Scholingsbeding

Door: Marc Verboom | Op: 05/01/2007

Scholingsbeding voortaan wettelijk geregeld

Wat is een scholingsbeding ?

Als een werknemer gedurende de uitvoering van de arbeidsovereenkomst een opleiding van een zekere omvang volgt op kosten van de werkgever kunnen werkgever en werknemer een scholingsbeding afsluiten. In een dergelijke clausule verbindt een werknemer zich ertoe om een deel van de opleidingskosten terug te betalen als hij de onderneming verlaat voor het einde van de vooraf afgesproken periode.

Tot nu toe was er in de rechtspraak en rechtsleer geen éénduidigheid over de geldigheid van een scholingsbeding. Volgens sommigen was een dergelijk beding onwettelijk omdat het niet voorkomt in de (limitatieve) lijst van toegestane bedingen in de wet op de arbeidsovereenkomsten, anderen volgden een meer pragmatische houding waarin een scholingsbeding wel mogelijk was binnen bepaalde perken.

Aan die rechtsonzekerheid komt met de nieuwe wet een einde.

Wanneer is een scholingsbeding mogelijk ?

Een scholingsbeding kan enkel worden afgesloten indien:

  • de werknemer (bediende, arbeider, handelsvertegenwoordiger, ...) tewerkgesteld is met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur;
  • het bruto jaarloon van de werknemer meer dan 28.093 euro (vanaf 1 januari 2007) bedraagt;
  • de vorming aan de volgende voorwaarden voldoet:
    • toelaten om nieuwe professionele competenties te verwerven die ook buiten de onderneming bruikbaar zijn (1);
    • ten minste 80 uur in beslag nemen;
    • een kostprijs hebben van tenminste het dubbele van het gewaarborgd minimummaandinkomen voor werknemers van 21 jaar en ouder (momenteel 2 x 1258,91 = 2517,82 euro);
    • niet voortvloeien uit een wettelijke of reglementaire bepaling om het beroep te kunnen uit oefenen (2).

 De sectoren hebben de mogelijkheid om bepaalde categorieën van werknemers en bepaalde opleidingen uit te sluiten.

De wet bepaalt uitdrukkelijk dat de werknemer de bezitter blijft van zijn diploma's of certificaten en moet beschikken over het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift.

Welke inhoud ?

Een scholingsbeding moet voor elke werknemer afzonderlijk schriftelijk worden opgemaakt en uiterlijk op het moment waarop de vorming begint. Het kan dus zowel bij de indiensttreding als tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst worden afgesloten.

Een scholingsbeding moet volgende bepalingen bevatten:

  • een omschrijving van de overeengekomen vorming, de duur en de plaats ervan;
  • de kost van de vorming of de kostenelementen die toelaten de waarde ervan te schatten;
  • de begindatum en de duur van het scholingsbeding (zie verder);
  • het gedeelte van de kosten dat de werknemer moet terug betalen indien hij de onderneming verlaat voor het einde van de overeengekomen periode (zie verder).

De duur van een scholingsbeding moet in verhouding staan tot de kostprijs van de opleiding en mag nooit langer zijn dan 3 jaar.

Het door de werknemer terug te betalen bedrag moet degressief zijn in functie van de duur van het beding en mag niet meer bedragen dan:

  • 80% van de kost in geval van vertrek voor 1/3 van de overeengekomen periode;
  • 50% van de kost in geval van vertrek tussen 1/3 en 2/3 van de overeengekomen periode;
  • 20% van de kost in geval van vertrek na 2/3 van de overeengekomen periode.

Het bedrag mag bovendien nooit meer dan 30% van het jaarlijks loon van de werknemer bedragen. 

Wanneer heeft het scholingsbeding geen uitwerking ?

Een scholingsbedingsbeding kan geen uitwerking hebben:

  • bij beëindiging door de werkgever of de werknemer tijdens de proefperiode;
  • bij beëindiging na de proefperiode door de werkgever zonder dringende reden;
  • bij beëindiging na de proefperiode door de werknemer omwille van een dringende reden;
  • bij beëindiging in geval van herstructurering zoals bedoeld in wet op het Generatiepact.

De nieuwe wet treedt in werking vanaf 6 januari 2007.

 

(1) een vorming die louter als doel heeft de werknemer "op de hoogte te houden" kan niet het voorwerp uitmaken van een scholingsbeding omdat het volgen van een dergelijke vorming tot de normale gang van zaken behoort

(2) een vorming die voor de uitoefening van een beroep vereist wordt door een wettelijke of reglementaire bepaling kan niet het voorwerp van een scholingsbeding uitmaken

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek