Protocolakkoord 2009-2010 logistiek (PC 226)

Door: Marc Verboom | Op: 06/04/2009

Op 2 april 2009 zijn vakbonden en werkgevers van de logistiek (PC 226) het eens geraakt over een sectoraal protocolakkoord voor de periode 2009-2010.

De sector logistiek groepeert alle ondernemingen van de internationale handel, het transport en logistieke activiteiten. De sector telt zowat 4.000 bedrijven die samen meer dan 40.000 bedienden en kaderleden tewerkstellen.

Koopkracht

De netto koopkrachtverhoging, zoals voorzien in het uitzonderlijk Interprofessioneel Akkoord 2009 - 2010, wordt volledig ingevuld door toekenning van 125 euro netto in december 2009 en 250 euro netto in september 2010 onder de vorm van eco-cheques. Het betreft hier forfaitaire bedragen, onafgezien van het arbeidsregime of de arbeidsduur. De in 2010 toegekende netto koopkrachtverhoging moet recurrent zijn, d.w.z. van toepassing blijven na 2010. Maar er gebeurt wel een evaluatie begin 2011 over de manier waarop dit zal verder gezet worden.

In de bedrijven kunnen onderhandelingen plaatsvinden om een andere invulling te geven aan de netto enveloppe voor koopkrachtverhoging (125 euro in 2009 en 250 euro in 2010). De bedrijfsakkoorden moeten voor 1 november 2009 worden afgesloten en geregistreerd bij het paritair comité (PC 226).

De werkgeversbijdrage aan het sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt met 0,25% verhoogd op 1 januari 2011.

Barema's

Het jongerenbarema (voor bedienden jonger dan 21 jaar) wordt op 30 april 2009 afgeschaft. Hun loon wordt vanaf 1 mei 2009 opgetrokken tot ten minste het aanvangsloon van de debetreffende loonklasse met 0 jaar anciënniteit. Verdere stappen in het barema worden vanaf 1 mei 2009 gerekend.

Het huidige sectorale barema stopt na 40 jaar (reële of fictieve) anciënniteit. Vanaf 1 mei 2009 wordt dit barema uitgebreid met 2 stappen, respectievelijk op 42 en 45 jaar anciënniteit. Het loon op 42 jaar zal het loon op 40 jaar bedragen, vermeerderd met 2/5de van de loonspanning tussen 35 en 40 jaar en het loon op 45 jaar wordt vastgestgeld op het loon op 40 jaar, vermeerderd met 5/5de van de loonspanning tussen 35 en 40 jaar. Het nieuwe barema zal zo spoedig mogelijk gepubliceerd worden.

Verplaatsingskosten woon-werkverkeer

In uitvoering van het uitzonderlijk interprofessioneel akkoord 2009 - 2010 is de werkgeverstussenkomst in het openbaar vervoer verhoogd van gemiddeld 60 tot gemiddeld 75%. De tussenkomst van de werkgever in een trein-, tram-, metro-, of busabonnement is in de sector logistiek (PC 226) verplicht van zodra de afstand van de woonplaats tot de plaats van tewerkstelling ten minste 1 km bedraagt.

De werkgeverstussenkomst in het woon-werekverkeer met privé-vervoer blijft behouden op gemiddeld 60% van de tarieven openbaar vervoer. Ook hier is in de sector logistiek (PC 226) de tussenkomst van de werkgever verplicht van zodra de afstand van de woonplaats tot de plaats van tewerkstelling ten minste 1 km bedraagt. Het verhogen van de werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer met privé-vervoer is eventueel te onderhandelen in de ondernemingen. De verhoging kan dan wel aangerekend worden op de netto enveloppe aan koopkrachtverhoging (zie hoger).  

Tijdskrediet

De maximale duur voor voltijds en halftijds tijdskrediet voor bedienden jonger dan 50 jaar bedraagt 5 jaar. Hetzelfde geldt voor de bedienden ouder dan 50 jaar en die niet aan de voorwaarden voldoen voor de specifieke regeling voor bedienden ouder dan 50 jaar.

De drempel voor gelijktijdige afwezigheid in de onderneming ten gevolge van tijdskrediet blijft op 7% gehandhaaft. Op ondernemingsvlak kan dit % echter via CAO of via het arbeidsreglement verhoogd worden.

Het stelsel van de aanvullende sectorale premies voor 1/5 tijdskrediet vanaf 50 jaar (75 euro per maand) en halftijds tijdskrediet vanaf 55 jaar (100 euro per maand) wordt verlengd.

Via een bijzondere en tijdelijke regeling wordt voor de periode 2009 - 2010 een aanvullende sectorale premie van 100 euro per maand toegekend aan de bedienden van 53 en 54 jaar en die halftijds tijdskrediet nemen.

Bij de overgang van het tijdskrediet naar brugpensioen wordt de aanvullende vergoeding brugpensioen die de werkgever dient te betalen bovenop de werkloosheidsuitkering, ongeacht de formule van het tijdskrediet, berekend op het voltijds loon. In geval van collectief ontslag wordt de opzeggingstermijn en de verbrekingsvergoeding, ongeacht de formule van tijdskrediet, berekend op het voltijds loon.

De gevolgen van het opnemen van tijdskrediet mag niet tot gevolg hebben dat in de betrokken diensten de werkdruk toeneemt. Desgevallend moet vervangende tewerkstelling worden overwogen. 

Brugpensioen

De volgende brugpensioenstelsels zijn in de sector mogelijk:
  • vanaf 58 jaar (loopbaan van 35 jaar (37 jaar in 2010) voor mannen en loopbaan van 30 jaar (33 jaar in 2010) voor vrouwen) tot eind 2011;
  • vanaf 58 jaar (loopbaan van 35 jaar én gedurende minstens 5 van de laatste 10 jaar of 7 van de laatste 15 een "zwaar beroep" hebben uitgeoefend) tot tot eind 2010;
  • vanaf 56 jaar (loopbaan van 33 jaar waarvan 20 jaar nachtarbeid) tot 2010.

Ook het halftijds brugpensioen vanaf 55 jaar blijft mogelijk tot eind 2010.

Vorming en opleiding

Het aantal dagen vorming en opleiding over de periode 2009 - 2010 blijft 5 dagen. De rapportering gebeurt op het vlak van de onderneming in de geëigende overlegorganen en aan de hand van een gestandardiseerd rapporteringsmodel. In ondernemingen met een overlegorgaan zal een voorafgaande bespreking plaatsvinden over een globaal opleidingsplan.

Flexibiliteit

Indien een interimcontract gevolgd wordt door een contract voor onbepaalde duur voor dezelfde functie wordt de duur van het interimcontract in mindering gebracht van een eventuele proefperiode in het contract voor onbepaalde duur. Deze vermindering van de proefperiode geldt enkel voor de interimcontracten die zijn ingegaan in het jaar voor de ingangsdatum van het contract voor onbepaalde duur.

Sociaal fonds

De werkgeversbijdrage aan het Sociaal Fonds wordt vastgesteld op 0,40% hetgeen moet toelaten de aanvullende premies tijdskrediet, de aanwervingspremies, de outplacementbegeleiding en de syndicale premie uit te betalen.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek