Winnaars en verliezers van de taxshift

Door: Marc Verboom | Op: 27/09/2018

Studie van de KU Leuven

Een studie van economen aan de KU Leuven onderzocht het effect van de taxshift op de arbeidsmarkt en het overheidsbudget. Wie zijn de winnaars en de verliezers?

Wat is de taxshift?

De taxshift is zowat het paradepaardje van de huidige federale regering. Met deze taxshift zou er zuurstof in de economie geblazen worden, zou onze concurrentiepositie verbeteren en zouden er jobs, jobs, jobs, ... komen.
De taxshift die beslist werd in de zomer van 2015 beoogt een verschuiving van de lasten op arbeid naar andere financieringsbronnen zoals belastingen op consumptie of inkomen uit vermogen.

De verlaging van de lasten op arbeid neemt de vorm aan van een verlaging van de werkgevers- en werknemersbijdragen aan de sociale zekerheid (RSZ) en van een belastingverlaging in de personenbelasting.
De werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid worden verlaagd van 33 naar 25% en de sociale werkbonus, een vermindering van de sociale bijdragen voor werknemers met een laag bruto loon, wordt versterkt. In de personenbelasting wordt het belastingtarief van 30% afgeschaft waardoor een groter stuk van het belastbaar inkomen belast wordt aan 25%. Bovendien worden de bovengrenzen voor de schijf van 25 en 40% opgetrokken. De taxshift verhoogt ook aanzienlijk de belastingvrije som, het deel van het inkomen waarop geen belastingen betaald worden. En tenslotte wordt de forfaitaire aftrek voor beroepskosten fors verhoogd.

Deze ingrepen kosten veel geld. Daarom worden andere belastingen verhoogd. De BTW op elektriciteit wordt terug van 6 naar 21% gebracht, de accijnzen op diesel, alcoholische dranken en tabak worden verhoogd. Bij de inkomsten uit vermogen wordt de bevrijdende roerende voorheffing van 25 naar 27% opgetrokken en worden pogingen ondernomen om speculatie tegen te gaan (via de "speculatietaks") en om vermogensinkomens uit het buitenland te belasten (via de "Kaaimantaks").


Effect op de begroting

De verlagingen van de sociale bijdragen en de personenbelasting overtreffen ruimschoots de beperkte verhoging van BTW en accijnzen. De initiële kost van de taxshift bedraagt 8,9 miljard (-6,2 miljard aan verlaging personenbelasting, -3,7 miljard aan verlaging sociale bijdragen en +957 miljoen aan extra indirecte belastingen).
  • de taxshift is niet budgetneutraal
  • de taxshift is stevig ondergefinancierd
  • de factuur van de taxshift wordt doorgeschoven naar later.

Jobs, jobs, jobs ...

De verlaging van de lasten op arbeid heeft de bedoeling om meer mensen aan het werk te krijgen en daardoor meer (fiscale en parafiscale) inkomsten en minder sociale uitgaven te hebben. Men spreekt van de terugverdieneffecten.

Volgens de studie concluderen de economen dat de taxshift in de periode 2016 - 2020 tussen 65.000 en 92.000 jobs extra zou kunnen opleveren. Zou kunnen, want het gaat om voorspellingen ... Dit zijn dan wel zeer dure jobs met een prijskaartje van maar liefst 80.000 euro per job.
  • het tewerkstellingseffect van de taxshift is eerder bescheiden
  • het is een dure manier om jobs te creëren.

De terugverdieneffecten ten gevolge van de bijkomende tewerkstelling (minder sociale uitkeringen, meer sociale bijdragen, meer indirecte belastingen, maar blijkbaar ook extra minder personenbelastingen) beperken zich tot tussen 394 miljoen en 1,34 miljard euro.
  • de terugverdieneffecten zijn zwaar overschat
  • zelfs na terugverdieneffecten blijft de taxshift ondergefinancierd.

Winnaars en verliezers?

Als gemiddelde voor de volledige bevolking neemt het beschikbaar gezinsinkomen toe met 111 euro per maand, maar er wordt ook 79 euro per maand meer BTW en accijnzen betaald, Zo blijft de netto winst beperkt tot 31 euro per maand.

Maar binnen dit algemeen gemiddelde voor de ganse bevolking is er een groot verschil tussen de verschillende inkomensgroepen. De laagste inkomensgroepen (20%), vooral gepensioneerden, langdurig zieken en werklozen, gaan er op achteruit (- 24 tot 45 euro per maand). De groep werkenden met een laag inkomen (10%) gaat er nauwelijks op vooruit (+ 7 euro per maand). Dit is het gevolg van de financiering van de taxshift via de verhoogde indirecte belastingen. Het voordeel van de taxshift stijgt vervolgens naargelang het hogere inkomen (meeste "winst" in het 8ste deciel met 78 euro per maand) om tenslotte af te nemen bij de 20% rijksten.
  • de taxshift zorgt ervoor dat de niet-werkenden er netto op achteruitgaan
  • de werkenden in laagste inkomensgroep hebben nauwelijks een voordeel ten gevolge van de taxshfit
  • het voordeel van de taxshift stijgt met het inkomen (tot de 2 laatste decielen waar het opnieuw afneemt).  

En de toekomst ...

Het gat dat de taxshift in de begroting slaat zal in de toekomst op één of andere manier moeten opgevuld worden. De studie berekent ook dat indien men dit zou doen via een verhoging van de indirecte belastingen (BTW, accijnzen, ...) het tewerkstellingseffect nog kleiner zou worden (amper 43.800 extra jobs).


De onderzoekers besluiten als volgt:
  • de studie bevestigt dat de initiële factuur van de taxshift niet gedekt is;
  • de taxshift leidt tot bijkomende tewerkstelling;
  • de jobcreatie vertaalt zich slechts beperkt in terugverdieneffecten;
  • de financiering van de taxshift via verhoogde BTW en accijnzen zorgt ervoor dat de niet-werkenden, die geen of weinig winst boeken van de verlaagde personenbelasting of sociale bijdragen, er netto op achteruitgaan.  



  

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek