Eerste sectorakkoord in sector vrije beroepen (PC 336)

Door: Marc Verboom | Op: 09/07/2010

Bescheiden eerste akkoord

De sector vrije beroepen (PC 336) is een zeer recent opgerichte sector. Begin 2008 kwam een akkoord tot stand rond de oprichting van een nieuw paritair comité of sector. Na een lang intern debat binnen de werkgevers wie hen zou vertegenwoordigen in deze nieuwe sector kwam per 1 juli een eerste sectorakkoord tot stand. De sector vrije beroepen groepeert de vrije beroepen voor zover zij niet ressorteren onder een specifiek paritair comité (zoals bijvoorbeeld de notarisbedienden, de werknemers in dienst bij makelaars en apothekers). In de praktijk gaat het in hoofdzaak om werknemers van advocaten- en boekhoudkantoren, deurwaarders en architecten.

Het eerste onderdeel van het akkoord handelt over de koopkracht:
  • de werknemers tewerkgesteld in ondernemingen waar geen indexeringssysteem wordt toegepast en waarvan het loon boven het gemiddeld minimum maandinkomen (GMMI *) ligt krijgen op 1 december 2010 een loonsverhoging van 1%, met een maximum van 25 euro;
  • de werknemers waarvan het loon gelijk of onder het GMMI ligt krijgen op 1 december 2010 een loonsverhoging van 14 euro als voorafname en ter verrekening op de eerstvolgende indexering (+ 2%) van dit GMMI;
  • deze verhoging van 14 euro blijft evenwel behouden bovenop het geïndexeerde GMMI voor de werknemers van ten minste 22 jaar en die ten minste 24 maanden anciënniteit in de onderneming hebben.

In het tweede deel nemen de werkgevers het engagement op zich om werk te maken van de oprichting van een paritair beheerd vormingsfonds.

In het derde deel is overeengekomen dat de periode voor de inhaalrust ten gevolge van het presteren van overuren wordt uitgebreid tot jaarbasis (de overuren moeten normaal gezien binnen een periode van een kwartaal worden ingehaald door het verlenen van inhaalrust; bij CAO kan deze periode uitgebreid worden tot maximum 12 maanden; hetgeen hier gebeurt).


Het gaat om bescheiden overeenkomsten. Laat ons niet spreken van een overwinning maar van een belangrijke stap vooruit, in een sector waar we geconfronteerd worden met de vertegenwoordigers van de middenstand UNIZO, die zeer terughoudend zijn om sociaal overleg aan te knopen.



* het gemiddeld minimum maandinkomen is afhaneklijk van de leeftijd en de anciënniteit in de onderneming en bedraagt (sedert oktober 2008):
  • 1.387,49 euro indien 21 jaar en ten minste 6 maanden anciënniteit
  • 1.424,31 euro indien 21,5 jaar en ten minste 6 maanden anciënniteit
  • 1.440,67 euro indien 22 jaar en ten minste 12 maanden anciënniteit

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek