Verdere besparingen op pensioenen

Door: Marc Verboom | Op: 06/02/2018

Voortaan minder pensioen voor werknemers met periodes van werkloosheid en/of SWT


De nieuwe maatregelen inzake de gelijkgestelde periodes voor de berekening van het wettelijk pensioen gelden voor de periodes vanaf 1 januari 2017 en de pensioenen die ingaan vanaf 2019. Het KB van 19 december 2017 verscheen op 29/12/2017 in het Belgisch Staatsblad (BS).
 
Tot nu toe wordt voor de pensioenberekening  in de meeste gevallen voor de gelijkgestelde periodes (periodes van inactiviteit) rekening gehouden met het laatst verdiende loon voor de onderbreking. Vanaf 2012 werd al rekening gehouden met een minimumrecht per loopbaanjaar indien men zich in de "derde periode van werkloosheid" *  bevond. 

Werkloosheid

Vanaf 1 januari 2017 worden voor de pensioenberekening ook de periodes van werkloosheid in de tweede periode niet langer aangerekend aan het laatst verdiende bruto loon maar aan het minimumrecht, zijnde 23.842 euro bruto per jaar (was het laatst verdiende bruto loon voor de periode van werkloosheid hoger dan dit bedrag wordt dit niet in aanmerking genomen maar wel het minimumrecht).

Er is een uitzondering voorzien voor oudere werknemers. De tweede periode blijft verder meegeteld worden aan het laatst verdiende loon voor werknemers die ontslagen worden vanaf het jaar waarin ze 50 jaar worden.

Ook de deeltijdse werknemers die het statuut van werkloze met behoud van rechten hebben (zonder of met inkomensgarantie-uitkering IGU) worden niet geraakt door de maatregel. De nieuwe bepalingen slaan enkel op volledig werkloosheid. Voor hen blijft de gelijkstelling onbeperkt in de tijd en het fictief loon voor de niet-gepresteerde arbeidstijd op dezelfde manier berekend wordt als voor de werkloze in de eerste periode. De gelijkstelling gebeurt op basis van het laatste loon.
 

SWT en Canada Dry

De periodes van SWT werden meegerekend aan het laatste loon, behalve voor de periodes voor de leeftijd van 59 in het algemene stelsel van SWT (volgens CAO 17).

Vanaf 1 januari 2017 worden voor de pensioenberekening de periodes van SWT niet langer aangerekend aan het laatst verdiende bruto loon maar aan het minimumrecht, zijnde 23.842 euro bruto per jaar (was het laatst verdiende bruto loon voor de periode van SWT hoger dan dit bedrag wordt dit niet in aanmerking genomen maar wel het minimumrecht).

Volgende uitzonderingen zijn voorzien:
  • SWT in een onderneming in herstructurering of moeilijkheden;
  • SWT in het kader van zware beroepen bouw en nachtarbeid;
  • SWT om medische redenen.

Volgende overgangsmaatregelen zijn voorzien en is de nieuwe reglementering niet van toepassing:
  • indien men op 31/12/2016 al op SWT was;
  • indien voor 20/10/2016 is ontslagen met het oog op SWT.

Wat is het pensioenverlies?

Het verlies aan pensioen staat in verband met het verdiende bruto loon. Het pensioenverlies voor  jaar gelijkstelling bedraagt bij 2.000 euro bruto 2 euro minder op maandbasis en 29 euro op jaarbasis. Bij een bruto loon van 3.000 euro lopen deze verliezen op tot 17 euro per maand of 202 euro per jaar. Bij 4.000 euro bedraagt het verlies aan pensioen 31 euro per maand en 375 euro op jaarbasis.

Voor iemand met 5 jaar werkloosheid of SWT dienen deze bedragen te worden vermenigvuldigd met 5. Was je laatste loon 4.000 euro bruto en ben je op SWT tussen 60 en 65 jaar dan verlies je door de nieuwe maatregelen 1.875 euro per jaar aan pensioen.


Lange loopbanen


De nieuwe reglementering voorziet 3 zaken:
  1. de effectief gewerkte dagen boven 14.040 dagen (= 45 jaar van 312 dagen) zullen vanaf 2019 bijkomende pensioenrechten opleveren;
  2. periodes van SWT en werkloosheid boven 14.040 dagen leveren geen bijkomende pensioenrechten op; het principe van de 45 "beste jaren" wordt in geval van een lange loopbaan voor wie in SWT of werkloosheid zit en vroeg is beginnen werken opgeheven; het verlies is hier aanzienlijk en het gaat om ALLE stelsels van SWT en om alle periodes (ook voor 2017); men behoudt de beste dagen als men al een loopbaan van 14040 dagen bereikte op 1/9/2017 of als men een loopbaan van 14040 dagen bereikte maar niet voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen.
  3. werknemers in SWT kunnen vanaf 2019 op vervroegd pensioen zodra zij aan de leeftijds- en loopbaan voorwaarden voldoen, zijnde:
    • 60 jaar mits 44 jaar loopbaan;
    • 61 jaar mits 43 jaar loopbaan;
    • 63 jaar mits 42 jaar loopbaan.




« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek