Protocolakkoord 2011 - 2012 logistiek (PC 226)

Door: Marc Verboom | Op: 01/06/2011

Op 31 mei 2011 zijn vakbonden en werkgevers van de logistiek (PC 226) het eens geraakt over een sectoraal akkoord voor de periode 2011 - 2012.

De sector logistiek groepeert alle ondernemingen van de internationale handel, het transport en logistieke activiteiten. De sector telt zowat 4.000 bedrijven die samen meer dan 40.000 bedienden en kaderleden tewerkstellen.

Koopkracht

De barema's en de reële lonen worden verhoogd met 10 euro in april 2012 en met 10 euro in november 2012.

De netto koopkrachtverhoging van 250 euro in ecocheques wordt onverminderd voortgezet. Het betreft hier een forfaitair bedrag onafgezien van het arbeidsregime of de arbeidsduur. De betaling vindt plaats in de maand december (referteperiode is het kalenderjaar).
Deze netto koopkrachtverhoging kan in de bedrijven in een gelijkwaardig voordeel worden omgezet mits een ondernemingsakkoord af te sluiten voor 30 oktober 2011.
Bestaande ondernemingsakkoorden (afgesloten in 2009) blijven bestaan of kunnen verlengd worden.

Het indexeringsmechanisme van de sector blijft integraal behouden.


Verplaatsingskosten woon-werkverkeer

De regeling i.v.m. de terugbetaling van het woon-werkverkeer door de werkgever wordt verlengd tot 1 februari 2013. Dit betekent dat:
  • de werkgeverstussenkomst in het openbaar vervoer behouden blijft op gemiddeld 75%; de tussenkomst van de werkgever in een trein-, tram-, metro-, of busabonnement is in de sector logistiek (PC 226) verplicht van zodra de afstand van de woonplaats tot de plaats van tewerkstelling ten minste 1 km bedraagt;
  • de werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer met privé-vervoer blijft behouden op gemiddeld 60% van de tarieven openbaar vervoer; ook hier is de tussenkomst van de werkgever verplicht van zodra de afstand van de woonplaats tot de plaats van tewerkstelling ten minste 1 km bedraagt.

Tijdskrediet

De maximale duur voor voltijds en halftijds tijdskrediet voor bedienden jonger dan 50 jaar bedraagt 5 jaar. Hetzelfde geldt voor de bedienden ouder dan 50 jaar en die niet aan de voorwaarden voldoen voor de specifieke regeling voor bedienden ouder dan 50 jaar.

De drempel voor gelijktijdige afwezigheid in de onderneming ten gevolge van tijdskrediet blijft op 7% gehandhaaft. Op ondernemingsvlak kan dit % echter via CAO of via het arbeidsreglement verhoogd worden. De bedienden van 50 jaar en ouder die gebruik maken van het 1/5 tijdskrediet en de bedienden van 55 jaar en ouder die gebruik maken van het halftijds tijdskrediet worden niet in aanmerking genomen in de berekening van de drempel.

Het stelsel van de aanvullende premies voor 1/5 tijdskrediet vanaf 50 jaar (75 euro per maand) en halftijds tijdskrediet vanaf 55 jaar (100 euro per maand) wordt verlengd.

Bij de overgang van het tijdskrediet naar brugpensioen wordt de aanvullende vergoeding brugpensioen die de werkgever dient te betalen bovenop de werkloosheidsuitkering, ongeacht de formule van het tijdskrediet, berekend op het voltijds loon. In geval van collectief ontslag wordt de opzeggingstermijn en de verbrekingsvergoeding, ongeacht de formule van tijdskrediet, berekend op het voltijds loon.

De gevolgen van het opnemen van tijdskrediet mag niet tot gevolg hebben dat in de betrokken diensten de werkdruk toeneemt (te controleren door overlegorganen op bedrijfsvlak elk kwartaal en via jaarlijkse rapportering). Desgevallend moet vervangende tewerkstelling worden overwogen.


Brugpensioen

De volgende brupensioenstelsels zijn in de sector mogelijk:
  • vanaf 58 jaar (loopbaan van 37 jaar (38 jaar in 2012) voor mannen en loopbaan van 33 jaar (35 jaar in 2012) voor vrouwen) tot eind 2013;
  • vanaf 58 jaar (loopbaan van 35 jaar én gedurende minstens 5 van de laatste 10 jaar of 7 van de laatste 15 jaar een "zwaar beroep" hebben uitgeoefend) tot eind 2012;
  • vanaf 56 jaar (loopbaan van 33 jaar waarvan 20 jaar ploegenarbeid met nachtprestaties) tot eind 2012.

Ook het halftijds brugpensioen vanaf 55 jaar blijft mogelijk tot eind 2012.


Vorming en opleiding

Het aantal dagen vorming en opleiding over de periode 2011 - 2012 wordt verhoogd van 5 naar 5,5 dagen. Het gaat om een "collectieve pot" van 5,5 dag x het aantal bedienden en kaderleden in de onderneming. De rapportering gebeurt op het vlak van de onderneming in de geëigende overlegorganen en aan de hand van een gestandardiseerd rapporteringsmodel. In ondernemingen met een overlegorgaan zal een voorafgaande bespreking plaatsvinden over een globaal opleidingsplan.


Sociaal fonds

De werkgeversbijdrage aan het Sociaal Fonds wordt vastgesteld op 0,40% hetgeen moet toelaten de aanvullende premies tijdskrediet, de aanwervingspremies, de outplacementbegeleiding en de syndicale premie uit te betalen. De syndicale premie zal vanaf 2012 kunnen verhoogd worden van 110 tot 125 euro.


Kwaliteit van de arbeid

Er komt een sectorale aanbeveling over non-discriminatie en de bevordering van gelijke kansenplannen en om oudere werknemers aan het werk te houden.


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek