Eindeloopbaandebat : naar een hete herfst ?

Door: Marc Verboom | Op: 07/11/2004

Werkgevers en regering stellen drastische maatregelen voor in het kader van het eindeloopbaandebat.

In het eindeloopbaandebat gooien de politici, de werkgevers, de media en de publieke opinie van alles en nog wat op een hoopje. Eigenlijk zijn er 2 hoofddiscussies :
  • wat met de (wettelijke) pensioenen ?
  • wat met de tewerkstellingsgraad van oudere werknemers tussen 55 en 65 jaar?

De pensioenen in het gedrang ?

De cijfers spreken voor zich : in 2000 bedroeg de levensverwachting van mannen 75 en van vrouwen 81,5 jaar. In 2050 zal ze 83,9 voor mannen en 88,9 jaar voor vrouwen bedragen. Resultaat : in 2000 werkten 2,5 actieven voor 1 60-plusser. In 2050 zal nog maar 1,45 actieve overblijven voor 1 60-plusser.

De verhoging van de uitgaven toe te schrijven aan de vergrijzing zal, volgens de experts, tegen 2030 3,4% van het BNP bedragen. We hebben dus 25 jaar om de situatie geleidelijk aan te pakken. We wijzen de drastische ingrepen voorgesteld door het VBO en bepaalde politici en politieke partijen van de hand. Betekent dit dat we dan niets moeten doen ? Neen, maar ...
  • ten eerste is het niet overbodig te herinneren aan de pensioenhervorming van 1997 waarbij de pensioenleeftijd voor vrouwen verhoogd werd tot 65 jaar (i.p.v. 60 jaar) en een volledige loopbaan werd vastgelegd op 45 jaar (i.p.v. 40 jaar). Bovendien werd het vervroegd pensioen vanaf 60 jaar beperkt voor de werknemers met een loopbaan van ten minste 35 jaar. In tegenstelling tot andere Europese landen heeft België - als één van de eerste landen - dus al maatregelen genomen die de kost van de vergrijzing moeten beperken.
  • ten tweede is onder meer op vraag van de vakbonden een Zilverfonds opgericht. Dit bevat vandaag al € 10 miljard, een bedrag dat de volgende jaren nog aanzienlijk moet aangroeien.
  • ten derde ligt de oorzaak van de verhoging van de kosten van de vergrijzing niet zo zeer bij de pensioenen dan wel bij de meerkost voor de noodzakelijke gezondheidszorgen en -voorzieningen voor de ouderen.
  • ten vierde moet het maar eens gedaan zijn met het toekennen van verminderingen op de patronale sociale zekerheidsbijdragen. Meer dan € 5 miljard aan bijdrageverminderingen hebben de werkgevers de afgelopen jaren gekregen zonder enig duidelijk engagement om nieuwe banen te scheppen.
  • ten vijfde zijn heelwat maatregelen nodig om tot een andere financiering van de sociale zekerheid te komen en maatregelen om de uitgaven in de gezondheidszorgen in de hand te houden.

De activiteitsgraad van oudere wereknemers verhogen ?

De tewerkstellingsgraad van 55-plussers bedraagt in België 25% tegen 38% in Duitsland, 39% in Frankrijk en 42% in Nederland (EU gemiddelde bedraagt 40%).

Volgens het VBO bestaat de oplossing erin dat we langer moeten werken. "Tegen 2010 mogen er geen pseudo-stelsels voor de uittrede uit de arbeidsmarkt voor de pensioenleeftijd meer bestaan" lezen we in de 10 beleidsaanbevelingen van het VBO. M.a.w. het brugpensioenstelsel en alle andere systemen van vervroegd vertrek moeten voor de werkgevers verdwijnen.

Hebben ze zich al afgevraagd waarom de activiteitsgraad van oudere werknemers zo laag ligt ? Is dit niet omdat :
  • werkgevers bij herstructureringen handig gebruik maken om zich te ontdoen van de "duurdere" oudere werknemers;
  • de oudere werknemers minder goed de steeds hoger wordende werkdruk en de groter wordende flexibiliteit aankunnen;
  • oudere werknemers minder goed toegang krijgen tot permanente opleiding en vorming (in België heeft slechts 6% van de oudere werknemers toegang tot opleiding tegenover 30% in Zweden);
  • minder dan 3% van de werknemers die in de bedrijven worden aangeworven ouder zijn dan 45 jaar.
Maar ook de politieke partijen en de regering willen met alle middelen het vervroegd vertrek minder aantrekkelijk maken. In het kader van haar federale beleidsverklaring kondigde de regering aan in het najaar 2004 een driepartijenoverleg (werkgevers, vakbonden en regering) te houden rond de eindeloopbaanproblematiek. Dit overleg zou tegen het voorjaar 2005 moeten uitmonden in concrete maatregelen. Maar tegelijkertijd legt de regering reeds een kader vast waarbinnen deze onderhandelingen moeten plaatsvinden en dreigt ze ermee, indien dit overleg niet voldoende oplevert, zelf éénzijdig maatregelen te nemen.

De vooropgestelde doelstelling is tegen 2030 de activiteitsgraad van 55-plussers op te trekken van 28 tot 60%. De leeftijd om met pensioen of brugpensioen te gaan wordt niet ter discussie gesteld. Maar via een hele reeks maatregelen wil de regering oudere werknemers langer aan de slag houden, de werkgevers stimuleren om ouderen langer in dienst te houden en vervroegde uittredingen minder aantrekkelijk te maken. Een greep uit de voorgestelde maatregelen :
  • de loopbaanvereisten voor een vervroegd vertrek strenger maken (langere loopbaan bewijzen);
  • het verhogen van de werknemersbijdragen op de toeslagen i.g.v. brugpensioen en canada dry;
  • de belastingverminderingen toegekend aan bruggepensioneerden verminderen of zelfs afschaffen;
  • niet langer toelaten om een aanvullend pensioen te cumuleren met een vergoeding brugpensioen of canada dry;
  • de bedragen van de aanvullende vergoeding en de duur ervan beperken;
  • het toekennen van verkorte opzeggingstermijnen bij vervroegde uittreding verstrengen (geen brugpensioen meer voor bedienden);
  • vermijden dat een werkgever die een oudere werknemer aanwerft enkele jaren later met de volledige kost van een vervroegde uittreding wordt geconfronteerd;
  • afbouwen van het gewicht anciënniteit en leeftijd in het verloningsbeleid (aanslag op de barema's van de bedienden);
  • oudere werknemers kunnen toekomstige loonopslag omzetten in bijkomende verlofdagen of arbeidsduurvermindering;
  • oudere werknemers kunnen hun dubbel vakantiegeld of eindejaarspremie omzetten in bijkomende verlofdagen;
  • extra-legale verlofdagen of overuren opsparen om op het einde van de carrière te nemen;
  • meer opleiding voor oudere werknemers;
  • bruggepensioneerden moeten beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt;
  • aan het einde van de loopbaan de overgang van een zware job naar een meer aangepaste job mogelijk maken;
  • uitwerken van een bonussysteem dat een langere loopbaan stimuleert;
  • ...

De meeste van deze voorstellen zijn voor ons compleet onaanvaardbaar. Bovendien moeten er om de activiteitsgraad te verhogen voldoende jobs zijn en dit is vandaag niet het geval.

We volgen het debat en houden je op de hoogte.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek