Eisenbundel Interprofessioneel Akkoord 2005 - 2006

Door: Marc Verboom | Op: 07/11/2004

De vakbonden hebben in gemeenschappelijk vakbondsfront hun eisenbundel voor de interprofessionele onderhandelingen met de werkgevers ingediend

Een interprofessioneel akkoord (IPA) is een belangrijk element in de solidariteit en de gelijkheid onder alle werknemers van het land, of ze nu in een "sterke" of een "zwakke" sector werken, of ze nu in een grote onderneming of in een KMO aan de slag zijn. Het ABVV hecht er dan ook het allergrootste belang aan.

De eisenbundel is in alle ernst en zonder in te gaan oop de talrijke provocaties van het VBO tijdens de zomermaanden (terug naar de 40-urenweek, afschaffen van het brugpensioen, looninlevering, ...) opgesteld.

Indexering en verhoging koopkracht

Er kan geen sprake zijn van een dwingende loonnorm. De norm moet indicatief zijn zoals in het IPA 2003 - 2004. Er moet met andere woorden vrij kunnen onderhandeld worden in de sectoren en bedrijven.
Bovendien moet het systeem van indexering van de lonen onverkort blijven bestaan.

Verhoging van het interprofessioneel minimumloon

Een eerste noodzakelijke solidariteitsmaatregel is de verhoging van het interprofessioneel minimumloon. Het moet gaan om een brutoverhoging. De laatste brutoverhoging dateert immers al van jaren geleden.

Terugbetaling woon-werkverkeer

De tegemoetkoming van de werkgever in het woon-werkverkeer bedraagt nu 50 à 60% van de kostprijs van een sociaal abonnement van trein, tram of bus. We willen de volledige terugbetaling van de sociale abonnementen.

Behoud van het brugpensioen en eindeloopbaanproblematiek

We vragen de werkgevers dat de bestaande brugpensioenregelingen behouden en zelfs verbeterd worden. Aan de regering vragen de vakbonden om de brugpensioenregelingen te behouden en geen éénzijdige maatregelen te nemen zoals voorzien in de Beleidsverklaring van de regeing (zie apart bericht). Diegenen die pleiten voor de afschaffing van het brugpensioen stellen dat dit nodig is om de activiteitsgraad van de (oudere) werknemers te verhogen. Maar om de activiteitsgraad te verhogen moeten er voldoende jobs zijn en dit is vandaag niet het geval. Als er een tekort is aan arbeidskrachten moet men, alvorens voortijdig opgebrande werknemers aan de slag te houden, andere oplossingen zoeken voor :
  • jongeren die al te vaak bij het begin van hun beroepsleven in de werkloosheid terechtkomen;
  • vrouwen die voltijds wensen te werken en zich veelal tevreden moeten stellen met een deeltijdse job;
  • migranten die geen werk vinden omwille van discriminaties;
  • werknemers met nachtarbeid die aan de slag zouden blijven indien ze met behoud van loon zouden kunnen overstappen naar een dagregime;
  • mindervaliden.
Kinderopvangmogelijkheden

De kinderopvang voor werkende ouders zijn nog altijd ontoereikend. De regering zal, in uitvoering van het regeringsconclaaf in Oostende, voor 2005 een bijdrage ter waarde van € 15 miljoen in het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (FCUD) storten. Maar ook de werkgevers die steeds meer en meer flexibiliteit wensen moeten een extra inspanning doen om het probleem van de kinderopvang op te lossen.

Discriminaties wegwerken

De volgende ongelijkheden moeten weggewerkt worden :
  • verlengen van de opzeggingstermijnen voor de arbeiders (een gelijkschakeling tussen het arbeiders- en bediendenstatuut "naar boven toe");
  • afschaffen van de carensdag voor arbeiders, alsook voor de bedienden in de proefperiode;
  • wet op de arbeidsduur moet op zo een groot mogelijke groep van werknemers van toepassing zijn (ook voor de kaderleden) door een strikte definitie van de begrippen leidinggevend personeel en vertrouwenspersoneel;
  • een betere inkomenswaarborg voor de arbeiders in geval van economische werkloosheid;
  • het wegwerken van discriminaties bij aanwerving (bv. migranten en mindervaliden) en bij promotie door de toegang tot vorming en opleiding voor iedereen te garanderen;
  • wegwerken van de verschillen in de fiscale behandeling van het vakantiegeld tussen arbeiders en bedienden;
  • berekening van het vakantiegeld voor bedienden op basis van het gemiddeld jaarloon;
  • meer werkgelegenheid voor werknemers met een handicap;
  • tussenkomst van het sluitingsfonds voor alle werknemers (ook voor werknemers uit kleine bedrijven en VZW's).
Minder stress

De CAO 72 betreffende "het beleid ter voorkoming van stress op het werk" is 5 jaar oud. De tijd is rijp voor een evaluatie en om de nodige verbeteringen aan te brengen.

Het tijdskrediet verbeteren

Ook de CAO 77 over het tijdskrediet is aan een evaluatie toe. Er zijn verschillende verbeteringen noodzakelijk :
  • ook een recht in kleine bedrijven;
  • versoepeling van de anciënniteitsvoorwaarden;
  • vervangingsplicht opnieuw in te voeren (bij bepaalde formules);
  • soepeler overgang tussen de diverse stelsels en mogelijkheden.
Meer vorming en opleiding

Werkgevers hebben eerder het engagement aangegaan om 1,9% van de loonmassa aan vorming en opleiding van de werknemers te besteden. Uit meerdere gegevens en statistieken blijkt dat ze hun engagement niet nakomen (nochtans ligt de doelstelling van 1,9% onder het gemiddelde van de ons omringende landen). De doelstelling moet gehaald en verhoogd worden. We eisen voor elke individuele werknemer het recht op een aantal vormingsdagen per jaar.

Sluitingsfonds

De loonplafonds (daterend uit de jaren '70) geldig voor de berekening van de tussenkomst van het Sluitingsfonds bij sluiting of faling van de onderneming moeten opgetrokken worden.

Echte duurzame tewerkstelling

De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur moet opnieuw de regel worden. Het aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur moet worden verminderd, alsook het gebruik van interimarbeid en andere vormen van tijdelijke contracten. De schijnzelfstandigen (werknemers in loondienst die de werkgever "omtovert" tot zelfstandigen om aan het arbeidsrecht te ontsnappen) moeten verdwijnen.

Vakbondsvertegenwoordiging voor alle werknemers

Alle werknemers moeten het recht hebben op de vertegenwoordiging en verdediging door een vakbond. In de praktijk is dit niet zo aangezien 1 op 2 werknemers in een KMO is tewerkgesteld (dus zonder ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming op het werk of vakbondsafvaardiging). Daarom moet de Europese richtlijn over de "voorlichting en raadpleging van werknemers in bedrijven" toegepast worden voor de uiterste datum van 23 maart 2005 zodat een raadpleging en vertegenwoordiging mogelijk wordt in bedrijven vanaf 20 werknemers.
Daarnaast moeten :
  • alle werknemers onder een "werkend" paritair comité vallen (het PC 100 en PC 200 werken vandaag niet);
  • moeten strikte regels bepaald worden zodat werkgevers niet zomaar willekeurig een PC kunnen kiezen;
  • moet het recht op collectief onderhandelen uitgebreid worden tot niet gebaremiseerde bedienden en kaderleden.


« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek