Bedienden hebben al ingeleverd

Door: Marc Verboom | Op: 14/10/2011

Nieuwe voorstellen zijn oude wijn in nieuwe zakken

De voorbije dagen werden een aantal ideeën gelanceerd rond de harmonisering van de statuten tussen arbeiders en bedienden. De voorstellen gaan in de richting van het afbouwen van het bediendestatuut. Daarbij gaan ze voorbij aan de realiteit dat de bedienden al heel wat hebben moeten toegeven op hun statuut.

In het kader van de voorstellen wordt onveranderd verwezen naar het arrest van het Grondwettelijk Hof van 7 juli 2011. Dit arrest stelt dat arbeiders door de Belgische wetgeving gediscrimineerd worden ten aanzien van de bedienden. En dat vinden wij als bediendevakbond ook. Maar het Grondwettelijk Hof heeft niet gesteld dat het statuut van de bedienden nu maar moet worden afgebroken. Dat is de conclusie die door anderen getrokken wordt ... zoals het advocatenkantoor Claeys en Engels, dat niet toevallig in de rechtbanken meestal de zijde van de werkgevers bepleit.

De "nieuwe" voorstellen zijn oude wijn in nieuwe zakken: beperking van de opzegtermijnen voor bedienden, vrijstelling van sociale bijdragen en belastingen op de opzegvergoedingen, het zogenaamde Oostenrijkse rugzakmodel (een vorm van tweedepijlerpensioensparen die je moet aanspreken als je ontslagen wordt).

Zo gaan we niet tot een oplossing komen ... De bedienden hebben met de regeringsbeslissing begin dit jaar al betaald: de economische werkloosheid voor bedienden (aangekondigd als crisismaatregel) werd structureel gemaakt. De zogenaamde "hogere bedienden" (wie meer verdient dan 30.535 euro op jaarbasis) kunnen voor contracten gesloten na 1 januari 2012 niet langer onderhandelen over hun opzegtermijn of naar de arbeidsrechtbank stappen om een passende opzegtermijn af te dwingen. De formule Claeys vervalt voor deze groep. Hogere bediende is trouwens een misleidende term want de overgrote meerderheid van de bedienden valt onder deze categorie.

De meeste voorstellen die circuleren rond de harmonisering houden ook geen rekening met de complexe realiteit. Het gaat om meer dan de opzegtermijnen. Het gaat om een fijnmazig net van regelgeving en overleg. Voorstellen die worden gelanceerd om het probleem met één toverformule op te lossen zijn vaak amper verhulde pogingen om aan sociale afbraak te doen. De voorstellen van het VBO of de advocatenkantoren hebben als doel de kost van het ontslag voor de werkgevers te beperken en het verbreken van het contract te vergemakkelijken ten koste van de sociale zekerheid. Het veralgemenen van de economische werkloosheid voor iedereen zou als doel hebben om een periode te overbruggen als het conjunctureel wat moeilijker gaat. Dat is blijkbaar niet genoeg voor de werkgevers en hun spreekbuizen. Op een moment dat gesproken wordt over het verhogen van de tewerkstellingsgraad wil men het ontslag vereenvoudigen en goedkoper maken op kosten van de gemeenschap. Zoek de fout!!!

BBTK blijft van mening dat onderhandelingen tussen de sociale gesprekspartners moeten leiden tot een allesomvattende regeling voor het wegwerken van de verschillen tussen het statuut van arbeider en bediende. En daarvoor moeten de bedienden niet boeten. Het vorige voorstel tot IPA - door een ruime meerderheid van de werknemers verworpen - kan alvast geen basis zijn voor nieuwe onderhandelingen.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek