Loopbaansparen

Door: Marc Verboom | Op: 27/02/2018

Vakbonden en werkgevers hebben geen alternatief gevonden voor het loopbaansparen


De wet van 5 maart 2017 (de zgn. wet op werkbaar en wendbaar werk van minister Peeters) voerde een volledig nieuw concept in van "loopbaansparen". 6 maanden onderhandelen tussen vakbonden en werkgevers heeft geen alternatief opgeleverd. Hierdoor gaat het gedeelte loopbaansparen van hoger genoemde wet in voege vanaf 1 februari 2018.

Loopbaansparen biedt de werknemer de mogelijkheid om "tijd te sparen" om die later tijdens de loopbaan op te nemen.

De werknemer kan niet verplicht worden aan het systeem deel te nemen. De deelname is dus volledig vrijwillig. Ook de werkgever kan niet verplicht worden het systeem te organiseren binnen de onderneming.

De wet geeft een opsomming van de tijd die kan gespaard worden en later kan worden opgenomen. Het gaat om:

  • het krediet aan vrijwillige overuren die niet moeten worden ingehaald;
  • de conventionele verlofdagen toegekend op basis van een CAO en die vrij kunnen worden opgenomen (wettelijke vakantiedagen zijn niet op te sparen);
  • de uren in een glijdend uurrooster die boven het gemiddelde van de wekelijkse arbeidsduur worden gepresteerd en op het einde van de referteperiode kunnen worden overgedragen;
  • de gepresteerde overuren in het kader van een onvoorziene noodzakelijkheid of buitengewone vermeerdering van het werk en die volgens de keuze van de werknemer niet worden ingehaald.


Later zou een KB ook de mogelijkheid kunnen voorzien om bepaalde premies (bv. eindejaarspremie) te kunnen omzetten en op te sparen om in tijd op te nemen.


Te volgen procedure vooraleer loopbaansparen op het niveau van de onderneming en het individu in werking treedt

Het loopbaansparen kan in de praktijk ten vroegste in werking treden vanaf 1 augustus 2018.

Er wordt eerst de kans geboden aan de sectoren (paritaire comités) om een regeling uit te werken op sectoraal vlak. Wanneer er geen sector CAO wordt afgesloten binnen 6 maanden nadat een organisatie vertegenwoordigd in het paritair comité of een onderneming dit gevraagd heeft, kan een CAO op ondernemingsvlak worden afgesloten.

De sector of ondernemings-CAO moet volgende elementen bevatten:

  • de tijd die kan gespaard worden;
  • de periode waarin de tijd kan gespaard worden;
  • de wijze waarop de werknemer de opgespaarde tijd kan opnemen;
  • de waardering van de opgespaarde tijd (een uur in 2017 zal niet dezelfde waarde hebben als een uur in 2025);
  • de manier waarop het loopbaansparen wordt beheerd en de waarborgen voor de werknemer;
  • het lot van het loopbaansparen in het geval de onderneming in vereffening gaat.


Het afsluiten van een ondernemings-CAO kan mits de ondertekening van de CAO door één vakbond.

Het stelsel van loopbaansparen kan beheerd worden door:

  • de werkgever zelf (mits in te staan voor de nodige garanties);
  • een externe instelling (bank of verzekeringsmaatschappij);
  • een fonds voor bestaanszekerheid in de sector.


Binnen een regeling afgesloten binnen een sector kan eventueel de overdraagbaarheid tussen verschillende werkgevers van dezelfde sector worden geregeld.

Bij een eventueel ontslag moet de "opgespaarde tijd" uitbetaald worden.

 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek