Scholingsbeding

Door: Marc Verboom | Op: 17/12/2005

Een nieuw wetsontwerp over het scholingsbeding werd goedgekeurd op de ministerraad

Sedert enige tijd zaten de onderhandelingen tussen de werkgevers en de vakbonden in de Nationale Arbeidsraad (NAR) over het scholingsbeding vast.

Het VBO wenste niet in te gaan op de 2 eisen die voor het ABVV essentieel waren (en zijn) om tot een akkoord te komen :

  • geen scholingsbeding voor werknemers met een jaarinkomen van minder dan 26.912 euro (2005);
  • uitvoering van het scholingsbeding te koppelen aan de voorwaarde dat de onderneming in regel is met haar opleidingsverplichtingen (1,9 % van de loonmassa te besteden aan opleidingen).

Op 2 december 2005 keurde de ministerraad, in uitvoering van het Generatiepact, het wetsontwerp goed betreffende het scholingsbeding. De definitie van een scholingsbeding luidt als volgt : " is een beding of overeenkomst waarbij de werknemer, die op kosten van de werkgever een opleiding volgt, er zich toe verbindt gedurende een bepaalde tijd in dienst van de werkgever te blijven en indien hij de werkgever op eigen initiatief voor het verstrijken van deze periode verlaat of indien hij gedurende deze periode door de werkgever om dringende reden ontslagen wordt, de opleidingskosten geheel of gedeeltelijk terug te betalen."

Het scholingsbeding :

  • is niet van toepassing voor werknemers met een jaarinkomen kleiner dan 26.912 euro (2005);
  • kan verder in de sectoren ingeperkt worden;
  • heeft enkel betrekking op echte, ernstige en specifieke opleidingen die de werknemer in staat moet stellen nieuwe beroepscompetenties te verwerven die hij ook buiten de onderneming kan benutten;
  • slaat niet op opleidingen vereist door een wettelijke of reglementaire bepaling voor de uitoefening van een beroep, opleidingen van minder dan 80 uur en opleidingen waarvan de waarde lager ligt dan het dubbele van het gewaarborgd minimummaandinkomen (= 2.468,40 euro in 2005);
  • moet schriftelijk en individueel vastgelegd worden (zie verder);
  • wordt beperkt tot maximum 3 jaar;
  • is enkel van toepassing indien de werknemer zelf ontslag neemt of ontslagen wordt om dringende reden.

Het scholingsbeding moet vermelden :

  • de beschrijving, duur, plaats en kostprijs van de opleiding;
  • de duur van het scholingsbeding (i.f.v. de kostprijs en de duur van de opleiding met een maximum van 3 jaar);
  • het bedrag door de werknemer terug te betalen aan de werkgever.

Het terug te betalen bedrag in geval van uitvoering van het scholingsbeding kan nooit hoger zijn dan 30 % van het jaarloon van de werknemer en :

  • maximum 80 % bedragen van de opleidingskost als de werknemer vroeger vertrekt dan 1/3 van de overeengekomen periode;
  • maximum 50 % bedragen van de opleidingskost als de werknemer vertrekt tussen 1/3 en 2/3 van de overeengekomen periode;
  • maximum 20 % bedragen van de opleidingskost als de werknemer vertrekt na 2/3 van de overeengekomen periode.

Het wetsontwerp wordt nu voor advies aan de NAR voorgelegd.

Tot op het ogenblik van goedkeuring van het wetsontwerp blijft het opnemen en toepassen van een scholingsbeding in een arbeidsovereenkomst ongeldig (hoewel reeds bepaalde arbeidsrechtbanken een scholingsbeding hebben erkend en een (gedeeltelijke) terugvordering van de opleidingskosten ten laste van de werknemer hebben opgelegd).

 

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek