Een eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden?

Door: Marc Verboom | Op: 12/04/2010

Enkele mythes ontkracht

BBTK heeft altijd de belangen van de bedienden verdedigd. Ook nu er sprake is van de afbouw van het bediendestatuut, om op de resten daarvan een "nieuw werknemersstatuut" te bouwen, blijft dit zo. De succesvolle actie op 17 maart in Brussel maakte dit duidelijk. We doen dit niet alleen om onze eigen verworven rechten te verdedigen maar vooral omdat we ervan overtuigd zijn dat dit de enige manier is om ook aan arbeiders de rechten te geven die ze verdienen. Het globaal verbeteren van de rechten van de arbeiders tot op dezelfde hoogte van de bedienden is de beste manier.

Het spreekt voor zich dat dit geen eenvoudige opdracht is. Het is een moeilijk, ingewikkeld en vaak technisch dossier. Er bestaan dan ook veel misverstanden die regelmatig in de pers, door politiekers en academici worden herhaald. We zetten deze vooroordelen op een rijtje ...

België is het enige land waar nog een onderscheid tussen arbeiders en bedienden bestaat

FOUT Het onderscheid bestaat ook elders en op verschillende manieren. In Oostenrijk en Griekenland staat het nog steeds in de wet ingeschreven. In Frankrijk, Denemarken, Italië, Finland en Zweden bestaat het onderscheid op basis van collectieve arbeidsovereenkomsten. In Engeland en Spanje, waar er op het eerste zicht geen onderscheid bestaat, is er op het terrein sprake van duidelijke verschillen. Deze verschillen tussen arbeiders en bedienden liggen op het vlak van de proefperiode (o.a. in Frankrijk, Italië en Denemarken), de opzeggingstermijnen en ontslagvergoedingen (o.a. in Denemarken, Oostenrijk, Italië, Finland, Frankrijk en Griekenland), maar ook buiten het ontslagrecht zoals het gewaarborgd loon bij ziekte, de tijdelijke werkloosheid, de jaarlijkse vakantie, ...


Een Europees Hof zou België hebben veroordeeld voor het bestaan van het onderscheid

FOUT Er is geen enkele Europese rechtspraak waarin België wordt veroodeeld. Meer nog, er is zelfs geen wettelijke grond op basis waarvan een veroordeling zou kunnen worden uitgesproken.

Het was de hoogste Belgische rechtsinstantie, het Grondwettelijk Hof, dat in 1993 en 2001 stelde dat het onderscheid op dat moment door de feiten achterhaald was. In tegenstgelling tot wat bijvoorbeeld in Duitsland gebeurde, legde het Hof echter niet vast tegen wanneer het onderscheid moest worden weggewerkt. Het erkende dat dit stapsgewijs zou moeten gebeuren. Volgens de rechters was dit in België ook perfect mogelijk via onderhandelingen in de sectoren.


Het eenheidsstatuut vormt het logische eindpunt van de gelijkschakeling tussen arbeiders en bedienden

FOUT Op voorhand aanvaarden dat een eenheidsstatuut het eindpunt is betekent dat je akkoord gaat met een oplossing die "ergens in het midden" ligt. Het zal onvermijdelijk gepaard gaan met het inperken van de rechten van de grootste groep werknemers, de bedienden, in dit land. Het zal ook niet de verbetering voor de arbeiders opleveren waar zij recht op hebben.

Wat de BBTK wil is gelijke rechten voor arbeiders en bedienden op het hoogste niveau. Dat betekent dus de arbeiders naar boven trekken. Dat zal in stappen moeten gebeuren. Verwachten dat er een "big bang" zal gebeuren is de beste manier om een realistische oplossing, gedragen door alle sociale partners, in de weg te staan.


België kent (voor bedienden) het meest beschermende ontslagrecht in Europa

FOUT Elk land heeft een eigen wetgeving om met ontslag om te gaan. Het Belgisch ontslagrecht biedt (althans voor de bedienden) misschien wel een behoorlijke opzeggingstermijn, maar laat de werkgevers volledig vrij om te ontslaan. In België zijn de werkgevers geen verantwoording verschuldigd bij ontslag (behalve in geval van een ontslag om dringende reden en bij een collectief ontslag). In vele andere Europese landen moeten de bedrijven het ontslag wel motiveren.

Rond de motiveringsplicht bestaan een aantal Europese en internationale verplichtingen. Het Europees Sociaal Handvest en het Europees Handvest van de Rechten van de Mens voorziet een verplichte ontslagmotivering (de werknemer heeft het recht om de reden van het ontslag te kennen om te zien of het al dan niet redelijk is). De Conventie van de Internationale Arbeidsorganisatie stipuleert dat er een gegrond motief moet zijn voor het ontslag en dat de werknemer de kans moet krijgen zich te verdedigen tegen de aantijgingen die zijn geformuleerd. Deze Conventie werd niet bekrachtigd door België.

Let wel: daar waar de motivatieplicht in andere landen bestaat, leidt dit niet tot minder ontslagen.


Bedienden hebben recht op eindeloze opzeggingsvergoedingen

FOUT Volgens de cijfers van het ABVV (dossiers werkloosheid) krijgen meer dan 8 op 10 bedienden een opzeggingstermijn van 3 maanden of minder. Als het gaat over bedienden met een opzeggingsvergoeding van langer dan 2 jaar gaat het om minder dan 1% ... Gouden parachutes, die bewaren de CEO's enkel voor zichzelf. Wat bovendien vaak vergeten wordt is dat het bedrag dat je krijgt bij ontslag een periode dekt waarin je geen recht hebt op een werkloosheidsuitkering. Zelfs al krijg je een iets langere opzegging dan betekent dat enkel dat je iets langer de tijd hebt om werk te vinden voor je op een lage werkloosheidsuitkering moet terugvallen.

 


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek