Onderhandeling interprofessioneel akkoord gestart

Door: Marc Verboom | Op: 08/11/2004

Volgens de CRB mogen de lonen de volgende 2 jaar stijgen met 5,3%. De werkgevers hebben laten weten dat dit voor hen teveel is. De onderhandelingen rond het IPA zullen in elk geval moeilijk worden

Op 3 november bracht de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) verslag uit over de concurrentiepositie van de Belgische economie. Sinds 1996 berekent de CRB voor de start van de interprofessionele onderhandelingen welke marge er is voor loonsverhogingen op basis van een vergelijking van de loonevolutie in onze buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland).

Volgens de CRB kunnen de lonen in de periode 2005 - 2006 met 5,3% stijgen (loonnorm).

Na aftrek van de inflatie (indexeringen) ter waarde van 3,3% en de "wage drift" (automatische stijging van de lonen als gevolg van baremaverhogingen en promoties) ter waarde van 1% blijft er voor de volgende 2 jaar 1% over voor reŽle loonsverhogingen.

Maar zelfs deze beperkte ruimte voor reŽle loonsverhogingen zien de werkgevers niet zitten. Ze argumenteren dat :
  • 1į de loonnorm van 5,4% voor de periode 2003 - 2004 is overschreden en willen deze overschrijding nu recupereren in de volgende 2 jaar. De loonstijgingen lagen in de voorbije 2 jaar, althans in de sectoren waar de vakbondsinvloed het grootst is ruim onder de indicatieve loonnorm met een stijging van slechts 4,2%. Het zijn de individueel toegekende loonstijgingen in de bedrijven (meestal enkel voor de hoogste functies) die uiteindelijk de overschrijding tot 5,9% hebben veroorzaakt. De vakbonden hebben zich, daar waar ze impact hebben, dus zeer gedisciplineerd opgesteld. De werknemers die de voorbije jaren een geringe opslag kregen, kunnen nu "niet gestraft worden" omdat de hoogste categorieŽn op individuele basis wel hogere loonsverhogingen of andere voordelen hebben gekregen.

  • 2į de loonontwikkeling in onze buurlanden beneden de voorziene stijging van 5,3% is gebleven en reŽel slechts 4,5% bedraagt.
    Dit heeft dan weer te maken met de slechte economische situatie en de toenemende werkloosheid in onze buurlanden (vooral in Duisland). De Belgische economie heeft beter gepresteerd dan die in onze buurlanden.
Voor de vakbonden is er dus wel degelijk ruimte voor een redelijke verhoging van de koopkracht. Maar de onderhandelingen zullen hoedanook moeilijk worden.



« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek