Heb ik als jonge schoolverlater recht op vakantie ?

Als jeugdige werknemer die na het beëindigen van de studies voor het eerst aan het werk gaat, heb je onder bepaalde voorwaarden het volgende jaar recht op vakantie.

Om in het vakantiejaar (= 2008) recht op vakantie te hebben, zijn de voorwaarden:

  • jonger zijn dan 25 jaar op het einde van het vakantiedienstjaar (= 2007);
  • studies, leertijd of opleiding beëindigd of stopgezet hebben tijdens het vakantiedienstjaar;
  • na het einde van de studies, leertijd of opleiding minstens 1 maand als bediende of arbeider gewerkt hebben tijdens het vakantiedienstjaar.

Indien je aan deze voorwaarden voldoet, heb je in het vakantiejaar recht op 4 weken vakantie (24 dagen in het 6-dagenstelsel of 20 dagen in het 5-dagenstelsel). Het recht op vakantiedagen en de betaling van vakantiegeld valt echter uiteen in 2 delen:

  • een aantal wettelijke vakantiedagen in verhouding tot het aantal effectief gewerkte maanden (of gelijkgestelde periodes) tijdens het vakantiedienstjaar (à rato van 2 dagen per volledige gewerkte maand in het 6-dagenstelsel). Hiervoor zal je werkgever vakantiegeld betalen volgens de algemene regels (enkel en dubbel vakantiegeld).
  • een aantal bijkomende vakantiedagen (jeugdvakantie) waarmee je het aantal wettelijke vakantiedagen kan aanvullen tot in totaal 4 weken vakantie. De aanvullende vakantie-uitkering voor deze dagen wordt niet door je werkgever betaald, maar is ten laste van de RVA. Je kan deze dagen opnemen, maar je bent niet verplicht. Je kan deze dagen in een aaneengesloten periode of in verschillende periodes opnemen. Je moet wel eerst je wettelijke vakantiedagen hebben opgenomen vooraleer je de bijkomende vakantiedagen kan opnemen.

De aanvullende vakantie-uitkering bedraagt 65% van het gemiddeld dagloon, berekend op een begrensd loon van maximaal 1.832,40 euro per maand. Het maximale bedrag van de uitkering bedraagt bijgevolg 45,81 euro per dag in het 6-dagenstelsel. Hierop wordt rechtstreeks een bedrijfsvoorheffing van 10,1% ingehouden.

Je aanvraag voor de aanvullende vakantie-uitkering doe je met een formulier C 103 jeugdvakantie-werknemer. Je kan dit afhalen op één van de ABVV kantoren of op de website van de RVA www.rva.be .

De formaliteiten die je moet naleven zijn sinds 1 april 2003 afhankelijk van het feit dat je werkgever kiest voor een papieren of een elektronische aangifte:

  • als je werkgever kiest voor een papieren aangifte: de eerste maand met jeugdvakantie laat je het formulier C 103 jeugdvakantie-werknemer invullen en ondertekenen door je werkgever, die het dan samen met 2 ingevulde en ondertekende exemplaren van het formulier C 103 jeugdvakantie-werkgever aan jou moet terug bezorgen. Deze 3 formulieren maak je dan over aan het lokale ABVV kantoor. De volgende maanden met jeugdvakantie moet je enkel nog 1 exemplaar van het formulier C 103 jeugdvakantie-werkgever aan het ABVV bezorgen
  • als je werkgever kiest voor een elektronische aangifte: de eerste maand met jeugdvakantie laat je het formulier C 103 jeugdvakantie-werknemer invullen en ondertekenen door je werkgever en bezorg je dit formulier aan het lokale ABVV kantoor. De werkgever moet geen andere documenten afleveren, aangezien hij de aangifte elektronisch doet. De volgende maanden met jeugdvakantie moet je niets meer doen, omdat de aangifte door de werkgever elektronisch gebeurt.

Een eerste aangifte kan pas ten vroegste in de maand april gebeuren, zelfs als je al voordien jeugdvakantiedagen zou opgenomen hebben.