Aanpassingen reglementering tijdskrediet opnieuw uitgesteld

Door: Marc Verboom | Op: 04/04/2007

Werkgevers houden publicatie van nieuw KB i.v.m. tijdskrediet tegen

Het KB, in uitvoering van het Generatiepact, met de aanpassingen aan de wetgeving inzake tijdskrediet had normaal vanaf 1 april 2007 moeten van kracht worden. De werkgevers weigeren te tekenen omdat ze de koppeling maken met andere te nemen maatregelen. Vermoedelijk wordt de datum van inwerkingtreding verschoven naar 1 juni.

Het KB voorziet in de volgende wijzigingen aan de wetgeving inzake tijdskrediet:

1. Voltijds tijdskrediet

Iedereen heeft recht op 1 jaar voltijds tijdskrediet tijdens zijn/haar loopbaan. Dit recht kan uitgebreid worden via een sectorale CAO of een bedrijfsakkoord tot maximaal 5 jaar. Voor zover geen wijzigingen, maar het Generatiepact beperkt het recht op uitkeringen in geval van voltijds tijdskrediet tot 1 jaar, tenzij het voltijds tijdskrediet wordt opgenomen in volgende gevallen:

  • opvoeding van een kind jonger dan 8 jaar;
  • zorg voor een zwaar ziek familielid (inwonend of tot in de 2de graad);
  • palliatieve verzorging;
  • zorg voor een inwonend en thuis verzorgd gehandicapt gezinslid ouder dan 8 jaar;
  • volgen van een opleiding.

In deze gevallen blijft men gedurende een periode van 5 jaar uitkeringen ontvangen.

Deze nieuwe regeling betreft nieuwe aanvragen of verlengingen die ingaan vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007.

De nieuwe regeling is evenmin van toepassing op het voltijds tijdskrediet dat was aangevraagd voor 1 januari 2007 en omkaderd was door een CAO afgesloten voor deze datum. Ook hier behoudt men het recht op voltijds tijdskrediet gedurende 5 jaar mét uitkeringen.

2. Vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 indien jonger dan 50 jaar

Tot op heden diende deze vermindering van de arbeidsprestaties opgenomen te worden in hetzij 1 dag per week, hetzij 2 halve dagen per week. Vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007 kan deze vermindering van de arbeidsprestaties ook anders gespreid worden. Deze andere spreiding moet voorzien worden in een CAO of via het arbeidsreglement én op basis van een onderling akkoord tussen werknemer en werkgever.

Met uitzondering van de éénoudergezinnen (alleenstaande met kinderen ten laste) wordt de bedrijfsvoorheffing op de uitkering tijdskrediet voor de nieuwe aanvragen vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007 verhoogd van 17,15% tot 35%.

3. Vermindering van de arbeidsprestaties indien ouder dan 50 jaar

Er wordt een algemeen recht op vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 ingesteld voor alle werknemers van 55 jaar en ouder in de bedrijven met meer dan 10 werknemers. Bijgevolg tellen de werknemers van 55 jaar en ouder voortaan niet meer mee voor de berekening van de drempel van 5% (eventueel verhoogd bij CAO of arbeidsreglement) om te bepalen hoeveel werknemers in de onderneming tegelijk in tijdskrediet mogen.

Voor "sleutelposities" kan dit recht met maximaal 12 maanden uitgesteld worden mits een voldoende en gegronde motivatie vanwege de werkgever. Het begrip sleutelfunctie moet bepaald worden in een sectorale CAO of een bedrijfsakkoord of, indien er geen syndicale afvaardiging is, via het arbeidsreglement mits schriftelijk akkoord tussen werkgever en werknemer.

Ook hier kan bij een vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 een andere spreiding van de vrije dagen voorzien worden (zie hoger punt 2).

De vereiste anciënniteit in de onderneming van 5 jaar wordt voor alle 50-plussers teruggebracht tot 3 jaar.

In onderling akkoord met de werkgever kan bovendien de vereiste anciënniteit in de onderneming teruggebracht worden tot 2 jaar indien men is aangeworven tussen de leeftijd van 50 en 54 jaar en tot 1 jaar indien men is aangeworven vanaf de leeftijd van 55 jaar.

4. Gelijkgestelde periodes voor berekening loopbaan brugpensioen

Ten gevolge van de verhoging van de leeftijd waarop men met brugpensioen kan gaan (normaal vanaf 60 jaar i.p.v. 58 jaar (maar tal van uitzonderingen op een lagere leeftijd blijven mogelijk)), zijn er ook nieuwe regels inzake "gelijkgestelde periodes" in het IPA 2007 - 2008 (in uitvoering van het Generatiepact) vastgelegd.

In het geval van voltijds en halftijds tijdskrediet houdt men voor de berekening van de loopbaanvereiste voor het brugpensioen rekening met: 

  • 3 jaar gelijkstelling voor het voltijds en halftijds tijdskrediet ingegaan voor (vermoedelijk) 1 juni 2007;
  • 3 jaar gelijkstelling voor het voltijds tijdskrediet met één van de motieven zoals bepaald onder 1. en ingegaan vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007;
  • geen gelijkstelling voor het 1ste en 2de jaar, maar wel voor het 3de jaar voor het voltijds tijdskrediet zonder één van de motieven zoals bepaald onder 1 en ingegaan vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007;
  • 3 jaar gelijkstelling voor het halftijds tijdskrediet ingegaan vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007.

Bij de vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 voor de leeftijd van 50 jaar houdt men voor de berekening van de loopbaanvereiste voor het brugpensioen vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007 rekening met een gelijkstelling van 3 jaar in dagen én 3 jaar in kalenderjaren.

Bij de vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 en halftijds tijdskrediet vanaf de leeftijd van 50 jaar houdt men voor de berekening van de loopbaanvereiste voor het brugpensioen vanaf (vermoedelijk) 1 juni 2007 rekening met een gelijkstelling van 3 jaar in dagen. Op deze manier kan de volledige periode  van 15 jaar (tussen 50 en 65 jaar) volledig worden gelijkgesteld. Slechts maximaal 6 jaar halftijds tijdskrediet kan gelijkgesteld worden.

5. Sociale bijdragen op sommige uitkeringen tijdskrediet

Indien de werkgever, rechtstreeks of onrechtstreeks (bv via een sociaal fonds), bovenop de uitkering tijdskrediet een aanvullende vergoeding betaalt, worden ze in uitvoering van het Generatiepact voortaan onderworpen aan RSZ-bijdragen. Deze bijdragen zijn in te houden vanaf 1 april 2006. Voordien werden er geen sociale zekerheidsbijdragen op dergelijke vergoedingen ingehouden.

Over welke aanvullende vergoedingen gaat het ?

  • de vergoedingen toegekend aan werknemers van 50 jaar en ouder;
  • de vergoedingen ter aanvulling op een uitkering voor voltijds of halftijds tijdskrediet.

Over welke aanvullende vergoedingen gaat het niet ?

  • als men voor het eerst de aanvullende vergoeding reeds ontvangen heeft voor de leeftijd van 45 jaar;
  • als men voor het eerst de aanvullende vergoeding reeds ontvangen heeft voor 1 januari 2006;
  • een aanvullende vergoeding in het kader van de thematische verloven (ouderschapsverlof, zorg voor ernstig ziek famlilielid en palliatieve verzorging);
  • een aanvullende vergoeding in het kader van een vermindering van de arbeidspretaties met 1/5;
  • een aanvullende vergoeding voorzien in een sectorale CAO afgesloten voor 1 oktober 2005 (of indien het gaat om een verlenging zonder wijzigingen na 30 september 2005);
  • als men tewerkgesteld is in de social profit (ziekenhuizen, opvoedingsinstellingen, rusthuizen, ...).

Hoeveel bijdrage betaalt men ?

De werknemersbijdrage is vastgesteld op 3% (voor de RVA) en 3,5% (voor de RVP).

De werkgeversbijdrage bedraagt 32,25%.

Door de toepassing van de werknemersbijdrage mag het totaal belastbaar bedrag niet onder een bepaalde drempel komen. Deze is afhankelijk van de gezinstoestand en het type van het tijdskrediet:

  • voltijds tijdskrediet: 1.162,57 euro (zonder gezinslast)
  • voltijds tijdskrediet: 1.400,34 euro bruto (met gezinslast)
  • halftijds tijdskrediet: 581,29 euro bruto (zonder gezinslast)
  • halftijds tijdskrediet: 700,18 euro bruto (met gezinslast).

Voorbeeld : een 53 jarige werknemer in halftijds tijdskrediet ontvangt van zijn werkgever een aanvullende vergoeding ter waarde van 425 euro bruto bovenop de uitkering tijdskrediet (momenteel 417 euro bruto). De werknemer is gehuwd en heeft zijn partner ten laste.

De som van de uitkering tijdskrediet en de aanvullende vergoeding is gelijk aan 842,05 euro. Daarop wordt  25,26 euro (3% RVA) en 29,48 euro (3,5% RVP) afgehouden. Het totaal belastbaar bedrag is bijgevolg 787,31 euro. In dit geval moeten de werknemersbijdragen ingehouden worden omdat ze niet tot gevolg hebben dat het totaal belastbaar bedrag onder het minimumbedrag van 700,18 euro terechtkomt.

In welke gevallen is er sprake van een verhoging van deze bijdragen ?

Wanneer de werknemer in halftijds tijdskrediet is en door zijn werkgever wordt vrijgesteld van prestaties worden de bijdragen verdubbeld. Hier is de werkgeversbijdrage 64,50% en de werknemersbijdrage 6% (RVA) en 7% (RVP).

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek