CAO aanvullend pensioenstelsel sector logistiek (PC 226)

Door: Marc Verboom | Op: 03/05/2006

Vanaf 1 januari 2007 voor elke bediende een aanvullend pensioen

Het protocolakkoord van 1 juni 2005 voorzag vanaf 1 januari 2007 in een sectoraal aanvullend pensioenstelsel, te financieren met een werkgeversbijdrage van 0,50% (1) van het loon.

De CAO van 4 april 2006 legt de modaliteiten en het pensioenreglement vast, alsook een door de ondernemingen te volgen procedure zodat tegen 1 januari 2007 alles van start kan gaan.

Het doel van dit aanvullend pensioenstelsel is te voorzien in:

  • een kapitaal of levenslange lijfrente aan de bediende indien hij in leven is op de eindleeftijd (normaal 65 jaar);
  • een kapitaal of levenslange overlevingsrente aan de begunstigde (2) in geval van overlijden van de bediende voor de einddatum (normaal 65 jaar).

De CAO is van toepassing op alle ondernemingen van de sector.

Alleen ondernemingen die reeds een eigen aanvullend pensioenstelsel hebben, kunnen onder bepaalde voorwaarden worden vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel:

  • ondernemingen met een overlegorgaan (ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming of vakbondsafvaardiging)
    • indien de onderneming een eigen stelsel van aanvullend pensioen heeft dat geldig is op 31 december 2006, van toepassing is op alle bedienden (3) die vallen onder de sector PC 226 en gelijkwaardige voordelen biedt of beter is dan het sectoraal stelsel (4) hebben de keuze tussen de volgende 3 mogelijkheden:
      1. de bijdrage van 0,50% toevoegen aan het eigen pensioenstelsel;
      2. aansluiten bij het sectoraal pensioenstelsel;
      3. voorzien in een evenwaardig voordeel.
    • de keuze 1 en 2 komt  toe aan de onderneming. De omzetting in een gelijkwaardig voordeel (keuze 3) moet gebeuren in overleg met de vakbondsafvaardiging. De verhoging met 0,50% moet in dit geval een koopkrachtverhoging zijn inclusief alle toepasselijke fiscale en parafiscale heffingen en kosten.
    • de keuzemogelijkheid 1 en 3 moet gemaakt worden voor 15 juni 2006 via een aangetekend schrijven (model intentieverklaring) aan de voorzitter van het paritair comité. Voor 15 september 2006 moet de werkgever per aangetekend schrijven tevens een attest aan de voorzitter van het paritair comité voorleggen. Hierin moet de actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming bevestigen dat het bestaande stelsel van aanvullend pensioen op ondernemingsvlak ten minste voor alle bedienden gelijkwaardig of beter is dan het sectoraal pensioenstelsel.
    • indien voor 15 juni 2006 geen intentieverklaring is overgemaakt of indien het attest van de acturaris niet voor 15 september 2006 is overgemaakt, ondanks de intentieverklaring, heeft de onderneming definitief gekozen voor mogelijkheid 2 (aansluiten bij het sectoraal pensioenstelsel).
    • indien de onderneming geen eigen stelsel van aanvullend pensioen heeft, moet de onderneming uiteraard verplicht aansluiten bij het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.
  • ondernemingen zonder overlegorgaan
    • indien de onderneming een eigen stelsel van aanvullend pensioen heeft dat geldig is op 31 december 2006, van toepassing is op alle bedienden die vallen onder de sector PC 226 en gelijkwaardige voordelen biedt of beter is dan het sectoraal stelsel (5) kan de onderneming vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel op voorwaarde dat voor 15 september 2006 de werkgever per aangetekend schrijven een attest aan de voorzitter van het paritair comité voorlegt van de actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming. Hierin moet de actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming bevestigen dat het bestaande stelsel van aanvullend pensioen op ondernemingsvlak ten minste voor alle bedienden gelijkwaardig of beter is dan het sectoraal pensioenstelsel.
    • bij gebrek aan een dergelijk attest van de actuaris voor 15 september 2006 heeft de onderneming definitief gekozen om deel te nemen aan het sectoraal pensioenstelsel.
    • indien de onderneming geen eigen stelsel van aanvullend pensioen heeft, moet de onderneming uiteraard verplicht aansluiten bij het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.

De inrichter van het sectorpensioenplan is het Sociaal Fonds van de sector logistiek (PC 226). Werkgevers en vakbonden hebben in het paritair comité gekozen voor ING Insurance NV als uitvoerende pensioeninstelling.

Het aanvullend pensioenstelsel treedt in werking vanaf 1 januari 2007.

Verdere technische details in verband met het aansluiten, de berekeningswijze van de bijdragen, het opgebouwde kapitaal, de uitkeringsmodaliteiten en de beëindiging van de aansluiting volgt later.

 

(1) 0,50% wordt na aftrek van alle kosten, taksen en belastingen 0,43% van het aan de RSZ aangegeven loon

(2) bij overlijden van de bediende is de rangorde van de begunstigden als volgt vastgelegd: de partner (gehuwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend), de kinderen, de ouders, andere wettelijke erfgenamen of het "financieringsfonds" van het aanvullend pensioenstelsel

(3) er mag eventueel wel een verschil bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden (bedienden, kaderleden en directie) of binnen deze subcategorieën zelf, zolang het voordeel gelijkwaardig of beter is dan het sectoraal systeem (zie hieronder). Met alle bedienden wordt een zo ruim mogelijke groep van bedienden bedoeld, dus zonder rekening te houden met leeftijd, anciënniteit, functie, type van contract, vroegere afstandsverklaring, ... (de pensioenvoorziening in het bedrijfsplan moet o.a. dus ook voorzien zijn voor bedienden met een contract voor bepaalde duur)

(4) voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van het aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals bepaald in het pensioenreglement, ten minste gelijk zal zijn aan 39,19% van het laatste loon (of 30,74% indien de in het pensioenreglement voorziene leeftijd 60 jaar is). Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan ten minste 3,02% van het laatste loon te bedragen (of 2,05% indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is)

(5) zelfde voorwaarden als vermeld onder voetnoten 2 en 3

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek