Uitbreiding scholingsbeding

Door: Marc Verboom | Op: 08/11/2018

Scholingsbeding mogelijk gemaakt voor opleidingen in knelpuntberoepen

Wat is een scholingsbeding ?

De wet van 27 december 2006 bracht duidelijkheid over het scholingsbeding.

Als een werknemer gedurende de uitvoering van de arbeidsovereenkomst een opleiding van een zekere omvang volgt op kosten van de werkgever kunnen werkgever en werknemer een scholingsbeding afsluiten. In een dergelijke clausule verbindt een werknemer zich ertoe om een deel van de opleidingskosten terug te betalen als hij de onderneming verlaat voor het einde van de vooraf afgesproken periode.

Wanneer is een scholingsbeding mogelijk ?

Een scholingsbeding kan enkel worden afgesloten indien:

  • de werknemer (bediende, arbeider, handelsvertegenwoordiger, ...) tewerkgesteld is met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur;
  • het bruto jaarloon van de werknemer meer dan 34.180 euro (vanaf 1 januari 2018) bedraagt;
  • de vorming aan de volgende voorwaarden voldoet:
    • toelaten om nieuwe professionele competenties te verwerven die ook buiten de onderneming bruikbaar zijn (1);
    • ten minste 80 uur in beslag nemen;
    • een kostprijs hebben van tenminste het dubbele van het gewaarborgd minimummaandinkomen voor werknemers van 21 jaar en ouder;
    • niet voortvloeien uit een wettelijke of reglementaire bepaling om het beroep te kunnen uit oefenen (2).


De nieuwe bepaling in de wet van 10 november 2018 schaft de loongrens van 34.180 euro af voor opleidingen in het kader van een knelpuntberoep. De lijst met knelpuntberoepen (of moeilijk in te vullen functies) wordt opgesteld door de Gewesten. Maar een koninklijk Besluit (KB), vastgesteld na overleg in de Ministerraad en advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR) kan een aangepaste of afwijkende lijst opstellen. Dus voortaan is een scholingsbeding ook mogelijk in jobs met lagere lonen indien het gaat om een knelpuntberoep.

De wet bepaalt uitdrukkelijk dat de werknemer de bezitter blijft van zijn diploma's of certificaten en moet beschikken over het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift.

Welke inhoud ?

Een scholingsbeding moet voor elke werknemer afzonderlijk schriftelijk worden opgemaakt en uiterlijk op het moment waarop de vorming begint. Het kan dus zowel bij de indiensttreding als tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst worden afgesloten.

Een scholingsbeding moet volgende bepalingen bevatten:

  • een omschrijving van de overeengekomen vorming, de duur en de plaats ervan;
  • de kost van de vorming of de kostenelementen die toelaten de waarde ervan te schatten;
  • de begindatum en de duur van het scholingsbeding (zie verder);
  • het gedeelte van de kosten dat de werknemer moet terug betalen indien hij de onderneming verlaat voor het einde van de overeengekomen periode (zie verder).


De duur van een scholingsbeding moet in verhouding staan tot de kostprijs van de opleiding en mag nooit langer zijn dan 3 jaar.

Het door de werknemer terug te betalen bedrag moet degressief zijn in functie van de duur van het beding en mag niet meer bedragen dan:

  • 80% van de kost in geval van vertrek voor 1/3 van de overeengekomen periode;
  • 50% van de kost in geval van vertrek tussen 1/3 en 2/3 van de overeengekomen periode;
  • 20% van de kost in geval van vertrek na 2/3 van de overeengekomen periode.


Het bedrag mag bovendien nooit meer dan 30% van het jaarlijks loon van de werknemer bedragen. 

Wanneer heeft het scholingsbeding geen uitwerking ?

Een scholingsbeding kan geen uitwerking hebben:

  • bij beëindiging door de werkgever of de werknemer tijdens de proefperiode;
  • bij beëindiging na de proefperiode door de werkgever zonder dringende reden;
  • bij beëindiging na de proefperiode door de werknemer omwille van een dringende reden;
  • bij beëindiging in geval van herstructurering zoals bedoeld in wet op het Generatiepact.


De nieuwe bepaling (afschaffing loongrens voor opleidingen in het kader van een knelpuntberoep) treedt in werking vanaf 10 november 2018 (wet van 14/10/2018 - BS 31/10/2018).

Commentaar

Vakbonden hebben altijd geweigerd om opleidingen te laten terug betalen door werknemers met een lage verloning. Door de opheffing van de loongrens maakt deze regering een scholingsbeding (weliswaar beperkt tot de knelpuntberoepen) mogelijk beneden de bestaande loongrens van 34.180 euro op jaarbasis.

Men kan zich afvragen of een dreiging om de kosten van de opleiding terug te moeten betalen de werknemers zal stimuleren om een deergelijke opleiding te volgen.

Het is nog maar eens stuitend dat de regering Michel deze wijziging heeft doorgevoerd zonder advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR), hoewel dit haar wettelijk recht is en de vakbonden en werkgevers minister Peeters eind september uitdrukkelijk verzocht hadden om rond deze materie een advies te kunnen uitbrengen. Helaas respecteert deze regering andermaal het sociaal overleg niet. 


(1) een vorming die louter als doel heeft de werknemer "op de hoogte te houden" kan niet het voorwerp uitmaken van een scholingsbeding omdat het volgen van een dergelijke vorming tot de normale gang van zaken behoort

(2) een vorming die voor de uitoefening van een beroep vereist wordt door een wettelijke of reglementaire bepaling kan niet het voorwerp van een scholingsbeding uitmaken

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek