Crisismaatregel bedienden en economische werkloosheid bedienden

Door: Marc Verboom | Op: 23/05/2011

Van crisismaatregel naar economische werkloosheid voor bedienden

Nadat het ontwerp van interprofessioneel akkoord (IPA) voor de periode 2011 - 2012 is weg gestemd, heeft de regering van lopende zaken zelf een compromisvoorstel uitgewerkt en uitgevoerd. De wet van 12 april 2011 is verschenen in het Belgisch Staatsblad 28 april 2011. Eén van de maatregelen vervat in deze wet is de verlenging van de crisismaatregel "crisiswerkloosheid voor bedienden" tot eind 2011 en de invoering van de economische werkloosheid voor bedienden vanaf 2012.

Tot nu toe laat de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (artikel 51) de werkgever enkel toe om arbeiders in economische werkloosheid te plaatsen wanneer een bedrijf te kampen heeft met economische moeilijkheden. Naar aanleiding van de banken- en economische crisis werden in 2008 een aantal tijdelijke crisismaatregelen genomen. Eén van deze maatregelen was de invoering van de "crisiswerkloosheid voor bedienden". Deze maatregel wordt onveranderd verlengd tot eind 2011.


Crisiswerkloosheid voor bedienden (tot 31/12/2011)

Het gaat over een volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van toepassing op bedienden naargelang het gebrek aan werk.

Volledige of gedeeltelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst

De duur van de schorsing moet ten minste 1 week bedragen voor een volledige schorsing en minstens 2 weken voor een regeling van gedeeltelijke arbeid. Deze duur kan worden verlengd zonder dat de maximale duur voorzien in de sectorale of bedrijfs-CAO of in het bedrijfsplan mag worden overschreden.

De duur van de schorsing mag per kalenderjaar niet meer bedragen dan 16 weken voor een volledige schorsing en 26 weken voor een gedeeltelijke schorsing.

In het kader van een gedeeltelijke schorsing moet de arbeidsregeling minstens 2 werkdagen per week tellen.

Bedienden mogen niet in de regeling van schorsing van de arbeidsovereenkomst worden toegelaten zolang ze overuren of nog feestdagen te recupereren hebben.

Welke bedrijven?

De invoering van de crisiswerkloosheid is enkel mogelijk indien aan de volgende criteria is voldaan:
  • een daling van minimum 15% van de omzet of de productie in één van de 4 kwartalen voorafgaand aan het eerste gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties vergeleken met hetzelfde kwartaal in 2008; als bewijs van de daling in de omzetcijfers geldt de BTW-aangifte van de betreffende kwartalen;
  • een daling van minimum 15% van de bestellingen in één van de 4 kwartalen voorafgaand aan het eerste gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties vergeleken met hetzelfde kwartaal in 2008;
  • wanneer het aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens gebrek aan werk voor arbeiders minstens 20% van het totaal aantal aan de RSZ aangegeven dagen voor arbeiders en bedienden bedraagt.

Procedure tot invoering

De crisiswerkloosheid voor bedienden kan worden ingevoerd via CAO of bedrijfsplan.

Bij ontstentenis van een sectorale CAO kunnen de bedrijven met syndicale afvaardiging een bedrijfs-CAO afsluiten. Als het sociaal overleg mislukt kunnen die bedrijven, binnen 2 weken na het opstarten van de onderhandelingen, ervoor kiezen om een bedrijfsplan in te dienen.

De bedrijven zonder syndicale afvaardiging kunnen ofwel een bedrijfs-CAO afsluiten, ofwel kiezen voor een bedrijfsplan.

Het bedrijfsplan en de CAO's moeten:
  • uitdrukkelijk vermelden dat ze gesloten worden in het kader van de volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst of van de regeling van gedeeltelijke arbeid;
  • worden neergelegd op de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  • melding maken van het bedrag van aanvullende vergoeding (zie verder);
  • de duur van de volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst of van de regeling van gedeeltelijke arbeid.


Formaliteiten

Naast het sluiten van een CAO of een bedrijfsplan moet de werkgever 14 dagen op voorhand via een aangetekend schrijven aan de RVA de elementen ter kennis brengen die de moeilijke economische toestand van het bedrijf aantonen. Hij moet ook bewijzen dat hij wel degelijk is gebonden door een CAO of een bedrijfsplan. Een kopij van die kennisgeving moet dezelfde dag worden overgemaakt aan de ondernemingsraad of bij ontstentenis aan de syndicale afvaardiging.

Die termijn van 14 dagen moet de RVA toelaten om de bewijsstukken van de werkgever om over te gaan tot de crisiswerkloosheid te controleren. Na deze controle wordt de werkgever door de RVA verwittigd als hij niet aan de gestelde voorwaarden voldoet, teneinde te vermijden dat hij ten onrechte overgaat tot de kennisgeving van een regeling van volledige schorsing of van gedeeltelijke arbeid.

Ten vroegste 14 dagen na de eerste voorlegging van bewijsstukken kan de werkgever een regeling van volledige schorsing of van gedeeltelijke arbeid betekenen. Deze kan pas in werking treden ten vroegste 7 dagen na de kennisgeving. Dit gebeurt door middel van aanplakking of door individuele kennisgeving aan iedere werknemer en via elektronische weg aan de RVA.

Op de dag van de kennisgeving moet de werkgever aan de ondernemingsraad of bij ontstentenis aan de syndicale afvaardiging de economische redenen meedelen die de invoering van een dergelijke regeling rechtvaardigen. De kennisgeving moet melding maken van:
  • de identiteit van de bedienden van wie de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst;
  • het aantal schorsingsdagen en de data waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst;
  • de datum waarop de regeling ingaat en de datum waarop ze een einde neemt.

De werkgever die zich niet gedraagt naar de wettelijke voorschriften van de kennisgeving is gehouden het normale loon te betalen tijdens een periode van 7 dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst.

De werkgever die de grens van de duur van de volledige schorsing of van de regeling van gedeeltelijke arbeids niet naleeft is gehouden de bediende het normale loon te betalen tijdens de periode die die grenzen overschrijdt.

Telkens de werkgever het oorspronkelijk voorziene aantal schorsingsdagen wil verhogen of wenst over te stappen van een regeling van gedeeltelijke arbeid naar een periode van volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst dient hij hoger beschreven procedure te volgen.

Bedrag van de uitkeringen

De bediende ontvangt een uitkering gelijk aan 70% (samenwonend) of 75% (alleenstaand of gezinshoofd) van het bruto maandloon, begrensd op 2.250,63 euro.

In toepassing van de CAO of het bedrijfsplan moet de werkgever een aanvullende vergoeding (bovenop de werkloosheidsuitkering) betalen. Deze aanvullende vergoeding moet minstens gelijkwaardig zijn aan:
  • de aanvulling toegekend aan de arbeiders die bij dezelfde werkgever economisch werkloos zijn wegens gebrek aan werk;
  • de aanvulling voorzien in de sectorale CAO waaronder de werkgever zou vallen indien hij arbeiders zou tewerkstellen.

Bij gebrek aan een CAO moet die aanvullende vergoeding minstens 5 euro per niet-gewerkte dag bedragen. De commissie Ondernemingsplannen kan evenwel een afwijking op dit minimumbedrag in het bedrijfsplan toestaan als het bedrijf aantoont dat er daadwerkelijk overleg heeft plaatsgevonden met alle bedienden van het bedrijf en over dit punt een akkoord heeft gesloten met alle bedienden van het bedrijf.

Op de crisisuitkering wordt sedert 1 april 2011 door de RVA 18,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden (voorheen was dit 10,09%). De bedrijfsvoorheffing wordt ook ingehouden op de aanvullende vergoeding.

Statuut en rechten van de werknemers

De oorspronkelijke voltijdse of deeltijdse arbeidsovereenkomst blijft bestaan. De werknemers behouden bijgevolg de rechten die verbonden zijn aan die arbeidsovereenkomst.

Tijdens de periode van volledige of gedeeltelijke schorsing heeft de werknemer het recht om zonder opzegging een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst.

Bij ontslag door de werkgever voor of tijdens de schorsing loopt de opzeggingstermijn niet door tijdens de periode van de schorsing. Bij ontslag door de bediende loopt de opzeggingstermijn door tijdens de periode van schorsing.

De regels die van toepassing zijn op de bedienden waarvan de arbeidsovereenkomst volledig of gedeeltelijk wordt geschorst, zijn deze die van toepassing zijn op de arbeiders in economische werkloosheid. D.w.z.:
  • de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst worden gelijkgesteld met effectieve arbeid voor zowel de berekening van het vakantiegeld als voor de bepaling van het aantal vakantiedagen;
  • voor de ziektedagen die samenvallen met dagen waarop de arbeidsovereenkomst geschorst is, ontvangt de bediende uitkeringen van het ziekenfonds (de periode van arbeidsongeschiktheid verlengt de oorspronkelijk voorziene periode van schorsing niet);
  • de werkgever dient het volledige loon te betalen voor elke feestdag die samenvalt met een dag waarop de arbeidsovereenkomst geschorst is;
  • de werknemers behouden hun rechten in geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte;
  • de periodes van volledige of gedeeltelijke schorsing zijn gelijkgestelde periodes voor het wettelijk pensioen;
  • de periodes van volledige of gedeeltelijke schorsing worden gelijkgesteld met effectieve arbeidsprestaties in het kader van het recht op tijdskrediet.

Economische werkloosheid voor bedienden (vanaf 1/1/2012)

In de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten zal een nieuw hoofdstuk worden ingelast over de volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid (of de economische werkloosheid voor bedienden).

De procedure en de formaliteiten blijven dezelfde als hierboven beschreven voor de tijdelijke crisisschorsing. De bepalingen die wel veranderen zijn de volgende:

Begrip bedrijf in moeilijkheden

De daling van de omzet, de productie of de bestellingen moet minstens 10% bedragen (i.p.v. de huidige 15%)

Het totaal aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens gebrek aan werk van de arbeiders moet minstens 10% bedragen van het totaat aantal bij de RSZ aangegeven dagen voor de arbeiders en bedienden (i.p.v. de huidige 20%).

Een KB kan deze criteria nog wijzigen in akkoord met de sociale partners.


Bedrag van de aanvullende vergoeding

Bovenop de werkloosheidsuitkering heeft de bediende recht op een aanvullende vergoeding (te betalen door de werkgever of een Fonds voor Bestaanszekerheid).
Deze aanvullende vergoeding moet minstens gelijkwaardig zijn aan:

  • de aanvulling toegekend aan de arbeiders die bij dezelfde werkgever economisch werkloos zijn wegens gebrek aan werk;
  • de aanvulling voorzien in de sectorale CAO waaronder de werkgever zou vallen indien hij arbeiders zou tewerkstellen; bij ontstentenis van een dergelijke CAO betreffende de arbeiders moet de aanvullende vergoeding minstens 2 euro per niet-gewerkte dag bedragen (of eventueel een minimumbedrag hoger dan 2 euro indien dit voorzien is door een KB).

Bij gebrek aan een CAO (dus in het geval van een bedrijfsplan) moet die aanvullende vergoeding minstens 5 euro per niet-gewerkte dag bedragen. De commissie Ondernemingsplannen kan evenwel unaniem een afwijking op dit minimumbedrag in het bedrijfsplan toestaan als het bedrijf aantoont dat er daadwerkelijk overleg heeft plaatsgevonden met alle bedienden van het bedrijf en over dit punt een akkoord heeft gesloten met alle bedienden van het bedrijf. De commissie kan geen bedrag voorzien dat lager is dan 2 euro per niet-gewerkte dag.

Bekijk de brochure


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek