Preventief alcohol- en drugbeleid in de ondernemingen

Door: Marc Verboom | Op: 12/03/2009

Nieuwe interprofessionele CAO op komst

Deze nieuwe CAO legt alle ondernemingen op om een preventief alcohol- en drugbeleid te voeren.

Deze CAO is gericht op het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van functioneringsproblemen door alcohol en drugs en op het aanbieden van hulpverleningsmogelijkheden aan de betrokken werknemers.

De CAO zal vermoedelijk op 1 april 2009 ondertekend worden en op dezelfde datum in voege treden. Het is de bedoeling dat alle ondernemingen 1 jaar later over een preventief alcohol- en drugbeleid beschikken dat aangepast is aan de grootte van de onderneming, de aard van de activiteiten en de specifieke risico's eigen aan bepaalde groepen van werknemers. Er wordt in 2 fases gewerkt.

In een eerste fase moet de werkgever de uitgangspunten en de doelstellingen inzake alcohol- en drugbeleid bepalen en moet hij een intentieverklaring uitwerken die de krijtlijnen van dit beleid bevat.

In een tweede fase, indien de realisatie van de doelstellingen dit vereist, kan de werkgever de maatregelen bepalen die dienen te worden genomen voor de realisatie van de doelstellingen opgenomen in de intentieverklaring door regels op te stellen voor het geheel van het personeel m.b.t.:

  • de beschikbaarheid of niet van alcohol op het werk;
  • het binnenbrengen van alcohol en drugs in de onderneming;
  • het werkgerelateerd gebruik van alcohol en drugs;
  • de procedures die gevolgd moeten worden bij de vaststelling van disfunctioneren op het werk ten gevolge van mogelijk alcohol- of druggebruik;
  • de procedures die gevolgd moeten worden bij de vaststelling van overtredingen op de vastgelegde regels;
  • de werkwijze en procedures die bij de vaststelling van werkombekwaamheid als gevolg van alcohol- of druggebruik moeten gevolgd worden.

 

De CAO voorziet dat de werknemer kan getest worden op alcohol of drugs op voorwaarde dat de werkgever de hierboven genoemde maatregelen heeft genomen. Deze testen mogen enkel gebruikt worden met het oog op preventie, met name om na te gaan of een werknemer al dan niet geschikt is om zijn werk te uit te voeren. Het gaat niet om biologische testen of medische onderzoeken maar eerder om testen, zoals ademtesten en psycho-motorische testen (vaardigheidsproeven en eenvoudige reactietesten), die niet-geijkt zijn, zodat het resultaat enkel een positieve of negatieve indicatie geeft, maar geen zekerheid over de intoxicatie. Het resultaat van de test heeft geen bewijswaarde en kan dus op zichzelf geen sancties staven. De werknemer moet hebben ingestemd met de afname van de test(en).

Rol van de overlegorganen

Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) en de Ondernemingsraad (OR) moeten ingelicht worden en een voorafgaand advies geven over de verschillende door de werkgever genomen maatregelen voor de realisatie van de doelstellingen voorzien in de intentieverklaring. Deze maatregelen vereisen overleg binnen het CPBW met het doel om een consensus te bereiken. Het CPBW en de OR moeten eveneens ingelicht worden en een voorafgaand advies geven over het gebruik van testen op alcohol en drugs in de onderneming.

De verplichtingen van de werkgever tijdens de eerste fase (uitgangspunten, doelstellingen en intentieverklaring) moeten in het arbeidsreglement vermeld worden via de vereenvoudigde wijzigingsprocedure van het arbeidsreglement via de OR. 

De eventuele maatregelen genomen in het kader van de tweede fase (concrete maatregelen en gebruik van testen) moeten eveneens in het arbeidsreglement ingevoerd worden via de gewone wijzigingsprocedure van het arbeidsreglement via de OR.

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek