Brugpensioen na het Generatiepact

Door: Marc Verboom | Op: 14/08/2006

Het Generatiepact wijzigt ingrijpend de bestaande reglementering inzake brugpensioen. De regering wenst enerzijds het brugpensioen te ontmoedigen door de leeftijds- en loopbaanvereisten te verstrengen en de sociale bijdragen te verhogen en anderzijds de bruggepensioneerden terug aan het werk te zetten.

De nieuwe reglementering zal van toepassing zijn op alle werknemers die vanaf 1 januari 2008 op brugpensioen gaan. De oude reglementering blijft echter, ook na 1 janauri 2008, van toepassing op werknemers die werden ontslagen voor 1 januari 2008 én waarvan de opzeggingstermijn afloopt na 1 januari 2008 voor zover ze op 31 december 2007 voldoen aan de oude leeftijds- en loopbaanvoorwaarden (bv. 58 jaar en 25 jaar loopbaan).

Ondertussen, en dit sedert 1 april 2007, is al één en ander veranderd voor de bruggepensioneerden die hun brugpensioen (met een lagere leeftijd) hebben verkregen in het kader van de erkenning als bedrijf in herstructurering of in moeilijkheden.

Brugpensioen vanaf 60 jaar

De leeftijd van 60 jaar wordt de "wettelijke" brugpensioenleeftijd vanaf 1 januari 2008. De loopbaanvereiste wordt vanaf dezelfde datum opgetrokken tot 30 jaar voor de mannen en 26 jaar voor de vrouwen (i.p.v. de huidige 25 jaar).

De loopbaanvereiste wordt de volgende jaren stelselmatig opgetrokken. Mannen moeten vanaf 2012 en vrouwen vanaf 2028 35 jaar loopbaan bewijzen.

jaar          aantal loopbaanjaren

                  mannen     vrouwen

2008              30              26

2012              35              28

2016              35              30

2020              35              32

2024              35              34

2028              35              35  

Het recht op de aanvullende vergoeding brugpensioen moet vastgelegd worden in een CAO. Het moet gaan om akkoorden van bepaalde duur van maximum 3 jaar en ze mogen geen bepaling van stilzwijgende verlenging bevatten.

Brugpensioen op lagere leeftijd dan 60 jaar

Verschillende mogelijkheden blijven bestaan om op lagere leeftijd met brugpensioen te gaan.

Brugpensioen op 58 jaar blijft mogelijk, maar wordt gekoppeld aan een langere loopbaanvereiste. Men spreekt van brugpensioen - lange loopbaan. I.p.v. 25 jaar loopbaan voor iedereen wordt er nu een onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen en neemt de loopbaanvereiste met de jaren toe.

 jaar               aantal loopbaanjaren

                       mannen          vrouwen

2008                    35                   30

2010                    37                   33

2011                    37                   33

2012                    38                   35

2013                    38                   35

2014                    38                   38

In 2011 en 2013 komt er een evaluatie van dit stelsel. Mocht blijken dat de evolutie van de tewerkstelling van de werknemers van 55 jaar en ouder niet voldoende is gestegen dan kan de loopbaanvereiste respectievelijk op 40 jaar gebracht worden of kan vanaf 2017 deze afwijking komen te vervallen.

Brugpensioen vanaf de leeftijd van 58 jaar blijft eveneens mogelijk in het geval van het uitoefenen van een zwaar beroep. Hiervoor moet men:

  • een loopbaan van 35 jaar hebben;
  • én gedurende minstens 5 van de laatste 10 jaar of 7 van de laatste 15 jaar een zwaar beroep hebben uitgeoefend.

Het begrip "zwaar beroep" moet nog worden vastgelegd. In afwachting wordt enkel het werk in wisselende ploegen als zwaar beroep beschouwd.

Brugpensioen vanaf de leeftijd van 56 jaar blijft behouden voor werknemers met een beroepsloopbaan van 33 jaar waarvan ten minste 20 jaar ploegenarbeid met inbegrip van nachtwerk. Dit brugpensioen - ploegen/nachtarbeid moet echter in het kader van de tweejaarlijkse IPA onderhandelingen telkens voor 2 jaar verlengd worden.

Brugpensioen vanaf de leeftijd van 56 jaar blijft eveneens van toepassing indien de werknemer op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst:

  • tewerkgesteld is in een bouwonderneming (arbeiders);
  • arbeidsongeschikt is (medisch attest arbeidsgeneesheer);
  • een loopbaan heeft van 33 jaar.

Ook dit brugpensioen - bouwsector moet in het kader van de tweejaarlijkse IPA onderhandelingen telkens voor 2 jaar verlengd worden.

Oude CAO's (neergelegd voor 31 augustus 1987 en zonder onderbreking nog steeds van toepassing op 31 december 2007) die voorzien in een brugpensioenleeftijd op 57 jaar met 38 jaar loopbaan kunnen verlengd worden tot 31 december 2014.

Oude CAO's (neergelegd voor 31 mei 1986 en zonder onderbreking nog steeds van toepassing op 31 december 2007) die voorzien in een brugpensioenleeftijd vanaf 55 jaar en een loopbaan van 38 jaar kunnen tot 31 december 2014 verlengd worden mits een progessieve verhoging van de leeftijd vanaf 2010 (56 jaar tot eind 2012 en 57 jaar tot einde 2014).

Een lagere brugpensioenleeftijd (50, 52, of 55 jaar) blijft mogelijk in geval van een erkenning als bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering. We verwijzen hiervoor naar een aparte mededeling hierover.

Het Generatiepact raakt niet aan de eindeloopbaanregelingen of landingsbanen zoals deze bestaan in de social-profit.

Loopbaanvereiste en gelijkgestelde periodes

Naast de leeftijd is de loopbaanvereiste één van de voorwaarden voor de toegang tot het brugpensioen. Naast de gewerkte dagen tellen bepaalde periodes volledig mee, andere slechts gedeeltelijk of tot een bepaald maximum. De dagen gewerkt als leerling, als zelfstandige of als statutair ambtenaar in de openbare sector tellen in ieder geval niet mee.

Het is noodzakelijk dat de huidige regels worden aangepast, zo niet zal de mogelijkheid tot brugpensioen voor bepaalde groepen (in hoofdzaak vrouwen en deeltijds werkenden) t.g.v. het verhogen van de loopbaanvereiste voortaan praktisch uitgesloten zijn. Dit punt is doorgeschoven naar de volgende interprofessionele onderhandelingen in het najaar 2006.

Sociale bijdragen en inhoudingen

Vanaf 2007 wordt de forfaitaire werkgeversbijdrage omgezet in een procentuele bijdrage die in functie staat van de leeftijd van de bruggepensioneerde (hoe jonger de bruggepensioneerde, hoe hoger de bijdrage).

Bovendien kan in sommige gevallen de werkgeversbijdrage verdubbeld worden (maar wellicht ontbreekt hiervoor de wettelijke basis).

Indien de bruggepensioneerde een andere job vindt bij een andere werkgever of als zelfstandige dan moet de werkgever geen bijdragen meer storten op voorwaarde dat de CAO uitdrukkelijk voorziet in het doorbetalen van de aanvullende vergoeding brugpensioen (tot 31 december 2007 mag de CAO niet expliciet vermelden dat de aanvullende vergoeding brugpensioen onderbroken wordt).

Net als vroeger blijft de afhouding in hoofde van de bruggepensioneerde werknemer 3 + 3,5%. De totale vergoeding brugpensioen mag echter nooit lager liggen dan 1.139,80 euro voor een alleenstaande of samenwonende of 1.372,91 euro voor een gezinshoofd.

Onder bepaalde voorwaarden die betrekking hebben op dedatum en de inhoud van de CAO kunnen de afhoudingen verdubbeld worden in geval van inactiviteit (maar wellicht ontbreekt hiervoor de wettelijke basis).

In principe zijn de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding brugpensioen vrijgesteld van afhoudingen in geval van hervatting van het werk bij een andere werkgever of als zelfstandige.

Beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt

Vanaf 2008 moet de bruggepensioneerde beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt (en dus ingeschreven zijn als werkzoekende) en dit tot de leeftijd van 58 jaar. Voor het begrip "geschikte job" worden dezelfde criteria gebruikt als voor de "oudere werkloze".

Wordt niet beschouwd als een geschikte job:

  • een beroep waarop men wordt voorbereid door studies of een opleiding van de werkgever;
  • een beroep dat niet overeenstemt met het vertrouwde beroep of met een gelijkwaardig beroep (behalve indien de aanwervingsmogelijkheden voor dat beroep uiterst beperkt zijn).

Of een job die volgende aspecten inhoudt:

  • een afwezigheid van de woonplaats van meer dan 10 uur per dag;
  • verplaatsingen van meer dan 2 uur per dag;
  • een netto-inkomen (- verplaatsingskosten ten laste van de werkgever + kindergeld + bijkomende uitkeringen) dat lager ligt dan de werkloosheidsuitkeringen (- bedrijfsvoorheffing + kindergeld + bijkomende uitkeringen);
  • nachtarbeid.

Het weigeren van een geschikte job kan aanleiding geven tot een schorsing van het recht op brugpensioen voor minimum 4 weken en maximum 52 weken. Bij een herhaling kan de schorsing definitef zijn.

Zoals iedere oudere werkloze kan de bruggepensioneerde worden vrijgesteld van deze beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt vanaf 50 jaar, mist 1 jaar werkloosheid en een loopbaan van 38 jaar.

Fiscaliteit

Tot nu toe werd een brugpensioenvergoeding gekwalificeerd als een vervangingsinkomen. Het Generatiepact wijzigt deze fiscale kwalificatie. Vanaf 2007 kan de brugpensioenvergoeding in bepaalde gevallen belast worden als loon. Maar hierover heerst de grootste verwarring t.g.v. een lapsus in de wet op het Generatiepact.

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek