Verlies aan koopkracht ?

Door: Marc Verboom | Op: 05/02/2008

Voor BBTK moet de koopkracht verbeteren via indexering en reële bruto loonsverhogingen

Niemand kan ontkennen dat de koopkracht van de werknemers onder druk staat. De stijging van de voedingsproducten, energieprijzen, huurprijzen, ... voelt iedereen dagelijks in de portemonee.

Gelukkig compenseert de indexering van de lonen en de sociale uitkeringen deze stijgende levensduurte. Misschien niet volledig omdat in de zogenaamde gezondheidsindex (waaraan de lonen en sociale uitkeringen gekoppeld zijn) geen rekening wordt gehouden met de prijs van de benzine en diesel. Er is ook een vertragend effect in de compensatie omwille van de zogenaamde afgevlakte index (men neemt het gemiddelde van de laatste 4 maanden als basis). Ten slotte wegen de prijzen van levensnoodzakelijke goederen, zoals voeding en energie, nu minder in de index en hebben producten als TV's, PC's en GSM toestellen (waarvan de prijzen dalen) een groter aandeel. De index en de indexeringsmechanismen (1) zijn dus zeker niet ideaal. Ons indexsysteem blijft echter uniek en mag en moet dus gekoesterd worden. Het is duidelijk dat de komende maanden de indexering van de lonen en sociale uitkeringen ten volle zal spelen.

In de meeste sectoren zullen de bedienden, bovenop de indexering, dit jaar hun reëel loon zien stijgen omdat de sectorakkoorden deze loonsverhogingen voornamelijk in 2008 hebben vastgelegd (2). Op 1 uitzondering na zijn in de bediendensectoren nergens all-in akkoorden afgesloten (hierbij wordt bij hoge inflatie en indexering de afgesproken loonsverhoging niet of slechts gedeeltelijk toegepast). Dit betekent dat in de bediendensectoren én de indexeringen én de geplande reële loonsverhogingen dit jaar effectief zullen worden toegepast. In werkgeverskringen kan nu al gehoord worden dat all-in akkoorden overal verplicht zouden moeten worden. De BBTK zal zich hiertegen blijven verzetten. Wat we nu meemaken met de stijgende inflatie bewijst ons gelijk.

Daar waar de indexeringen de stijgende levensduurte moeten compenseren, moeten de reële loonsverhogingen daar bovenop de werknemers hun rechtmatig aandeel in de stijgende rijkdom toekennen. Het is een feit dat de laatste jaren het aandeel van de inkomens uit loon in de in dit land gecreëerde rijkdom gedaald is terwijl het aandeel van de inkomens uit kapitaal gestegen is. Dit onevenwicht kan voor ons niet meer. Dat zal de inzet worden van de interprofessionele onderhandelingen van eind dit jaar en de sectorale onderhandelingen van begin volgend jaar. De BBTK zal daarbij voorrang blijven geven aan verhogingen van het bruto loon. Dit bruto loon draagt immers bij tot het opbouwen van sociale zekerheidsrechten (werkloosheidsuitkering, pensioen, ziekteuitkering, ...). Dit in tegenstelling tot het nieuwe bonussysteem dat sinds begin dit jaar van kracht is. Het zogenaamde systeem van "niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen" is natuurlijk verleidelijk vanwege het (para)fiscale voordeel ervan voor de werknemer en, nog meer, voor de werkgevers. Het is echter niet blijvend en wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van het pensioen, vakantiegeld, eindejaarspremie, ... Deze bonussen worden immers niet als loon beschouwd. De BBTK zal daarom voorzichtig omspringen met dit nieuwe systeem. We zullen tijdens de loononderhandelingen voorrang blijven geven aan de verhoging van het bruto loon. Als daar bovenop een extraatje kan onderhandeld worden zullen we dat natuurlijk niet laten liggen. We zullen ook geen oneigenlijk gebruik van dit systeem dulden. Vele werkgevers zullen maar al te graag in de toekomst alleen nog loonsverhogingen via deze weg voorstellen.

Hiernaast vindt de BBTK, samen met het ABVV, dat dringend volgende maatregelen moeten genomen worden:

  • een maximumprijs voor brandstoffen;
  • verlaging van BTW tarief van 21 naar 6% op huishoudelijk gebruik van gas en elektriciteit;
  • blokkering huurprijzen;
  • kosteloze energie-audit voor lage inkomens;
  • sociaal belastingkrediet voor lage en middelgrote inkomens (= verhoging netto loon);
  • welvaartsvaste uitkeringen (tweejaarlijkse verhoging met minimum 1%) en verhoging laagste uitkeringen (+ 2%);
  • programmatie voor optrekken wettelijk pensioen van 60 naar 75% van het loon;
  • verhoging plafonds waarop sociale uitkeringen (pensioen, ziekteuitkering, werkloosheidsuitkering, ...) worden berekend;
  • herfinanciering van de sociale zekerheid via de Algemene Sociale Bijdrage.

 

(1) : de index en indexeringsmechanisme is per sector (of paritair comité) vastgelegd; indexeringen vinden dus per sector op een ander tijdstip of met een ander percentage plaats

(2) : enkele voorbeelden van reële loonsverhogingen (in 2008) zoals vastgelegd in de sectorale akkoorden

  • 1/1/2008 : aanvullend nationaal paritair comité voor bedienden (PC 218) : 18 euro op barema en reële lonen
  • 1/1/2008 : scheikunde (PC 207) : 10 euro op minimumbarema en 16,5 euro op reële lonen
  • 1/1/2008 : petroleum (PC 211) : 1,5% met minimum van 40 euro
  • 1/4/2008 : logistiek (PC 226) : 25 euro op barema en reële lonen
  • 1/4/2008 : spaarbanken (PC 308) : 20 euro op minimulonen
  • 1/7/2008 : spaarbanken (PC 308) : andere dan minimumlonen éénmalige premie van 200 euro (na éénmailge premie van 200 euro in 2007)
  • 1/9/2008 : handel (PC 202, 311 en 312) : 8 euro (na 12 euro in 2007)
  • 1/10/2008 : handel (PC 201 en 202.01) : 8 of 10 euro (na 10 euro in 2007)
  • 1/10/2008 : metaal (PC 209) : 13,17 euro (na zelfde bedrag in 2007)

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek