Recht op outplacement

Door: Marc Verboom | Op: 14/10/2002

Vanaf 15 september hebben ontslagen werknemers van 45 jaar en ouder recht op outplacement.

CAO 82 : de uitwerking van het recht op outplacement is een feit!

De wet van 5 september 2001 en CAO 82 regelen het recht op outplacement voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen.

Onder outplacementbegeleiding wordt verstaan het geheel van begeleidende diensten en adviezen die een derde, in opdracht van de werkgever verleent, individueel of in grope, om een werknemer in staat te stellen binnen een zo kort mogelijke termijn een nieuwe betrekking te vinden of te starten als zelfstandige.

Een werknemer heeft recht op outplacementbegeleiding onder volgende voorwaarden:
de werknemer moet de leeftijd van 45 jaar bereikt hebben op het moment van het ontslag;
de arbeidsovereenkomst moet beëindigd zijn door de werkgever;
het ontslag mag niet gegeven zijn om dringende reden, met het oog op brugpensioen of wettelijk rustpensioen.

De nieuwe CAO bepaalt dat de werknemers op eigen aanvraag, op kosten van de werkgever, gedurende maximum 12 maanden recht hebben op de begeleiding. In een eerste fase heeft de werknemer recht op 20u begeleiding gedurende een termijn van 2 maanden te rekenen vanaf de aanvangsdatum van het outplacementprogramma. Heeft de werknemer geen werk gevonden in die periode dan wordt de begeleiding op verzoek van de werknemer voortgezet gedurende 4 maanden ten belope van 20u. Heeft de werknemer op het einde van die periode geen job gevonden bij een nieuwe werkgever of geen beroepsbezigheid als zelfstandige, kan de begeleiding op zijn/haar verzoek voortgezet worden ten belope van 20 bijkomende uren gedurende 6 maanden.

Wanneer een werknemer die een nieuwe betrekking heeft gevonden deze binnen 3 maanden opnieuw verliest, kan de outplacementbegeleiding op zijn/haar aanvraag hervat worden.

De werknemer die gebruik wil maken van dit recht, moet de werkgever schriftelijk op de hoogte brengen en dit uiterlijk 2 maanden na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer moet een getuigschrift van inschrijving als werkzoekende bijvoegen. Binnen 2 manden na de aanvraag moet de werkgever schriftelijk en aangetekend een outplacementbegeleiding voorleggen. Dit aanbod moet valabel zijn. De werknemer beschikt over 1 maand om schriftelijk al dan niet in te stemmen met het aanbod. Dit kan ten vroegste gebeuren na de betekening van de opzegging of verbreking van de arbeidsovereenkomst. De schriftelijke instemming van de werknemer moet volgende gegevens bevatten:
  • aanvangsdatum van het outplacement;
  • soort outplacement (individueel of in groep);
  • naam van de dienstverlener;
  • programma van de begeleiding.

Wanneer de werknemer een valabel outplacementaanbod weigert, vervalt het recht op outplacement.

De werknemer die de outplacementbegeleiding wil verder zetten na de eerste of tweede periode moet dit schriftelijk aanvragen binnen 1 maand na het verstrijken van de vorige periode. Hierbij moet de werknemer een verklaring voegen dat hij/zij nog geen nieuwe beroepsbezigheid heeft.

De paritaire comités (sectoren) kunnen bij CAO afwijken van de bepalingen in CAO 82.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek