Hogere lonen stijgen dubbel zo snel

Door: Marc Verboom | Op: 02/07/2007

Studie SD Worx bevestigt bevindingen van BBTK

Het sociaal secretariaat en dienstengroep SD Worx onderzocht de lonen van 190.024 werknemers in België. Het totaal jaarsalaris (vast én variabel loon) steeg in 2006 met gemiddeld 3,4%.

De laagste salarissen stegen met 2,9%. De hoogste salarissen stegen daarentegen met 6,2% of bijna dubbel zo veel.

SD Worx deelde de lonen in 10 categorieën in en vergeleek de stijging van de lonen tussen januari 2006 en januari 2007. De mediaanwaarden voor de 10 looncategorieën zijn:

  mediaan  stijging 
 categorie 1  24.360  2,9 %
 categorie 2  28.051  3,1 %
 categorie 3  31.323  3,4 %
 categorie 4  34.903  3,3 %
 categorie 5  38.530   3,4 %
 categorie 6  42.924  3,3 %
 categorie 7  48.479   3,4 %
 categorie 8  56.300  3,6 %
 categorie 9  70.709  4,1 %
 categorie 10  139.835  6,2 %

De 10 % beste verdieners kunnen rekenen op een totaal jaarsalaris van ongeveer 140.000 euro. Dit is niet alleen bijna 6 keer meer dan de 10 % slechtse verdieners, maar bovendien zien ze hun jaarsalaris het sterkst stijgen (6,2 % voor de hoogverdieners tegenover 2,9% voor de laagverdieners). De stijging van de hoogste lonen zou in hoofdzaak te wijten zijn aan een toename van het variabele salarisdeel (zoals bonussen, commissies en premies).

Dit is hetgeen BBTK sedert ettelijke jaren vast stelt, ook na de invoering van de wet op de loonnorm. Vakbonden nemen hun verantwoordelijkheid op en houden zich bij de loononderhandelingen (op interprofessioneel en sectoraal vlak, eventueel aangevuld met bedrijfsakkoorden) aan de loonnorm. Daarbovenop worden aan de hoogste categorieën éénzijdig (en zonder tussenkomst van de vakbond) allerlei voordelen toegekend (onder de vorm van bonussen en premies).

In het editoriaal van 26 juni 2007 stelde adjunct-hoofdredacteur Walter Pauli in De Morgen het volgende :

"Consultancybureau SD Worx gaf opzichtige cijfers vrij: in België stijgen de hoogste lonen (6,2%) veel sneller dan de laagste (2,9%). En dat terwijl het heersende discours luidt: loonmatiging. We zouden 'te duur' zijn voor het buitenland. In sectoren zoals de autoassemblage is de kritische grens bereikt, in de confectie en textiel is de strijd tegen de lageloonlanden vaak uitzichtloos.

Maar die zogenaamde economische wetmatigheid wordt selectief toegepast. Er is een index, een loonnorm en werkgeversorganisaties als VOKA (Vlaamse werkgevers) pleiten ervoor de loonnorm uiterst strikt toe te passen of zelfs de automatische indexering af te schaffen. Want al die magazijniers, inpakkers, poetsers, kleine bedienden en mannen en vrouwen aan de lopende band die prijzen zichzelf met hun geweldige hoge lonen uit de markt. Niet ?

Geheel anders is het discours, zo leert de praktijk al een tijdje, als het over de verloning van de hogere lonen gaat. Gemiddeld mag er 7% per jaar bij. Als de vakbonden dat zouden vragen bij een interprofessioneel akkoord is er geen sprake meer van sociaal overleg en sabelen de media hen neer.

De 'toplonen' maken natuurlijk niet veel stennis over hun eigen loonzak. Dat is iets tussen hen en de verantwoordelijke van hun payroll: in veel gevallen hun ondergeschikte, in het beste geval een 'akkoordje tussen gelijken'.

Er zijn in dit land weinig redenen om de loonkloof spectaculair te laten groeien. Bedrijfsleiders mogen gerust meer verdienen, maar waarom moeten zij in 2007 nog meer verdienen dan in 2005 ? Waarom moeten ze de kloof met hun eigen mensen elk jaar uitdiepen ? Motiveert hen dat ? Of hebben ze studies bij de hand dat Belgische managers beter scoren dan hun buitenlandse collega's ?

Neen dus. Er is tot nader order geen goed argument voor de stelling dat de Belgische economie sterker zou worden naarnate de managers van dit land de loonkloof eigenhandig uitdiepen. Dat ze hun rug krommen over de echte uitdagingen van hun (onze) bedrijven."

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek