Aanvullende opzegvergoeding altijd verschuldigd ?

Door: Luk Stuer | Op: 07/10/2003

Het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding wordt niet be´nvloed door een beŰindiging van de tewerkstelling tijdens de opzeggingstermijn.

Het Hof van Cassatie velde op 14 april 2003 (rolnummer : S.02.0028.N) een belangrijk arrest over volgend discussiepunt.
Een bediende werd opgezegd met een te presteren opzegtermijn. De bediende was echter van oordeel dat hij aanspraak kon maken op een langere opzegtermijn en vordert nog tijdens de lopende opzegtermijn de betaling van een aanvullende opzegvergoeding.

Op een bepaald ogenblik rijst de vraag of de bediende aanspraak kan maken op de betaling van deze aanvullende opzegvergoeding, zelfs als de bediende tijdens de te presteren opzegtermijn zelf op een onrechtmatige wijze een einde stelt aan de arbeidsovereenkomst (i.c. had de bediende contractbreuk in hoofde van de werkgever ingeroepen, maar oordeelde het Arbeidshof dat er hiervan geen sprake was en dat de werknemer zelf op een onrechtmatige wijze een einde aan zijn arbeidsovereenkomst had gemaakt).

Het Hof van Cassatie oordeelde dat het recht op de aanvullende opzeggingsvergoeding ontstond op het ogenblik van de kennisgeving van de opzeggingstermijn.
Dit recht kan niet be´nvloed worden door latere gebeurtenissen.
De aanvullende opzegvergoeding is verworven vanaf de opzegging, overeenkomstig artikel 39 van de Wet van 3 juli 1978.

De werkgever diende de aanvullende opzeggingsvergoeding aan de bediende te betalen.
Uiteraard kreeg de bediende in deze omstandigheden geen betaling van een vergoeding voor het niet (meer) gepresteerde deel van de oorspronkelijke opzegtermijn.

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek