Wijziging opzeggingstermijnen bedienden vanaf 2012

Door: Marc Verboom | Op: 07/12/2011

Ingevolge een regeringsbeslissing wijzigen de opzeggingstermijnen voor bedienden in bepaalde gevallen vanaf 1 januari 2012

De nieuwe regels die de regering éénzijdig heeft ingevoerd gelden enkel voor:
  • werkgevers en bedienden die een arbeidsovereenkomst sluiten die ten vroegste aanvangt op 1 januari 2012;
  • de bediende met een jaarloon dat hoger ligt dan 31.467 euro (bedrag geldig in 2012).
Met jaarloon bedoelt men niet alleen het bruto maandloon, omgerekend naar een periode van een jaar, maar is eveneens met inbegrip van het dubbel vakantiegeld, de eindejaarspremie en alle voordelen krachtens de arbeidsovereenkomst (bv. werkgeversaandeel in de maaltijdcheques, ecocheques, werkgeversbijdrage in de groepsverzekering of pensioenfonds, werkgeversbijdrage in de hospitalisatieverzekering, voordeel van een bedrijfswagen, ...).


1. BEDIENDEN MET EEN ARBEIDSOVEREENKOMST DIE BESTOND VOOR 1/1/2012

Voor de bedienden die een arbeidsovereenkomst hadden voor 1/1/2012 verandert er niets. Voor hen blijven de huidige regels omtrent de opzeggingstermijnen van toepassing. We zetten de huidige regels nog eens op een rij.

De duur van de opzeggingstermijnen voor bedienden hangt af van het jaarloon en de anciënniteit van de bediende in de onderneming.


1.1 Bedienden met een jaarloon tot 31.467 euro (bedrag voor 2012)

Voor de bedienden met een jaarloon tot 31.467 euro bedraagt de opzeggingstermijn 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit in de onderneming.

anciënniteit                                          opzegging door werkgever                   opzegging door bediende         
< 5 jaar 3 maanden 1,5 maand
5 - 10 jaar 6 maanden 3 maanden
10 - 15 jaar 9 maanden 3 maanden
15 - 20 jaar 12 maanden 3 maanden
20 - 25 jaar 15 maanden 3 maanden
per bijkomende schijf van 5 jaar 3 bijkomende maanden 3 maanden


1.2 Bedienden met een jaarloon tussen 31.467 en 62.934 euro (bedragen voor 2012)

Bij bedienden met een jaarloon tussen 31.467 en 62.934 euro moet de opzeggingstermijn worden vastgelegd in onderling akkoord tussen de werkgever en de bediende. De overeenkomst over de duur van de opzeggingstermijn kan in principe ten vroegste worden gesloten op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven. Bij het vastleggen van de opzeggingstermijn moet in ieder geval de minimum- en maximumduur gerespecteerd worden (zie tabel).


anciënniteit opzegging door werkgever opzegging door bediende
< 5 jaar minimum 3 maanden maximum 4,5 maanden
5 - 10 jaar minimum 6 maanden maximum 4,5 maanden
10 - 15 jaar minimum 9 maanden maximum 4,5 maanden
15 - 20 jaar minimum 12 maanden maximum 4,5 maanden
20 - 25 jaar minimum 15 maanden maximum 4,5 maanden
per bijkomende schijf van 5 jaar minimum 3 bijkomende maanden maximum 4,5 maanden


Als de werkgever en de bediende geen akkoord kunnen bereiken, bepaalt de rechter de opzeggingstermijn. De arbeidsrechtbank zal zich eventueel laten leiden door één of andere berekeningsformule. De meest gebruikte is de formule Claeys. In deze formule wordt rekening gehouden met de leeftijd, de anciënniteit en het jaarloon van de bediende.


2. BEDIENDEN MET EEN NIEUWE ARBEIDSOVEREENKOMST VANAF 1/1/2012


2.1 Bedienden met een jaarloon tot 31.467 euro (bedrag voor 2012)

Voor de bedienden met een jaarloon tot 31.467 euro verandert er niets. De opzeggingstermijnen blijven onveranderd op 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit in de onderneming (zie tabel onder 1.1).

2.2 Bedienden met een jaarloon tussen 31.467 en 62.934 euro (bedragen voor 2012)

Voor deze categorie van bedienden veranderen de opzeggingstermijnen vanaf 1 januari 2012 indien het gaat om een nieuwe arbeidsovereenkomst die ingaat vanaf 1 januari 2012. Niet de datum van het sluiten van de arbeidsovereenkomst is van belang, wel de datum van begin van uitvoering. Een arbeidsovereenkomst die op 15 december 2011 tussen een werkgever en een bediende werd ondertekend met het oog op een indiensttreding vanaf 2 januari 2012 valt onder het toepassing van de nieuwe bepalingen.

Als de partijen reeds voor 1 janauri 2012 gebonden waren door een andere arbeidsovereenkomst, zijn de nieuwe regels slechts van toepassing indien er tussen de opeenvolgende arbeidsovereenkomsten een onderbreking van meer dan 7 kalenderdagen was. Als de onderbrekingsperiode minder dan of maximum 7 dagen bedraagt en de voorafgaandelijke arbeidsoverenkomst voor 1 januari 2012 startte, dan gelden de oude regels (zie 1.2).

De nieuwe opzeggingstermijnen worden voortaan uitgedrukt in kalenderdagen.

Vanaf 1 januari 2012 wordt een opzeggingstermijn toegekend van 30 kalenderdagen per begonnen jaar anciënniteit met een minimum van 3 maanden (= 91 kalenderdagen) per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit. De opzeggingstermijn mag dus niet korter zijn dan die van de lagere looncategorie tot 31.467 euro (zie 1.1).

De nieuwe regels leggen absolute termijnen vast. Er is geen sprake meer van overleg tussen partijen of rechterlijke bevoegdheid. De formule Claeys en andere formules verliezen dus hun nut voor de bedienden met een nieuwe arbeidsovereenkomst vanaf 1/1/2012. In de sectoren (paritaire comités) kunnen bovendien geen CAO's worden afgesloten die afwijken van de nieuwe wettelijke opzeggingstermijnen.


anciënniteit opzegging door werkgever
< 3 jaar 91 kalenderdagen
3 - 4 jaar 120 kalenderdagen
4 - 5 jaar 150 kalenderdagen
5 - 6 jaar 182 kalenderdagen
6 - 7 jaar 210 kalenderdagen
7 - 8 jaar 240 kalenderdagen
per jaar anciënniteit 30 bijkomende kalenderdagen


anciënniteit opzegging door bediende
< 5 jaar 45kalenderdagen
5 - 10 jaar 90 kalenderdagen
> 10 jaar 135 kalenderdagen
> 15 jaar en jaarloon hoger dan 62.934 euro 180 kalenderdagen


3. BIJKOMENDE REGELS M.B.T. DE OPZEGGINGSTERMIJNEN

De anciënniteit wordt bepaald in functie van de verworven anciënniteit op het ogenblik dat de opzeggingstermijn ingaat.

Net zoals in de oude regeling is de partij die de opzeggingstermijn niet respecteert een verbrekingsvergoeding verschuldigd aan de tegenpartij die overeenstemt met de te presteren opzeggingstermijn.

De nieuwe opzeggingstermijnen worden uitgedrukt in kalenderdagen. Voor de berekening van de verbrekingsvergoeding is de omrekening van een forfaitair maandloon naar een "kalenderdagloon" bijgevolg noodzakelijk. De omzetting gebeurt volgens de formule:
lopend maandloon + voordelen krachtens overeenkomst x 3
91 kalenderdagen (13 weken x 7 kalenderdagen)
 
De samenstelling gebeurt volgens de oude principes. Indien het lopende loon geheel of gedeeltelijk variabel is, wordt hiervan een gemiddelde genomen over de 12 voorafgaande maanden. Ook allerhande voordelen in uitvoering van de arbeidsovereenkomst (maaltijdcheques, werkgeverstussenkomst in groepsverzekering of pensioenfonds, werkgeverstussenkomst in hospitalisatieverzekering, werkgeversbijdrage bedrijfswagen, ...) worden in aanmerking genomen om het loon te bepalen.

Voor bedienden die eerder bij dezelfde werkgever in dienst waren als uitzendkracht zal in het geval van ontslag door de werkgever, onder bepaalde voorwaarden, rekening moeten gehouden worden met de anciënniteit verworven als uitzendkracht. Die voorwaarden zijn:
  • de aanwerving als bediende volgt op een periode van tewerkstelling als uitzendkracht bij dezelfde werkgever/gebruiker; er mag een onderbreking zijn van maximum 7 kalenderdagen;
  • de bediende oefent dezelfde functie uit als tijdens de periode als uitzendkracht;
  • de voorafgaande periode als uitzendkracht moet ononderbroken zijn (onderbrekingen van maximum 7 kalenderdagen doen hier geen afbreuk aan);
  • om de totale anciënniteit als uitzendkracht te berekenen moet niet alleen rekening gehouden worden met de periodes die gedekt zijn door een overeenkomst voor uitzendarbeid maar ook met tussenliggende periodes van inactiviteit (voor zover deze periodes 7 kalenderdagen niet overschrijden);
  • de anciënniteit die volgens bovenstaande regels als uitzendkracht werd opgebouwd is beperkt tot 1 jaar.


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek