Economische werkloosheid voor bedienden structureel vanaf 2012

Door: Marc Verboom | Op: 11/12/2011

Vanaf 1 januari 2012 wordt ingevolge een regeringsbeslissing de economische werkloosheid voor bedienden structureel

De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten werd aangevuld met een nieuw hoofdstuk (artikel 77/1 tot en met 77/7) onder de benaming "schorsing van de arbeidsovereenkomst van de bedienden wegens gebrek aan werk".

Schorsing wegens gebrek aan werk

Het kan gaan om een volledige of een gedeeltelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst.

De duur van de schorsing van de arbeidsovereenkomst mag per kalenderjaar niet meer bedragen dan 16 weken voor een volledige schorsing (= alle dagen van de week).

In het kader van een gedeeltelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst mag de duur van de schorsing niet meer bedragen dan 26 weken per kalenderjaar. In het kader van een gedeeltelijke schorsing moet de arbeidsregeling ten minste 2 werkdagen per week tellen.

Wat de deeltijdse werknemers betreft moet voor de toepassing van minstens 2 werkdagen per week rekening worden gehouden met de arbeidsregeling van een voltijdse werknemer in een gelijkaardige functie en niet met de deeltijdse arbeidsregeling. Hierdoor is het mogelijk dat een deeltijdse werknemer geen enkele dag in de week werkt.

Een combinatie van beide regelingen is mogelijk. In dat geval staat 1 kalenderweek voltijdse schorsing gelijk met 2 kalenderweken in een regeling van een gedeeltelijke schorsing.

Economische werkloosheid voor bedienden mag niet worden toegepast zolang de bediende recht heeft op compensatierust ten gevolge van het presteren van overuren of het werken op zon- en feestdagen.


In welke bedrijven?

Economische werkloosheid voor bedienden kan enkel ingevoerd worden in "bedrijven in moeilijkheden". D.w.z. als aan 1 van de volgende criteria is voldaan:
  • een daling van minimum 10% van de omzet;
  • een daling van minimum 10% van de productie;
  • een daling van minimum 10% van de bestellingen;
  • wanneer het aantal dagen economische werkloosheid voor arbeiders minstens 10% bedraagt van het totaal aantal aan de RSZ aangegeven dagen.
Het refertejaar is 2008. Als een bedrijf bedienden in economische werkloosheid wil plaatsen in de loop van het 1ste kwartaal van 2012, moet het de moeilijkheden bewijzen door de omzet, de productie of de bestellingen van één van de kwartalen in 2011 te vergelijken met de omzet, de productie of de bestellingen met het overeenstemmende kwartaal in 2008.


Procedure tot invoering

De schorsing van de arbeidsovereenkomst van de bedienden wegens gebrek aan werk kan worden ingevoerd via een CAO of een bedrijfsplan.

Bij gebrek aan een sectorale CAO kunnen de bedrijven met syndicale afvaardiging een bedrijfs-CAO afsluiten. Als het sociaal overleg mislukt kunnen die bedrijven, binnen 2 weken na het opstarten van de onderhandelingen, ervoor kiezen om een bedrijfsplan in te dienen.

De bedrijven zonder syndicale afvaardiging kunnen ofwel een bedrijfs-CAO afsluiten, ofwel kiezen voor een bedrijfsplan.

De CAO of het bedrijfsplan moeten vermelden:
  • dat ze gesloten worden in het kader van artikel 77/1 en volgende van de wet van 3 juli 19878;
  • de duur van de volledige of gedeeltelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden;
  • het bedrag van de aanvullende vergoeding (zie verder);
  • de maatregelen tot het maximaal behoud van de tewerkstelling.

en worden neergelegd op de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegeneheid, Arbeid en Sociaal Overleg.


Formaliteiten

De werkgever moet vooraf aan de RVA het bewijs leveren dat hij zich in moeilijkheden bevindt. Daartoe moet hij op het formulier C106A de elementen vermelden die de moeilijke economische toestand van het bedrijf aantonen (verminderde bestellingen, productie of omzet of dagen economische werkloosheid bij arbeiders). Hij moet dit document ten minste 14 dagen per aangetekend schrijven overmaken aan de RVA. Diezelfde dag moet hij een kopij van de brief overmaken aan de ondernemingsraad of aan de syndicale delegatie.

Deze termijn laat de RVA toe om te controleren dat het bedrijf voldoet aan de gestelde voorwaarden om de economische werkloosheid in te voeren.

Zodra de RVA de werkgever heeft ingelicht dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet, kan hij een regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens gebrek aan werk betekenen aan de bedienden. Deze kennisgeving moet ten minste 7 dagen op voorhand gebeuren door aanplakking of door een individuele kennisgeving aan iedere bediende. Deze kennisgeving moet vermelden:
  • de identiteit van de bedienden die in economische werkloosheid worden geplaatst;
  • het aantal schorsingsdagen en de data waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst;
  • de datum waarop de regeling ingaat en de datum waarop ze een einde neemt.

De werkgever die de regels met betrekking tot de kennisgeving niet naleeft is gehouden de bedienden het loon te betalen tijdens een periode van 7 dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de arbeidsovereenkosmt. Als de werkgever de betekende duur overschrijdt moet hij het loon betalen voor de schorsingsdagen die buiten de aangegeven periode vallen.


Bedrag van de werkloosheidsuitkeringen

De bediende ontvangt een uitkering voor tijdelijke werkloosheid gelijk aan 70% (samenwonend) of 75% (alleenstaand of gezinshoofd) van het bruto maandloon begrensd op 2.324,21 euro.

Voor een deeltijds werkende bediende die naast zijn deeltijds loon ook een inkomensgarantie-uitkering ontvangt, worden de werkloosheidsuitkeringen berekend op basis van het dagbedrag dat dient om de inkomensgarantie-uitkering te berekenen (en niet op basis van de voornoemde percentages).

Er wordt geen uitkering tijdelijke werkloosheid toegekend voor:
  • feestdagen die in een periode van economische werkloosheid vallen;
  • dagen binnen een periode van economische werkloosheid waarop de bediende arbeidsongeschikt is (voor die dagen zal de bediende recht hebben op vergoedingen van het ziekenfonds).

De RVA houdt 18,75% bedrijfsvoorheffing in op het bedrag van de uitkering tijdelijke werkloosheid.


Bedrag van de aanvullende vergoeding

Bovenop de werkloosheidsuitkering heeft de bediende ook recht op een aanvullende vergoeding die wordt betaald door de werkgever of door een Fonds voor Bestaanszekerheid. Deze aanvullende vergoeding wordt vastgelegd in een CAO of in een bedrijfsplan.

In een CAO moet het bedrag van de aanvullende vergoeding gelijk zijn aan het bedrag dat aan de arbeiders in het bedrijf wordt toegekend, zonder dat ze minder bedraagt dan 2 euro per niet-gewerkte dag.

Als de werkgever geen arbeiders tewerkstelt moet het bedrag van de aanvullende vergoeding minstens gelijk zijn aan het bedrag dat voor de arbeiders is vastgelegd in een sectorale CAO gesloten in het paritair comité waaronder de werkgever zou vallen indien hij arbeiders zou tewerkstellen. De aanvullende vergoeding moet minstens 2 euro per niet-gewerkte dag bedragen.

Bij gebrek aan een CAO moet de aanvullende vergoeding minstens 2 euro per niet-gewerkte dag bedragen.

Een aanvullende vergoeding in een bedrijfsplan moet minstens 5 euro per niet-gewerkte dag bedragen. De Commissie Ondernemingsplannen kan unaniem een afwijking toestaan op voorwaarde dat het bedrijf op dit punt een akkoord heeft gesloten met alle bedienden van het bedrijf en het bedrijf aantoont dat er daadwerkelijk overleg heeft plaatsgevonden met alle bedienden van het bedrijf. De Commissie Ondernemingsplannen kan echter geen bedrag voorzien dat lager is dan 2 euro per niet-gewerkte dag.

De aanvullende vergoeding is vrijgesteld van RSZ bijdragen en inhoudingen maar is wel onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing van 18,75%.


Statuut en rechten van de bedienden

Er verandert niets aan de oorspronkelijke voltijdse of deeltijdse arbeidsovereenkomst van de bediende. Men behoudt dus de rechten die verbonden zijn aan deze arbeidsovereenkomst.

De gelijkstelling van bepaalde rechten op het vlak van de sociale zekerheid en het arbeidsrecht (jaarlijkse vakantie, arbeidsongevallen, beroepsziekten, tijdskrediet, ...) moet nog in aparte wetteksten worden geregeld. Sommige gelijkstellingen kunnen bij CAO worden voorzien (eindejaarspremie, groepsverzekering, ...).

Voor het recht op pensioen worden de periodes van tijdelijke werkloosheid gelijkgesteld.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek