Waarom BBTK het IPA verwerpt

Door: Marc Verboom | Op: 15/02/2005

De ware redenen waarom BBTK neen heeft gezegd tegen het interprofessioneel akkoord en de inzet van de sectorale onderhandelingen

WAAROM BBTK NEEN HEEFT GEZEGD TEGEN HET INTERPROFESSIONEEL AKKOORD

Het sociaal overleg ligt ons zeer na aan het hart, maar wij konden geen akkoord aanvaarden dat weinig opleverde voor de bedienden. Het ontwerpakkoord droeg niet bij tot de ontwikkeling van de tewerkstelling (integendeel : het moedigde het presterren van overuren aan, verhoogde de flexibiliteit en zette de brugpensioenen onder druk). Het voorzag praktisch geen marge voor de koopkracht en dreigde het bediendenstatuut naar beneden te halen in een gemeenschappelijk statuut.

Geen gemeenschappelijk statuut arbeider/bediende met een harmonisering naar beneden toe
Er worden regelmatig voorstellen gedaan die een "eenheidsstatuut" moeten invoeren voor de arbeiders en bedienden. Deze door de werkgevers geÔnspireerde projecten voorzien een neerwaartse gelijkschakeling van de twee statuten: beperkte opzeggingstermijnen, mogelijkheid om de bedienden in dalperiodes in gedeeltelijke werkloosheid te plaatsen, ... Gevolgen? Een verlies aan inkomen, een grotere onzekerheid en flexibiliteit. Het interprofessioneel ontwerpakkoord kon de deur openzetten voor deze evolutie die wij weigeren. Het is niet door het bediendenstatuut af te bouwen dat we dat van de arbeiders zullen verbeteren. Wel integendeel...

Loonsverhogingen tot een minimum herleid
Het ontwerpakkoord legde de loonnorm vast op 4,5%. Deze "norm" vormt een referentie voor de evolutie van de lonen in de komende 2 jaar. De werkgevers hebben het al aangekondigd: in een aantal sectoren zal deze norm als een maximale referentie worden beschouwd ...
Dit cijfer omvat namelijk de indexverhoging (3,3%) en de normale baremaverhogingen (van 0,5 tot 1%). Als men de rekening maakt blijft er niet veel meer over om te onderhandelen...

Overuren tegen het scheppen van banen
Wat voorzag het ontwerpakkoord? Het aantal overuren dat zonder recuperatie kon worden gepresteerd werd van 65 tot 130 uur opgetrokken. Voor de eerste 65 overuren zou bovendien een gedeeltelijke belastingvermindering worden voorzien. Ze zouden de werkgevers dus minder kosten, terwijl de werknemer een hoger nettoloon voor deze uren zou ontvangen. Door de overuren gedeeltelijk te "defiscaliseren" wordt uiteraard het gebruik van deze praktijk bevorderd hetgeen een verhoging van de werkelijk gepresteerde arbeidstijd met zich meebrengt. Dit alles ten koste van de gemeenschap, via een vermindering van de belastinginkomsten. Bovendien is het minste wat we kunnen zeggen dat deze uren de tewerkstelling niet zullen verhogen: 25 loontrekenden die 65 extra overuren presteren komt neer op 1 voltijdse baan!

Het brugpensioen in gevaar
De werkgevers en de regering zouden de duur van de loopbaan willen verlengen en daarvoor hebben ze de brugpensioenen in het vizier. Het laatste interprofessioneel akkoord verlengde alle bestaande brugpensioenstelsels ten minste voor de duur van het akkoord. In het ontwerpakkoord was de verlenging van de algemene brugpensioenstelsels op 58 jaar en de algemene stelsels van bedrijven in moeilijkheden of in herstructurering niet voorzien. Gevreesd werd dat dit een eerste stap zou zijn naar een aanval op deze vertrekregelingen die de eindeloopbaan moeten vergemakkelijken en de tewerkstelling van de jongeren moeten vrijwaren. Des te meer daar in de concrete maatregelen die de regering op tafel legde voor het voorjaarsoverleg over de eindeloopbaan de brugpensioenen minder toegankelijk en minder aantrekkelijk moesten worden gemaakt:
  • door hogere leeftijds- en anciŽnniteitscriteria;
  • door een minder gunstig fiscaal en parafiscaal stelsel;
  • door de niet-cumulatie van een brugpensioen met de rente of de kapitalen van een groepsverzekering of een pensioenfonds;
  • ...
EN NU ?
Aangezien er geen interprofessioneel akkoord is moet de regering de beslissingen nemen die het kader van de sociale betrekkingen vastleggen voor de komende 2 jaar. De verschillende politieke partijen hebben besloten om het ontwerpakkoord om te zetten in wettelijke of reglementaire bepalingen.

Was de weigering van het ABVV dan nutteloos? Helemaal niet, want in de verklaringen van de regering en van bepaalde belangrijke ministers werden accenten gelegd. Zo verklaarde vice-eerste minister Laurette Onkelinx: "Er moet goed uitgelegd worden dat er geen sprake van kan zijn dat de afbouw van het bediendenstatuut zou worden opgelegd". Minister van Werk Freya Vandenbossche had het over de toenadering van statuten en niet langer over een gemeenschappelijk statuut.

De positieve punten werden bevestigd en voor de meeste andere punten waarmee we problemen hadden (loonnorm, tewerkstelling, flexibiliteit, overuren) spreken we af in de sectoren!

WE SPREKEN AF ...

... in de sectoren
dat we, indien mogelijk in gemeenschappelijk vakbondsfront met de bediendenvakbonden, gaan voor:
  • de verhoging van de koopkracht;
  • de verlenging van de brugpensioenovereenkomsten op 58 jaar;
  • de tewerkstelling door de beperking en de omkadering van de flexibiliteit en de overuren.
Wij voelen ons niet gebonden door de aanbeveling aan de sectoren om te onderhandelen over de uitbreiding van het aantal overuren van 65 naar 130. Wij zullen met onze syndicale afgevaardigden alles doen opdat het fiscaal gunstregime voor de eerste 65 overuen de recuperatie ervan stimuleert en dus tewerkstellingsbevorderend wordt in plaats van tewerkstellingsvernietigend als de keuze wordt gelaten voor betaling van de overuren.

... voor het driepartijenoverleg over de eindeloopbaan
om ons te verzetten tegen de afbouw van de brugpensioenen en positieve maatregelen te voorzien om de werknemers die dit wensen ertoe aan te zetten in het beroepsleven actief te blijven door middel van betere opleiding, verbetering van de arbeidsvoorwaarden, ...

... en voor het driepartijenoverleg over de sociale zekerheid
niet om de verwachte tekorten in de sociale zekerheid op te vangen door in de uitgaven te snoeien maar door de financiering ervan uit te breiden met een algemene sociale bijdrage, die berekend zou worden op het geheel van de inkomens en niet enkel op die uit arbeid.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek