Geen Generatiepact bis

Door: Marc Verboom | Op: 24/02/2010

Werkgevers en rechtse politici en commentatoren pleiten voor een Generatiepact bis voor de (brug)pensioenen. Volgens hen loopt België achter in het nemen van maatregelen.

Pensioenen: België loopt niet achter

Al in 1997 nam de regering de beslissing tot een grondige hervorming van het wettelijk pensioenstelsel als voorbereiding op de toekomstige vergrijzing:
  • vrouwen zouden voortaan ook 45 i.p.v. 40 jaar moeten presteren om recht te hebben op een volledig pensioen (pensioen berekend in 45sten i.p.v. in 40sten). Deze geleidelijke verlenging van de loopbaan tot 45 loopbaanjaren is in 2009 afgerond. In andere Europese landen is vandaag een loopbaan van 40 jaar voldoende om pensioengerechtigd te zijn.
  • het vervroegd pensioen voor de leeftijd van 65 jaar kan alleen nog na een loopbaan van 35 jaar.

Deze hervorming bespaart 35 miljard BEF tegen 2014.

Doordat de pensioenen 20 jaar niet aangepast werden aan de evolutie van de reële lonen (welvaartsaanpassingen) hebben we vandaag in België bijna de laagste pensioenen van Europa. Het gemiddeld wettelijk pensioen bedraagt 1.000 euro bruto per maand of 33% van het gemiddeld bruto maandloon. Gelukkig kwam er na talloze vakbondsacties eindelijk in 2007 een systeem van welvaartsaanpassingen van de sociale uitkeringen tot stand. Sommigen stellen dit nu in vraag!


Brugpensioenleeftijd werd sterk opgetrokken

In 1974 voerden de werkgevers mee het brugpensioenstelsel in.

In de jaren '90 werd de brugpensioenleeftijd geleidelijk verhoogd. Het aantal brugepensioneerden daalde daardoor van 137.000 in 1992 naar 100.000 in 1999. Niet dat daardoor minder oudere werknemers afgedankt werden. Het aantal werklozen van 50 jaar en ouder (met een slechter statuut, maar goedkoper voor de werkgevers en duurder voor de overheid, omdat de overheid de volledige last moet dragen) verdriedubbelde van 65.000 in 1992 tot meer dan 200.000 vandaag.

Het Generatiepact (2005) trok de brugpensioenleeftijd verder op tot 60 jaar mits het geleidelijk aan optrekken van het minimaal aantal loopbaanjaren van 25 in 2007 tot 35 in 2028. Brugpensioen vanaf 58 jaar blijft mogelijk vanaf 58 jaar, maar ook hier wordt het minimaal aantal loopbaanjaren stelselmatig opgetrokken van 25 in 2007 tot 38 in 2014.

De RVA berekende voor dat hierdoor het aantal mannelijke bruggepensioneerden zou terugvallen op 55%. Bij de vrouwen zou het aantal terugvallen met liefst 78% (vooral te wijten aan de deeltijdse tewerkstelling).
 
De werkgevers vinden (in woorden) dat het brugpensioen verder moet worden afgebouwd. Nochtans maken dezelfde werkgevers duchtig gebruik van het systeem om herstructureringen door te voeren. Door het winstbejag van de banken en de daaropvolgende financiële en algemene economische crisis is een einde gekomen aan de economische groei en de stijging van de activiteitsgraad. Het aantal bruggepensioneerden steeg hierdoor licht tot 120.000. Maar omdat het aantal 50 tot 65-jarigen gestegen is zijn er procentueel nog altijd minder mensen op brugpensioen dan voor het Generatiepact.

In plaats van nu om een Generatiepact bis te roepen zouden de werkgevers zich beter aan de aangegane engagementen houden en de evaluaties in 2011 en 2013 afwachten. Meer investeringen in vorming en opleiding, uitbouw van een leeftijdsbewust personeelsbeleid, financiële hulp bij de overstap van zwaar naar lichter werk vanaf een zekere leeftijd, geleidelijker afbouwen van de loopbaan via het recht op deeltijds tijdskrediet zijn eveneens engagementen uit het Generatiepact. Maar deze dossiers worden geblokkeerd door diezelfde werkgevers.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek