Behoud van een federale sociale zekerheid

Door: Marc Verboom | Op: 27/07/2010

Sociale zekerheid is interpersoonlijke solidariteit

We worden tegenwoordig veel geconfronteerd met argumenten voor de regionalisering van de sociale zekerheid. Voor het ABVV gaat de sociale zekerheid over interpersoonlijke solidariteit en het verzekeringsprincipe dat voor elke werknemer op dezelfde manier dient te worden toegepast in België. De sociale zekerheid is immers in essentie een interpersoonlijke solidariteit tussen gezonden en zieken, hogere en lagere lonen, actieven en niet-actieven. En dat alles in de wetenschap dat je zelf beroep zal kunnen doen op dit sociaal stelsel als je het nodig hebt.

André Decoster, professor Publieke Financiën aan de KU Leuven, berekende dat de transfers tussen hoog- en laaggeschoolden 5 keer hoger zijn dan tussen de regio's en deze tussen de 20% rijksten en 20% armsten zelfs 10 keer hoger. "Het blijft dan ook verbazen dat men vindt dat deze stroom van transfers tussen mensen "transparanter" wordt als men er naar kijkt met een bril die er absoluut niet voor bedoeld is, namelijk de regionale bril", aldus deze professor in De Morgen van 28 mei 2010.

Het kan verkeren

De wettelijke invoering van de kinderbijslag in 1930 deed heel wat kritiek ontstaan in sommige franstalige milieus. Het ging om de eerste invoering van een wettelijk verplicht sociaal zekerheidstelsel van die omvang. Doordat Vlaanderen armer was, minder ontwikkeld en er gemiddeld meer kinderen waren, zou de invoering van de kinderbijslag een transfer van 3,15% van het bbp van Wallonië naar Vlaanderen met zich meebrengen. Wallonië was gedurende meer dan 100 jaar immers rijker dan Vlaanderen. De transfers van Wallonië naar Vlaanderen hebben dan ook wel degelijk bestaan. De franstalige jezuïet Falon pleitte voor redelijkheid. Niet de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië waren volgens hem belangrijk, wel de verschillen tussen meer en minder industriële tewerkstelling. Zo constateerde hij dat er ook in Luxemburg en Namen meer kinderen waren en dat het verschil tussen deze provincies en de geïndustrialiseerde bekkens van Luik en Henegouwen even groot waren als het verschil tussen Wallonië en het nog niet geïndustrialiseerde Vlaanderen. Uiteindelijk voerde de toenmalige regering het wettelijk stelsel van kinderbijslag in.

Vandaag is de situatie omgekeerd en eisen de Vlaamse politieke partijen (vooral CD&V, N-VA en Vlaams Belang) dat belangrijke delen van onze sociale zekerheid gesplitst worden. De cijfers over de omvang van de tranfers lopen uiteen naargelang de studies: van 2,4% tot 4,2% van het bbp. Alle studies zijn het erover eens dat de transfers vooral te maken hebben met de economie en het werkgelegenheidsniveau. De omvang van de transfers ligt echter niet hoger dan in andere landen. In vele andere Europese landen is de solidariteit binnen regio's zelfs groter:
  • West-Duistland - Oost-Duitsland: 4%
  • Ile-de-France - Nord Pas de Calais: 6%
  • South East England - Wales en North West: 8%
  • Catalonië - Zuid-Spanje: 8,5%
  • Stockholm - hoge noorden: 7,6%.

Transfers zijn omkeerbaar

De vergrijzing zal de volgende decennia veel voelbaarder zijn in Vlaanderen dan in Wallonië en zeker dan in Brussel. De afhankelijkheidsgraad (aantal 65 plussers gedeeld door het aantal mensen op actieve leeftijd) situeert zich vandaag op 30,8% in Vlaanderen (voor 1 oudere zijn iets meer dan 3 actieven). Deze loopt in 2050 op tot 61% (voor 1 oudere net iets minder dan 2 actieven). In de 2 andere regio's zullen er in verhouding veel minder gepensioneerden zijn: in Wallonië zal de afhankelijkheidsgraad slechts 53,5% en in Brussel 40,4% bedragen. Vandaag gaan in verhouding al iets meer pensioenen naar Vlaanderen. Dit zal verder toenemen. Ook inzake gemiddelde uitgaven in de gezondheidszorg heeft Vlaanderen Wallonië en Brussel voorbij gestoken.

Is er sprake van overconsumptie?

Vandaag tonen talrijke studies aan dat er van overconsumptie in Wallonië geen sprake is op het gebied van de gezondheidszorgen. Uit het laatste rapport van het RIZIV blijkt dat de gewogen gemiddelde uitgaven per inwoner in Vlaanderen iets hoger zijn (1.738 euro) dan in Wallonië (1.730 euro) en in Brussel (1.672 euro). Er zijn wel nog verschillen tussen de arrondissementen. Zo werd volgens de meest recente cijfers in Eeklo en Huy meer uitgegeven dan gemiddeld, maar dit blijkt perfect verklaarbaar door de grote aanwezigheid van psychiatrische ziekenhuizen en rust- en verzorgingstehuizen. Ook in West-Vlaanderen wordt meer uitgegeven. Hetgeen dan weer te wijten is aan de aanwezigheid van vele bejaarden aan de kust.

In Wallonië zijn de uitgaven voor kinderbijslag groter in verhouding tot het bevolkingsaandeel. Dit heeft uitsluitend te maken met de toekenning van sociale toeslagen voor werklozen. De reglementering en de toepassing ervan zijn volledig identiek.

In de werkloosheidsuitkeringen is het beeld diffuus (zie tabel). Het aandeel van de totale RVA-uitgaven per regio (Brussel 9,8%, Vlaanderen 56,4% en Wallonië 33,8%) ligt in de lijn van het aandeel in de bevolking (Brussel 9,4%, Vlaanderen 58,0% en Wallonië 32,6%).
 

  % bevolking                           totaal RVA uitgaven                              eigenlijke werkloosheidsuitkeringen andere RVA uitgaven                                
Brussel
Vlaanderen                    
Wallonië
9,4%
58,0%
32,6%
9,8%
56,4%
33,8%

14%
44%
42%
 
4,5%
64,5%
30,5%


Er bestaat echter een belangrijk regionaal verschil in het aandeel van de eigenlijke werkloosheidsuitkeringen. Het aandeel van Wallonië ligt hier ver boven het aandeel in de bevolking. Uiteraard heeft dit te maken met de decennialange afbouw van de industrie in Wallonië en de hogere werkloosheidsgraad in deze regio. De laatste cijfers wijzen op een trendbreuk t.g.v. de geslaagde reconversie (Marshallplan), hetgeen de laatste jaren eveneens resulteert in meer (buitenlandse) investeringen. De meeste Vlaamse partijen pleiten ondertussen om (delen van) de werkloosheidsverzekering te regionaliseren. Maar in elke gefederaliseerde staat wordt dit stuk van de sociale zekerheid juist centraal gehouden en dit voor evidente redenen. De verschillende economische sectoren zijn meestal geconcentreerd in een regio en een economische crisis van zo'n sector kan daarom beter opgevangen worden indien het risico gespreid is over een groter grondgebied.

Daartegenover liggen de "andere RVA uitgaven" proportioneel aanzienlijk hoger in Vlaanderen. Deze andere uitgaven omvatten o.a. de brugpensioenen, de activering van werklozen, werkgelegenheidsbevorderende uitgaven en de dienstencheques.

Wat de pensioenen betreft blijkt uit een regionale verdeling dat de spreiding tussen de pensioenen en inwoners momenteel nagenoeg gelijk is. Maar we toonden hierboven aan dat in de toekomst meer pensioenuitgaven naar Vlaanderen zullen gaan.

Het debat over de transfers binnen de sociale zekerheid heeft dus niets te maken met een debat over het al dan niet misbruiken van de uitgaven, maar over de grenzen van de interpersoonlijke solidariteit.

Waar stop je de solidariteit?

Transfers kunnen we ook op een lager niveau bekijken dan dit van de gewesten. Als de herverdeling op provinciaal niveau bekeken wordt dan zijn niet alle Waalse provincies netto ontvangers. Waals-Brabant draagt meer bij dan het terugkrijgt en West-Vlaanderen krijgt meer terug dan het bijdraagt. 6 van de 8 West-Vlaamse arrondissementen ontvangen meer dan ze bijdragen. Enkel Brugge en Kortrijk dragen netto bij.

Het probleem Brussel

Vooral voor Brussel met 1 miljoen inwoners zal de splitsing van (delen van) de sociale zekerheid tot een onoverzichtelijke bureaucratie leiden. Geen enkel scenario van de voorstanders van de splitsing geeft hierop een adequaat antwoord. In Brussel zijn vele (hooggespecialiseerde) gezondheidsinstellingen geconcentreerd. De patiënten van buiten Brussel (Vlaanderen en Wallonië) maken dan ook elk 18% van de opnames in de Brusselse ziekenhuizen uit. De steeds grotere specialisatie en de kostprijs van nieuwe technologieën pleiten veeleer voor schaalvergroting en internationalisering dan voor versplintering. In het universitair ziekenhuis van Leuven, bekend voor kankerbehandeling, worden jaarlijks 20.000 Walen en Brusselaars verzorgd. In Aalst worden hartoperaties voor inwoners uit heel België uitgevoerd. Luik is bekend voor hersenchirurgie en Neder-over-Heembeek voor zijn brandwondencentrum. Welke prijzen zullen er aangerekend worden, naargelang de patiënt Brusselaar, Vlaming of Waal is? Hoe worden de kostprijzen tussen de verschillende gewesten en gemeenschappen verrekend? Zal elke dokter met 3 verschillende voorschriften en attesten moeten rondlopen?

Laat elke Brusselaar gewoon kiezen tussen de Vlaamse of Waalse gezondheidszorg zeggen de voorstanders van een splitsing. De Brusselaars zullen dan kiezen voor het goedkoopste systeem met als gevolg dat jaarlijks 2 miljard euro aan uitgaven aan gezondheiszorgen van de Brusselaars volledig ten laste zal komen van het goedkoopste systeem ... Waardoor dit systeem zich zal aanpassen en duurder worden. 

Wat we zelf doen doen we beter?

Vlaanderen heeft zich reeds een gedeelte van het sociaal beleid toegeëigend via de zorgverzekering (tussenkomst in de niet-medische kosten van de zorg). De reglementering is door Europa op grond van discriminatie verschillende keren moeten aangepast worden. Duitsers, Nederlanders, Fransen, ... die in Vlaanderen werken genieten van de zorgverzekering. Ook als ze in Wallonië wonen. Alleen Walen die in Vlaanderen werken hebben geen recht op de zorgverzekering.

Werkt de Vlaamse zorgverzekering zoveel beter dan de Belgische gezondheidszorg? In de Belgische gezondheidszorg draagt iedereen via sociale bijdragen en belastingen bij naar draagkracht en vermogen. De bijdragen voor de Vlaamse zorgverzekering zijn forfaitair (ongeacht het inkomen, behalve voor de allerlaagste inkomens). Bij de Vlaamse zorgverzekering krijgt iedereen hetzelfde bedrag zonder rekening te houden met de graad van zorgbehoefte van de persoon. Is dit dan zo vooruitstrevend?

Het zou veel logischer zijn om het pleidooi van Bea Cantillon en Frank Vandenbroucke te volgen en de thuishulp en de instellingen waar zorgbehoevenden verblijven rechtstreeks te subsidiëren. Het geld zou dan toekomen bij wie het het meest nodig heeft, de factuur voor rust- en verzorgingstehuizen zou betaalbaar worden en er zouden geen problemen met Europa zijn.

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek