Europa veroordeelt BelgiŽ voor onvoldoende sociaal overleg in KMO's

Door: Marc Verboom | Op: 04/04/2007

Europese Richtlijn uit 2002 betreffende het sociaal overleg en de uitwisseling van sociaal-economische informatie in KMO's nog steeds niet van toepassing

De Europese Richtlijn dateert uit 2002 en de lidstaten hadden tot 23 maart 2005 de tijd om de richtlijn om te zetten in hun eigen wetgeving. Dit is in België nog steeds niet gebeurd. Eind juni 2006 startte de rechtszaak van de Europese Commissie tegen de Belgische regering. Binnenkort valt er wellicht een vonnis. België zou kunnen veroordeeld worden tot een boete van 2.905.000 euro en dwangsommen die kunnen oplopen tot 69.000 euro per dag.

De richtlijn bepaalt dat sociaal overleg en het geven van sociaal-economische informatie moet gebeuren in ondernemingen vanaf 50 werknemers of in vestigingen vanaf 20 werknemers. België kent sociale overlegorganen vanaf 100 werknemers (ondernemingsraad) en vanaf 50 werknemers (comité voor preventie en bescherming op het werk, maar waarin geen sociaal-economische informatie over de onderneming wordt verstrekt).

Dat het anders kan bewijzen de meeste andere Europese landen. Zo is er al een werknemersvertegenwoordiging:

  • in alle ondernemingen zonder enige drempel in Zweden;
  • vanaf 5 werknemers in Duitsland en Oostenrijk;
  • vanaf 6 werknemers in Spanje;
  • vanaf 10 werknemers in Nederland;
  • vanaf 11 werknemers in Frankrijk;
  • vanaf 15 werknemers in Luxemburg en Italië;
  • vanaf 20 werknemers in Griekenland en Finland.

Deze cijfers tonen aan dat sociaal overleg in onze buurlanden ook in de kleinste ondernemingen mogelijk is. En dat dit helemaal niet schadelijk is voor hun werking.

In de week van 26 tot 30 maart voerde het ABVV op verschillende plaatsen actie om de eis tot omzetting (na 5 jaar) van de Europese Richtlijn in de Belgische wetgeving. De furieuse reactie van de werkgevers (en meer bepaald UNIZO) is in het licht van het voorgaande hoogst onbegrijpelijk.

Waarom een vakbondsvertegenwoordiging in KMO's ?

Een kwestie van democratie

In tegenstelling tot wat men denkt is er in ons land nog altijd geen "algemeen stemrecht". Bij sociale verkiezingen zijn niet alle werknemers gelijk : in de KMO's met minder dan 50 werknemers zijn er geen sociale verkiezingen. De werknemers van de ondernemingen uit de privésector met minder dan 50 personeelsleden vertegenwoordigen 48% van de totale tewerkstelling in de privésector. Of meer dan 1 miljoen werknemers hebben geen stem !!!

Een kwestie van veiligheid

Statistieken bevestigen dat de zwaarste ongevallen zich voordoen in de KMO's. In KMO's zijn 36,8% van het totaal aantal werknemers tewerkgesteld. Toch bedraagt het aantal dodelijke arbeidsongevallen in KMO's 55,9% en het aantal arbeidsongevallen met blijvende ongeschiktheid 44,6%. Het is bewezen dat de aanwezigheid van een vakbond leidt tot een betere toepassing van de veiligheidsregels en -wetgeving.

Een kwestie van recht

De vakbondsvertegenwoordiging in KMO's is gewoon een kwestie van Europees recht (zie hoger). Maar eigenlijk moest ons land niet wachten op een signaal uit Europa. De wet van 1948 tot oprichting van een ondernemingsraad legde een drempel van 50 werknemers vast. Maar sindsdien worden de ondernemingsraden slechts verkozen vanaf 100 werknemers. De eigen wetten worden in ons land dus niet gerespecteerd en dit al 59 jaar ! Onlangs heeft de Raad van State dit bevestigd. 

Een kwestie van dialoog

De werkgevers in de KMO's stellen dat ze geen vakbond nodig hebben om hun relatie met de werknemers te regelen. De sfeer zou er familiaal zijn, met een open dialoog en gelukkige werknemers. We stellen echter vast dat de realiteit er anders uitziet. De arbeidsomstandigheden zijn er doorgaans minder goed dan in andere ondernemingen. De conflicten worden er meestal niet in der minne geregeld; integendeel.

Meer dan 2/3 van de procedures voor de arbeidsrechtbanken tussen werkgevers en werknemers hebben betrekking op KMO's. Problemen die in grotere ondernemingen via sociaal overleg geregeld worden, moeten hier voor de arbeidsrechtbank beslecht worden. De meest voorkomende klachten die de juridische diensten van de vakbonden moeten behandelen (en dit wordt door de inspectiediensten van de sociale wetten bevestigd) gaan over:

  • het niet naleven van loonbarema's;
  • problemen met overuren;
  • problemen met de vakantieplanning;
  • foute toepassing van de ontslagprocedure.

De aanwezigheid van vakbonden in de ondernemingen heeft nochtans bewezen bijzonder doeltreffend te zijn bij het voorkomen of het regelen van geschillen via overleg in plaats van door confrontatie.

Een kwestie van loon

In KMO's verdienen de werknemers gemiddeld een derde minder dan hun collega's in de grotere ondernemingen. Dit verschil kan niet alleen verklaard worden door functieverschillen of verschillen in opleidingsniveau. De aanwezigheid van de vakbond (en de mogelijkheid om de economische en financiële informatie over het bedrijf te kunnen inkijken) zijn van essentieel belang om de werknemers hun rechtmatig deel van de gecreëerde rijkdom te geven. Ook qua vorming en opleiding zijn de werknemers niet beter af. Cijfers tonen voldoende aan dat werknemers uit KMO's minder kans krijgen om zich bij of om te scholen.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek