepaalde bedienden - zie hierboven) geen recht op loon voor de eerste dag afwezigheid (carensdag) in het geval van een arbeidsongeschiktheid die korter is dan 14 dagen. Die regel is niet rechtvaardig want in feite worden bepaalde werknemers benadeeld omdat ze om gezondheidsredenen afwezig zijn. In heel wat sectoren werden in het verleden al akkoorden gesloten om de carensdag af te schaffen of de toepassingsvoorwaarden ervan te beperken.

Onze concrete oplossingen:
  • de algemene afschaffing van de carensdag voor alle werknemers;
  • 1 maand gewaarborgd loon voor alle werknemers volledig ten laste van de werkgever.

Meer info op www.goedcontract.be

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek