Sectoraal akkoord interim (PC 322) ondertekend

Door: Marc Verboom | Op: 28/11/2005

De verschillende CAO's ter uitvoering van het sectoraal protocolakkoord van 19 september 2005 werden ondertekend.

Naast een verhoging van de eindejaarspremie hebben de verbeteringen voornamelijk betrekking op situaties waarin de interimwerker arbeidsongeschikt wordt. Het verkrijgen van een lening moet gemakkelijker worden voor uitzendkrachten.

verhoging eindejaarspremie

De eindejaarspremie zal vanaf 2006 8,15% (i.p.v. 8%) bedragen van het tijdens de referteperiode verdiende bruto loon. De referteperiode loopt van 1 april 2005 tot 31 maart 2006. Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de interimwerknemer tijdens de referteperiode ten minste 65 dagen (5-dagenweek) of 78 dagen (6-dagenweek) als uitzendkracht gewerkt hebben of 65 dagen bewijzen tussen 1 januari en 10 april.

vorming

Voor collectieve projecten inzake vorming van uitzendkrachten wordt binnen het Sociaal Fonds een budget van 400.000 euro voorzien.

arbeidsongeschiktheid

De uitzendkracht zal in de toekomst een bijkomende vergoeding ten laste van de werkgever kunnen krijgen bij een arbeidsongeschiktheid t.g.v. ziekte of ongeval indien men voldoet aan volgende voorwaarden :

  • de arbeidsongeschiktheid begint na het einde van de arbeidsovereenkomst als uitzendkracht;
  • de arbeidsongeschiktheid begint uiterlijk de eerste werkdag na het einde van de arbeidsovereenkomst als uitzendkracht;
  • het bewijs van de arbeidsongeschiktheid wordt uiterlijk de 2de werkdag na het einde van de arbeidsovereenkomst geleverd;
  • ten minste 65 dagen bij het uitzendbureau gewerkt hebben.

Deze vergoeding is gedurende maximum 5 of 6 dagen veschuldigd, naargelang de tewerkstelling in het 5-dagen- of 6-dagenstelsel.

Voor de uitzendkracht-bediende bedraagt de vergoeding :

  • 26,93% van het gedeelte van het normale loon beneden het loonplafond ZIV;
  • 86,93% van het gedeelte van het normale loon boven het loonplafond ZIV.

langdurige ziekte

Bij een langdurige arbeidsongeschiktheid t.g.v. een ziekte of een ongeval heeft de uitzendkracht recht op een bijkomende vergoeding bovenop de ziekteuitkering betaald door het ziekenfonds. Deze bijkomende vergoeding is gelijk aan 40% van de bruto uitkering betaald door het ziekenfonds en dit vanaf de eerste dag van de 2de maand ziekte. De aanvullende vergoeding is verschuldigd tijdens een periode van maximum 3 maanden.

hulp bij bekomen van een lening

Het bekomen van een lening bij een bank is niet evident voor uitzendkrachten.

Voortaan zal het Sociaal Fonds van de sector een attest afleveren op vraag van de uitzendkracht om een lening bij een financiële instelling te bekomen. De uitzendkracht moet hiervoor 260 arbeidsdagen hebben bewezen in een periode van 2 jaar (een jaar loopt van april tot maart van het volgende jaar = dezelfde referteperiode eindejaarspremie). De uitzendkracht die geen 260 arbeidsdagen in de referteperiode van 2 jaar kan bewijzen, kan toch een attest aanvragen waarop het aantal gepresteerde arbeidsdagen zal vermeld staan. Hij kan dit aanvullen met attesten van een uitzendkantoor waar hij/zij was tewerkgesteld na de referteperiode (vanaf maart tot het tijdstip van aanvraag lening).

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek