Tunnelvisie op het brugpensioen

Door: Marc Verboom | Op: 27/07/2010

Aanval op de bruggepensioneerden: een nieuwe provocatie van werkgevers en politici

De sociale akkoorden bij Carrefour en Opel Antwerpen, waarvan het brugpensioen deel uitmaakte, deed heelwat stof opwaaien. Liberalen, Lijst Dedecker, N-VA en CD&V rolden over elkaar heen om als eerste en krachtigste het brugpensioen te veroordelen. In één adem pleitten ze ervoor om het brugpensioen onder een volgende regering af te bouwen of zelfs af te schaffen. Zij werden hierin bijgetreden door de verschillende werkgeversorganisaties (VBO, UNIZO en VOKA). De kwade reacties van de werkgevers hebben allicht meer te maken met de aanvullende vergoeding die ze moeten betalen dan met een principiële kwestie. Doen uitschijnen dat bruggepensioneerden tot aan hun pensioen in een "hangmat" mogen zitten is een totaal verkeerde voorstelling van de feiten.

Jonge vijftigers die door een collectief ontslag en/of herstructurering hun baan verliezen zijn inderdaad lang niet afgeschreven voor de arbeidsmarkt. We rekenen dan ook op de werkgevers om hen een brug te geven naar nieuw werk in plaats van hen te culpabiliseren, net of deze mensen vragen om op brugpensioen te gaan.

Toch eigenaardig hoe de aandacht altijd weer richting brugpensioen gezogen wordt. Er zijn 2.027.000 Belgen tussen 50 en 65 jaar. Amper 6% daarvan is bruggepensioneerd. Er zijn evenveel zieke oudere werknemers en dubbel zoveel oudere werklozen in deze leeftijdsgroep. De 120.000 bruggepensioneerden zijn bovendien bijna allen van hogere leeftijd: "slechts" 2.633 bruggepensioneerden of 0,13% van de totale bevolkingsgroep zijn volgens de RVA vandaag bruggepensioneerden die omwille van een herstructurering voor 58 jaar werden afgedankt. Zij moeten deelnemen aan een tewerkstellingscel en outplacement en moeten beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt.

De bruggepensioneerden kosten bovendien 50 à 100% minder aan de sociale zekerheid dan indien ze "gewone werklozen" zouden zijn doordat zijzelf en hun vroegere werkgever een fiks deel terugbetalen onder de vorm van sociale bijdragen en belastingen (zie berekening verder).

Ze hebben bovendien een beter maar geen riant sociaal statuut. Vergeten we niet dat bruggepensioneerden geen 13de maand noch vakantiegeld krijgen. Doordat hun vroegere werkgever een (kleine) aanvullende vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkering moet betalen, hebben ze meestal toch nog een redelijk inkomen.

Werkloze en langdurige zieke 50 plussers kosten een pak meer aan de sociale zekerheid. Ze zijn met 3 keer zoveel als het totaal aantal bruggepenioneerden. Doordat hun vroegere werkgever niets meer bijlegt (en de volledige kost voor hun inkomen afgewenteld wordt op de gemeenschap) zitten velen onder hen in de armoede. Politici en commentaroren zouden eerder moeten protesteren tegen talrijke werkgevers die hun oudere werknemers, dikwijls na jarenlange trouwe dienst, afdanken met een aalmoes en voor de rest van hun leven ten laste zetten van de sociale zekerheid. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat werkgevers om tal van redenen geen of weinig 50 plussers wensen aan te werven.


Kost bruggepensioneerde versus kost oudere werkloze

Wat kost een bruggepensioneerde van 52 à 55 jaar aan de sociale zekerheid?

In een eerste voorbeeld gaan we uit van een gemiddeld loon van 2.700 euro bruto per maand.
 

  • Voor de bruggepensioneerde bedraagt de werkloosheidsuitkering 1.153 euro per maand. De werkgever zal minstens 244 euro per maand aan aanvullende vergoeding moeten betalen. Dat geeft een bruto inkomen van 1.397 euro per maand voor de bruggepensioneerde. Hierop wordt 6,5% of 91 euro aan sociale bijdragen betaald en 114 euro belastingen. Dit brengt het netto inkomen op 1.192 euro per maand. De werkgever betaalt een sociale bijdrage van 40% of 97 euro op de aanvullende vergoeding. De gemeenschap betaalt dus 1.153 euro werkloosheidsuitkering - 91 euro persoonlijke sociale bijdrage - 114 euro belastingen - 97 euro sociale werkgeversbijdrage, of 851 euro netto per maand.

  • Als oudere werkloze (geen statuut als bruggepensioneerde) bedraagt de werkloosheidsuitkering 1.265 euro per maand. Dit is 49% meer dan in het statuut van bruggepensioneerde!!!
     


De werkgever wint hierbij want bespaart 244 euro aan aanvullende vergoeding en 97 euro aan sociale bijdrage, of 341 euro per maand.
 
Het verschil wordt nog groter indien het bruto loon van de afgedankte werknemer hoger is of indien de werkgever een hogere aanvullende vergoeding betaalt dan wettelijk verplicht is.
In dit tweede voorbeeld gaan we uit van een bruto loon van 4.000 euro bruto per maand en een aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever tot 85% van het netto jaarinkomen.
 

  • Voor de bruggepensioneerde bedraagt de werkloosheidsuitkering opnieuw 1.153 euro per maand. Het "terugverdieneffect" bedraagt in dit geval 1.428 euro per maand (167 euro aan persoonlijke sociale bijdrage + 696 euro belastingen + 565 euro sociale werkgeversbijdrage). De gemeenschap betaalt NIETS. Wel integendeel, het terugverdieneffect is groter (1.428 euro) dan de uitgaven (1.153 euro).

  • Bij werkloosheid bedraagt de werkloosheidsuitkering opnieuw 1.265 euro per maand.


Het statuut van oudere werkloze kost in dit geval dus 1.540 euro per maand méér aan de gemeenschap dan het statuut van bruggepensioneerde!!!

De werkgever is de grote winnaar. Hij spaart 1.412 euro aan aanvullende vergoeding uit en 565 euro aan sociale werkgeversbijdrage, of een totaal van 1.977 euro per maand, indien deze werknemer het statuut van bruggepensioneerde niet krijgt.

Waarom pleiten de meeste politieke partijen, werkgevers en commentatoren dan voor de afbouw van het brugpensioen? Is dit uit onwetendheid, of is het om een deel van de kost van de afdanking van de werkgever naar de gemeenschap te kunnen verschuiven?
 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek