Het Duitse model, een sociaal voorbeeld voor Europa?

Door: Marc Verboom | Op: 13/05/2011

Neen tegen de Europese rechterzijde

Onze Oosterburen morren. Na het uitbreken van de schuldencrisis kwam de EU overeen om een "hulpkas" op te richten voor de lidstaten in nood (Griekenland, Portugal, Ierland), het European Financial Stability Facility of EFSF. Als grootste Europese economie is de Duitse bijdrage aan het EFSF navenant. Ondertussen legt de Duitse economie hoge export-, groei- en tewerkstellingscijfers voor. Ondanks deze economische "goed-nieuws-show" krijgt Angela Merkel er in de Duitse publieke opinie van langs: het rijke Duitsland mag niet langer betalen voor inefficiënte Europese lidstaten.

De reactie van Merkel is gekend. Na een Frans-Duits onderonsje werd begin februari een "competiviteitspact" opgesteld waarbij de lidstaten verplicht worden om hun loonpolitiek aan te passen aan, pensioenstelsels te hervormen en indexeringssystemen af te schaffen. Op de Europese Top van 24 en 25 maart 2011 werden een aantal instrumenten ingevoerd of bekrachtigd om de overheidsfinanciën van de lidstaten in een keurslijf te dwingen. Voortaan moet aan Europa verantwoording afgelegd worden. Slechte leerlingen kunnen volgende maatregelen worden opgelegd:
  • herziening van de loonvormingsmechanismen (wie en op welk niveau);
  • herziening van de indexmechanismen;
  • verscherpen van het concurrentievermogen door nieuwe liberaliseringen en privatiseringen;
  • meer flexibiliteit;
  • wijzigingen aan de pensioenstelsels;
  • afbouw van brugpensioenstelsels;
  • activering van 55 plussers;
  • ... 

Los van de Europese argumentatie tegen het Duitse model kan de vraag gesteld worden of Duitsland, op basis van haar sociale prestaties over de morele grondslag beschikt om de rest van Europa een competiviteits-diktat op te leggen. Uit een onderzoek van de liberale Bertelsmann Stichting naar de sociale rechtvaardigheid in de OESO landen (31 welvarendste landen) blijkt Duitsland deze grondslag volledig te missen. Duitsland eindigt in de globale ranking op de 15de plaats. De ongelijkheid in inkomensverdeling (de Gini-coëfficiënt) steeg er tijdens de laatste 2 decennia het sterkst van alle 31 landen. Het reële inkomen van de armste deel van de bevolking daalde in de afgelopen 20 jaar, het inkomen van het rijkste deel steeg. De armoede-effecten hiervan (1 op 9 kinderen groeit op in armoede) zijn groter dan in Hongarije of Tsjechië. Dezelfde studie toont aan dat 11,5 miljoen Duitsers in armoede leeft of het risico loopt om erin te verzeilen en dat Duitsland de op één na hoogste lange-termijn-werkloosheid van de OESO heeft. De armoede in Duitsland is volgens de officiële EU-cijfers op 5 jaar tijd met een kwart toegenomen: van 12,2 % in 2005 naar 15,5 % in 2009.
Bovendien blijkt uit verschillende analyses dat Duitsland niet het economische wonder is waar vele beleids- en opiniemakers het voor houden. De Frankfurter Algemeine Zeitung stelt dat het reëel aantal werklozen niet 3 miljoen (7,4%) maar 5 miljoen bedraagt. Indien de duizenden mini-jobs (met een loon onder 400 euro per maand) en de tijdelijke contracten worden meegeteld, krijgt het Duitse plaatje een andere invulling. Duitsland heeft zich in een mum van tijd omgevormd tot een "lage loonland". Door het ontbreken van een wettelijk minimumloon en door het aanmoedigen van interimarbeid en outsourcing zijn de lonen in een neerwaartse spiraal terecht gekomen. Lage lonen zijn in Duitsland lonen onder 9,06 euro bruto per uur (= 2/3 van het middelste loon). Tussen 1998 en 2008 steeg het aandeel van die lage lonen van 14,2 % naar 20,7 %. Momenteel werken 6,5 miljoen werknemers in Duitsland aan netto-uurlonen van 4 tot 6 euro. "Een vaste werknemer verdient 15 euro bruto om de linkerdeur van een auto te monteren, een uitzendarbeider 8,5 euro voor de rechterdeur" verklaarde de vakbond IG Metall.
Het duidelijk: Duitsland behoort op sociaal vlak bij de minder goede leerlingen van de klas.

"Als de vakbonden het Europees pakket een regelrechte aanval op ons sociaal systeem noemen, hebben ze volkomen gelijk" zegt economieprofessor Paul De Grauwe in Kanck.

Het ABVV blijft zich verzetten tegen ieder beleidsvoorstel dat leidt naar de afbouw van sociale structuren en een verhoging van de ongelijkheid.

BBTK ondersteunt de tussenkomsten van het ABVV en de Belgische vakbonden op het congres van het Europees Vakverbond (EVV) van 16 tot 19 mei in Athene om van het EVV een krachtigere afwijzing van en mobilisatie tegen het Europact te eisen.  

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek