Nieuwe reglementering tijdskrediet

Door: Marc Verboom | Op: 10/09/2012

Nieuwe regeling in voege vanaf 1 september 2012

CAO 103 van 27 juni 2012 en het KB van 25 augustus 2012 (BS 31/8/2012) leggen de nieuwe regels voor het tijdskrediet vast.
De nieuwe reglementering is van toepassing op alle aanvragen van de werknemer vanaf 1 september 2012.

Voortaan spreekt men van 3 vormen van tijdskrediet:
  • tijdskrediet zonder motief;
  • tijdskrediet met motief;
  • landingsbanen.

1. Tijdskrediet zonder motief


Het recht op tijdskrediet zonder motief wordt voortaan beperkt tot de duur van een voltijds equivalent van maximaal 12 maanden over de hele loopbaan. Het tijdskrediet zonder motief kan bijgevolg als volgt worden opgenomen:
  • gedurende 12 maanden als volledige schorsing van de arbeidsprestaties (voltijds tijdskrediet);
  • gedurende 24 maanden als halftijdse vermindering van de arbeidsprestaties (halftijds tijdskrediet);
  • gedurende 60 maanden als 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties (1/5 tijdskrediet).

Het recht wordt voortaan pas geopend indien men op het ogenblik van de schriftelijke aanvraag 24 maanden anciënniteit heeft in de onderneming én 5 jaar beroepsloopbaan heeft als loontrekkende.
Deze anciënniteitsvoorwaarden gelden niet voor werknemers die dit tijdskrediet nemen dat onmiddellijk aansluit op het ouderschapsverlof, nadat zij het recht op ouderschapsverlof voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput.

Er is geen tewerkstellingsvoorwaarde bij een volledige schorsing. Bij een halftijdse vermindering is een tewerkstelling van 12 maanden in een arbeidsregeling van minstens 3/4 van de voltijdse arbeidsduur vereist. Bij een 1/5 vermindering is een voltijdse tewerkstelling van 12 maanden in een arbeidsregeling over minstens 5 dagen per week vereist.

Bij een volledige schorsing en een halftijdse vermindering is de minimumperiode waarin het tijdskrediet dient opgenomen te worden 3 maanden. Bij een 1/5 vermindering is de minimumperiode 6 maanden. Tenzij in beide gevallen een kleinere fractie overblijft.


2. Tijdskrediet met motief

Er is een bijkomend recht (dus bovenop het tijdskrediet zonder motief) voor tijdskrediet met motief. Tijdskrediet zonder motief en tijdskrediet met motief zijn dus cumuleerbaar.

Het recht op tijdskrediet met motief is beperkt tot maximaal 36 of 48 maanden naargelang het motief:
  • opvoeding van een kind tot 8 jaar (36 maanden);
  • medische bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid (36 maanden);
  • bijstand verlenen bij palliatieve zorgen (36 maanden);
  • volgen van bepaalde opleidingen (36 maanden);
  • bijstand of verzorging van een minderjarig zwaar ziek kind (48 maanden);
  • zorg dragen voor een gehandicapt kind tot 21 jaar (48 maanden).

De periodes van het tijdskrediet met motief zijn onderling niet cumumleerbaar (en worden dus op elkaar verrekend).

Het recht wordt pas geopend indien men 24 maanden anciënniteit heeft in de onderneming. Deze anciënniteitsvoorwaarde geldt niet voor werknemers die dit tijdskrediet nemen dat onmiddellijk aansluit op het ouderschapsverlof, nadat het recht op ouderschapsverlof is uitgeput voor alle rechthebbende kinderen.

Er is geen tewerkstellingsvoorwaarde bij een volledige schorsing. Bij een halftijdse vermindering is een tewerkstelling van 12 maanden in een arbeidsregeling van minstens 3/4 van de voltijdse arbeidsduur vereist. Bij een 1/5 vermindering is een voltijdse tewerkstelling van 12 maanden in een arbeidsregeling over minstens 5 dagen per week vereist.

Opgelet: het opnemen van tijdskrediet met motief onder de vorm van 1/5 vermindering is een recht. Een halftijdse vermindering of volledige schorsing kan enkel indien hierover een CAO is afgesloten op het niveau van de sector of de onderneming. CAO's afgesloten in het kader van de vroegere reglementering (CAO 77bis) worden hiervoor in aanmerking genomen. 


3. Landingsbanen

Het gaat om een halftijdse vermindering van de arbeidsprestaties of een vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5.

De leeftijdsvoorwaarde is verhoogd van 50 tot 55 jaar.

Het recht wordt pas geopend indien men 24 maanden anciënniteit heeft in de onderneming (maar kan in onderling overleg tussen werknemer en werkgever ingekort worden). De beroepsloopbaanvoorwaarde is opgetrokken van 20 tot 25 jaar.

Bij een halftijdse vermindering is een tewerkstelling van 24 maanden in een arbeidsregeling van minstens 3/4 van de voltijdse arbeidsduur vereist. Bij een 1/5 vermindering is een voltijdse tewerkstelling van 24 maanden in een arbeidsregeling over minstens 5 dagen per week of een tewerkstelling in een 4/5 regeling in het kader van het tijdskrediet vereist.

Uitzonderingen met leeftijd vanaf 50 jaar

In de volgende situaties blijft de aanvangsleeftijd op 50 jaar:
  • de werknemer is actief geweest in een zwaar beroep én het beroep komt tegelijk voor op de lijst met knelpuntberoepen én voor verpleegkundigen en verzorgenden in ziekenhuizen en rusthuizen; in deze gevallen is een halftijdse vermindering vanaf 50 jaar mogelijk;
  • de werknemer is actief geweest in een zwaar beroep of de werknemer bewijst een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar; in deze gevallen is een 1/5 vermindering vanaf 50 jaar mogelijk;
  • tijdens de periode van erkenning als bedrijf in moeilijkheden en/of herstructurering; in dit geval is een halftijdse en 1/5 vermindering vanaf 50 jaar mogelijk;
  • een werknemer van ten minste 50 jaar die reeds in tijdskrediet was (op basis van de oude CAO 77bis) maar dit niet had aangevraagd tot aan de pensioenleeftijd en deze aanvraag doet bij de eerstvolgende aanvraag tot verlenging (éénmalige mogelijkheid).


4. Verrekeningen met vroegere periodes tijdskrediet

De periodes in het verleden opgenomen in het kader van loopbaanonderbreking en -vermindering (tot 31/12/2001) en de periodes van tijdskrediet (vanaf 1/1/2002) worden in principe in mindering gebracht van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief (= 1 jaar voltijds equivalent). Met een eventueel negatief saldo wordt echter geen rekening gehouden.

Indien de werknemer een onbetwistbaar bewijs kan voorleggen dat de vroegere periode van schorsing of vermindering voor één van de hoger vermelde motieven werd opgenomen dan brengt men de vroegere periodes in mindering van de duur van 36 of 48 maanden. Eerder genomen thematische verloven worden nooit in mindering gebracht van het tijdskrediet zonder of met motief.


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek