Onderhandelingen ANPCB

Door: Marc Verboom | Op: 20/04/2005

Een stand van zaken over de sectorale onderhandelingen in het ANPCB

Zoals in vele andere sectoren spelen de werkgevers het hard. Voor hen is er omzeggens geen marge voor nieuwe voordelen en zij stellen zelfs bepaalde verworvenheden in vraag.

Wat de koopkracht betreft wordt de indicatieve loonnorm van 4,5 % als absoluut maximum ge´nterpreteerd. De werkgevers schatten de inflatie op 3,3 tot 3,6 % en de baremieke verhogingen op 0,5 Ó 1 % over 2 jaar en is er bijgevolg in hun visie geen marge voor effectieve loonsverhogingen.

Wat het brugpensioen betreft weigeren de werkgevers een eenvoudige verlenging. Zij willen bovendien sleutelen aan de duurtijd ervan en geven het signaal dat de brugpensioenleeftijd (momenteel 58 jaar) moet bekeken worden in functie van de "effectieve" loopbaan (bv. periodes van loopbaanonderbreking en/of tijdskrediet zouden niet meetellen).

Volgens de werkgevers is er ook geen vooruitgang mogelijk in verband met het tijdskrediet (geen verlenging langer dan 2 jaar en geen verhoging van de drempel van 5 %). Bovendien koppelen ze een voortzetting van het sectoraal systeem voor de 4/5de regeling vanaf 55 jaar aan de uitstapvoorwaarden voor het brugpensioen.

Ook wat het recht op vorming en opleiding betreft zien de werkgevers geen ruimte om het huidige systeem uit te breiden.

Het uitbreiden van syndicale faciliteiten (bv. in KMO's) en de invoering van een syndicale premie zijn geen toegevingen te verwachten.

De bediendenvakbonden hebben verklaard bij hun eisenbundel te blijven. Als er geen verbetering in de situatie is voor 27 april, zal elke vakbond consulteren over een actieplan.


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek