Campagne welvaartsvastheid sociale uitkeringen

Door: Marc Verboom | Op: 03/09/2006

In het kader van het aan de regering uit te brengen advies over de verdeling van de enveloppe te besteden aan het welvaartsvast maken van de sociale uitkeringen heeft het ABVV haar standpunten kenbaar gemaakt en voert het ABVV campagne.

Reeds jarenlang is het ABVV vragende partij om de sociale uitkeringen (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, ...) te koppelen aan de welvaart. Deze eis werd ondermeer ondersteund door grote betogingen in september 1998, oktober 2000, mei 2001 en maart 2004.

Waarom is een welvaartsvastheid nodig ?

Om te vermijden dat de vervangingsinkomens uitgehold worden door de stijgende prijzen van consumptiegoederen zijn ze gekoppeld aan de index. Telkens wanneer de afgevlakte gezondheidsindex met 2% is gestegen, worden de sociale uitkeringen de volgende maand verhoogd met 2%.

Anderzijds is het zo dat de lonen sneller stijgen dan de index als gevolg van tweejaarlijkse loononderhandelingen op interprofessioneel en sectoraal niveau. Als gevolg hiervan ontstaat er een kloof tussen de lonen en de sociale uitkeringen, zoals onderstaande tabel illustreert:

  1980 1990  2000  2005  2030 

pensioen

werkloosheid

invaliditeit

34,7%

45,7%

44,5%

33,1%

33,6%

33,6%

31,5%

26,2%

33,1%

31,7%

27,0%

31,7%

29,9%

21,5%

27,3%

 

In 1980 vertegenwoordigde de gemiddelde werkloosheidsuitkering nog 45,7% van het gemiddelde loon. In 2005 was dit nog amper 27,0%. Dezelfde daling stellen we vast voor de andere uitkeringen (*). Dit betekent dat het verzekeringsprincipe (tegen het risico om het inkomen uit arbeid te verliezen en een daling van de levensstandaard te voorkomen) steeds verder uitgehold wordt.

Volgens de Nationale Arbeidsraad, het Planbureau, de Commissie voor de Vergrijzing en het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen zal de kloof tussen de sociale uitkeringen en de lonen blijven toenemen als er niets gebeurt (zie prognose in laatste kolom voor 2030).

Wat is reeds beslist ?

In 2004 verkregen wij, met ingang vanaf 2007, de invoering van een tweejaarlijks onderhandelingsmechanisme voor de welvaartskoppeling van de sociale uitkeringen. De sociale partners (vakbonden en werkgevers) doen een voorstel aan de regering die de uiteindelijke beslissing neemt.

Voor 2007 is een budget voorzien van 160 miljoen euro (75 miljoen euro toegezegd op de superministerraad van Oostende in 2004 en 85 miljoen euro bijkomend in het Generatiepact).

Vanaf 2008 een jaarlijks budget van ongeveer 210 miljoen euro berekend volgens de volgende parameters:

  • 0,5% van de bestaande uitkeringen;
  • 1% van de minima en forfaits;
  • 1,25% van de loonplafonds.

Tegen 15 september 2006 moeten de sociale partners een advies aan de regering afleveren over de verdeling van deze enveloppe voor de periode 2007-2008.

Maar niets is zeker ...

Alhoewel de werkgevers niet tegen de welvaartsvastheid zijn, stellen zij de laatste weken voorwaarden aan de uitvoering van de genomen beslissingen (in hoofdzaak inzake de verhoging van de werkloosheidsuitkeringen). En ook de regering heeft via Bruno Tobback reeds in haar kaarten laten kijken. Eind juni pakte de minister van Pensioenen met een eigen voorstel uit (dat blijkbaar op de ministerraad van 20 juli 2006 door de regering werd overgenomen), waarin het volledige budget uitsluitend naar het verhogen van de laagste en oudste pensioenen zou gaan.

Voorstellen van het ABVV en ACV

Het inschrijven van het principe van de welvaartsvastheid in de wet is een belangrijke stap. Hierdoor kan een enveloppe vrijgemaakt worden om (sommige) sociale uitkeringen te verhogen. Maar de enveloppe is onvoldoende om de trend om te buigen. In het beste geval zullen de sociale uitkeringen met de bovenstaande maatregelen op het huidige niveau behouden blijven of minder snel achteruitgaan (volgens de prognoses van de Commissie voor de Vergrijzing - zie tabel 2030).

  2005 2007 2030 

pensioen

werkloosheid

invaliditeit

31,7%

27,0%

31,7%

32,0%

27,3%

 30,9%

32,1%

25,1%

30,3%

In plaats van een onderhandelingsmechanisme voor een (te kleine) enveloppe die de regering, na advies van de sociale partners, naar goeddunken zal besteden (d.w.z. niet voor iedereen en niet alle uitkeringen) willen we een structureel en automatisch mechanisme voldoende om te verhinderen dat de sociale uitkeringen achteruitgaan in vergelijking tot de lonen.

Het advies van ABVV en ACV luidt als volgt:

  • alle plafonds optrekken met:
    • 2% op 1 januari 2007
    • 2,5% om de 2 jaar vanaf 1 januari 2009
  • een inhaalbeweging voor kleinere pensioenen, invaliditeitsuitkeringen en uitkeringen arbeidsongeval en beroepsziekten:
    • 2% op 1 september 2007 voor de minima en de uitkeringen die minstens 20 jaar geleden ingingen
    • 2% op 1 september 2008 voor de uitkeringen die tussen 15 en 20 jaar geleden ingingen
    • 2% op 1 september 2009 voor de minima en voor alle andere uitkeringen
    • 1% om de 2 jaar vanaf 1 september 2009
  • een inhaalbeweging voor de werklozen:
    • 2% vanaf 1 januari 2008 voor de minima en de forfaits
    • 60% van het begrensde loon vanaf 1 januari 2008 voor alle werklozen in de eerste periode
    • 1% om de 2 jaar voor alle uitkeringen.

 

(*) na de jaren '70 zijn de welvaartsaanpassingen vanaf 1981 niet meer toegepast, met uitzondering van 1990-1991 en enkele meer recente aanpassingen in enkele deelsectoren of voor bepaalde groepen (oudste pensioenen in 1999 en langdurige invaliden in 2004)

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek